Civiel recht overig
Weigering om akte van toedeling te ondertekenen
Rechtbank Overijssel, 9 augustus 2018
ECLI:NL:RBOVE:2018:3198 · Rechtbank Overijssel · 9 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbove-2018-3198
Zaakgegevens
Op 9 augustus 2018 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2018
- Datum publicatie
- 5 september 2018
- Zaaknummer
- C/08/219827 / KG ZA 18-183
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2018:3198
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Weigering om akte van toedeling te ondertekenen
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/219827 / KG ZA 18-183
Vonnis in kort geding van 9 augustus 2018
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser, hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. ter Brake te Delden,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen de vrouw,
verschenen in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 11 juli 2018 met producties,
-
de mondelinge behandeling van 31 juli 2018,
-
de e-mail van de gemachtigde van de man van 8 augustus 2018.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn gehuwd geweest. Op 27 juli 2016 is door de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo , de echtscheiding uitgesproken. De echtscheiding is ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand van de gemeente Almelo op 8 augustus 2016.
Uit het huwelijk van partijen is geboren het thans nog minderjarige kind:
[A] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] .
In de beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 22 augustus 2016 is bepaald dat de woning, staande en gelegen aan [het adres] te [woonplaats] , aan de man wordt toegescheiden evenals de hypothecaire lening bij Directbank en de spaarverzekering bij de Goudse Levensverzekering onder de voorwaarde dat de vrouw zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid.
Onder meer in verband met de toedeling van de woning aan de man is er een akte van verdeling opgemaakt. De vrouw heeft geweigerd die akte te ondertekenen.
3 De beoordeling
De man heeft gevorderd dat de vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de totstandkoming van de akte van verdeling door deze alsnog te ondertekenen en verzocht te bepalen dat, indien de vrouw daarmee ook na een veroordelend vonnis in gebreke blijft, het vonnis in de plaats treedt van de akte, althans in de plaats van de ondertekening van de vrouw. Voorts heeft hij gevorderd dat de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.
De man heeft bij e-mail van 8 augustus 2018 de voorzieningenrechter bericht dat de vrouw op 7 augustus 2018 conform de ter zitting door partijen gemaakte afspraak de akte van verdeling bij de notaris heeft getekend en dat om die reden de eerste twee vorderingen worden ingetrokken. De man wil wel een beslissing omtrent de proceskosten.
De man stelt dat hij nodeloos kosten voor deze procedure heeft moeten maken omdat de vrouw om oneigenlijke redenen heeft geweigerd haar medewerking te verlenen aan de overdracht van haar aandeel in de woning aan de man. De man vordert om die reden de vrouw te veroordelen in de proceskosten.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding af te wijken van het uitgangspunt dat in geschillen in de relatiesfeer de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. De vrouw had het aanhangig maken van het kort geding en de daarmee gepaarde kosten eenvoudig kunnen voorkomen door de afspraken in de beschikking van 22 augustus 2016 uit te voeren. De vrouw heeft geen enkele geldige reden gegeven waarom zij tot eergister niet heeft willen meewerken. De vrouw zal daarom, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Aangezien aan de man een toevoeging is verleend zijn de kosten voor het uitbrengen van de dagvaarding (exclusief verschotten zoals informatiekosten) in debet gesteld. Deze kosten komen daarom niet voor vergoeding aan de man in aanmerking. De kosten aan de zijde van de man worden begroot op:
- dagvaarding € 0,00
- informatiekosten € 1,57
- griffierecht € 79,00
- salaris advocaat € 633,00
totaal € 713,57
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt de vrouw in de proceskosten, aan de zijde van de man tot op heden begroot op € 713,57, bij niet voldoening binnen veertien dagen na dagtekening vonnis te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de vrouw in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de vrouw niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Haarhuis en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2018.