Civiel recht overig
Beschikking inzake loonbeslag.
Rechtbank Overijssel, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6233 · Rechtbank Overijssel · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-6233
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/08/351382 / KG RK 26-398
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.R. Brendel
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6233
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking inzake loonbeslag.
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/351382 / KG RK 26-398
Beschikking van 8 oktober 2026
in de zaak van
G.B. BEHEER B.V.,
te Genemuiden,
verzoekende partij,
hierna te noemen: G.B. Beheer,
advocaat: mr. L.R. Brendel,
tegen
[verweerster] ,
te [woonplaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster],
1 De procedure
De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met producties van G.B. Beheer van 10 september 2026, digitaal ontvangen door de griffie van deze rechtbank op 10 september 2026.
Het verzoek van G.B. Beheer strekt – kort gezegd – tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van conservatoir loonbeslag onder stichting de ZorgZaak (verder: de ZorgZaak), met begroting van de vordering, inclusief rente en kosten, op € 15.105,67. Ten aanzien van het verzochte beslag op de door [verweerster] te ontvangen periodieke betalingen zal de voorzieningenrechter, alvorens verder te beslissen, [verweerster] ingevolge artikel 720 Rv in de gelegenheid stellen om te worden gehoord.
Aan het verzoek legt G.B. Beheer, samengevat, het volgende ten grondslag. Partijen hebben op 27 juni 2024 een huurovereenkomst gesloten. De huurprijs bedraagt € 916,50 per maand. Sinds 2025 komt [verweerster] haar betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst niet volledig na waardoor G.B. Beheer een opeisbare vordering op [verweerster] heeft. G.B. Beheer is op 4 juni 2026 blijkens een daarvan opgemaakte vaststellingsovereenkomst een betalingsregeling met [verweerster] overeengekomen. De betalingsregeling is door [verweerster] niet nagekomen, waardoor de vordering direct opeisbaar is geworden. Ter verzekering van haar verhaal wenst G.B. Beheer beslag te leggen.
Ter zitting van 7 oktober 2026 is [verweerster] verschenen. Zij heeft verklaard de gestelde huurachterstand verschuldigd te zijn. [verweerster] is met ingang van 1 september 2026 in dienst getreden bij de [bedrijf 1] te [vestigingsplaats]. Zij ontvangt daar een aanzienlijk hoger loon dan bij haar vorige werkgever, de ZorgZaak. Bij de ZorgZaak had zij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, maar zij heeft deze dienstbetrekking voortijdig beëindigd. [verweerster] heeft verder verklaard dat zij in de komende maand nog een nabetaling ontvangt van de door haar opgebouwde eindejaarsuitkering en het vakantiegeld.
[verweerster] heeft verder verklaard dat zij liever niet heeft dat loonbeslag wordt gelegd onder haar nieuwe werkgever. Zij vreest dat haar nieuwe werkgever hierdoor inzicht krijgt in haar financiële en persoonlijke situatie, terwijl zij haar werkrelatie met haar nieuwe werkgever nog aan het opbouwen is.
2 De beoordeling
De voorzieningenrechter overweegt dat G.B. Beheer het bestaan en de omvang van haar vordering op [verweerster] summierlijk aannemelijk heeft gemaakt. [verweerster] heeft de vordering uit de huurovereenkomst en vaststellingsovereenkomst erkend en is tekortgeschoten in de nakoming van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen betalingsregeling.
Bij de beoordeling van het verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir loonbeslag dient de voorzieningenrechter, gelet op de impact van een dergelijk beslag, tevens te toetsen of aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit is voldaan. Daarbij dient een afweging te worden gemaakt tussen de wederzijdse belangen van partijen. Deze belangenafweging kan ertoe leiden dat het verzoek wordt afgewezen, ook indien de vordering summierlijk aannemelijk is gemaakt.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de hiervoor bedoelde belangenafweging in dit geval niet tot afwijzing van het verzoek leidt. G.B. Beheer heeft gesteld dat het reeds gelegde bankbeslag geen doel heeft getroffen en dat zij geen andere mogelijkheden ziet om verhaal voor haar vordering te verkrijgen dan door middel van loonbeslag. Van andere, minder bezwarende beslagobjecten is niet gebleken. G.B. Beheer heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat het verzochte loonbeslag noodzakelijk is om verhaal van haar vordering veilig te stellen. Het beslag voldoet daarmee aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit.
Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat op grond van artikel 475c, aanhef en onder a, Rv een beslagvrije voet geldt voor vorderingen tot periodieke betalingen van loon. [verweerster] behoudt daarmee een deel van haar inkomen om in haar levensonderhoud te voorzien. Gelet op de omvang van de vordering, het feit dat de vordering door [verweerster] is erkend en het ontbreken van andere gebleken verhaalsmogelijkheden, weegt het belang van G.B. Beheer bij het leggen van loonbeslag zwaarder dan het belang van [verweerster] bij het behoud van haar volledige inkomen.
Het voorgaande leidt ertoe dat het verzoek tot het leggen van conservatoir loonbeslag zal worden toegewezen op de wijze als hierna in het dictum vermeld.
De eis in de hoofdzaak is ingesteld bij dagvaarding van 21 september 2026, waarbij [verweerster] is opgeroepen tegen de rolzitting van 6 oktober 2026.
3 De beslissing
De rechtbank
staat G.B. Beheer toe ter verzekering van het verhaal van haar vordering ten laste van [verweerster] conservatoir derdenbeslag te doen leggen onder Stichting de ZorgZaak gevestigd te (7902 LE) Hoogeveen, als opgenomen en verzocht onder 6.1 in het verzoekschrift van 10 september 2026;
begroot de vordering van G.B. Beheer op [verweerster] met inbegrip van kosten en rente voorlopig op een bedrag van € 11.562,85 (zegge: elfduizend vijfhonderd tweeënzestig euro en vijfentachtig eurocent);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026.