Civiel recht overig
Ontruiming huurwoning wegens huurachterstand en aangetroffen hennepkwekerij.
Rechtbank Overijssel, 15 juli 2021
ECLI:NL:RBOVE:2021:2912 · Rechtbank Overijssel · 15 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbove-2021-2912
Zaakgegevens
Op 15 juli 2021 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Enschede
- Datum uitspraak
- 15 juli 2021
- Datum publicatie
- 20 juli 2021
- Zaaknummer
- 9279485 \ CV EXPL 21-2418
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2021:2912
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontruiming huurwoning wegens huurachterstand en aangetroffen hennepkwekerij.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 9279485 \ CV EXPL 21-2418
Vonnis in kort geding van 15 juli 2021
in de zaak van
de stichting WONINGSTICHTING DE WOONPLAATS,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij,
hierna te noemen: De Woonplaats,
gemachtigde: mr. M. Douwenga,
advocaat te Hardenberg,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen noch vertegenwoordigd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de namens De Woonplaats betekende dagvaarding van 29 juni 2021, waarbij De Woonplaats een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en [gedaagde] heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.
De vordering is behandeld ter zitting van dinsdag 13 juli 2021.
De Woonplaats is verschenen bij haar woonconsulente [A], bijgestaan door haar gemachtigde mr. R.F.A. Rörink die namens mr. Douwenga is verschenen.
Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend.
De Woonplaats heeft haar standpunt laten toelichten door haar gemachtigde, die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
De Woonplaats verhuurt aan [gedaagde] de woning aan de [adres] te [plaats].
Op 4 mei 2021 heeft de politie een inval gedaan in het gehuurde. Op dat moment heeft de politie in de woning een bedrijfsmatige professioneel ingerichte hennepkwekerij aangetroffen. In de kweekruimte stonden 578 hennepplanten.
[gedaagde] heeft een huurachterstand opgelopen van € 949,72, berekend tot en met de maand juni 2021.
3 Het geschil en de beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen.
De Woonplaats vordert - samengevat - de ontruiming van de woning, alsmede [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huurachterstand ad € 949,72, te vermeerderen met een bedrag van € 871,83 ter zake huur per maand vanaf 1 juli 2021 tot aan de dag van de ontruiming.
De vorderingen komen de kantonrechter vooralsnog niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoort daarom te worden toegewezen. In dat kader acht de kantonrechter het voorshands eveneens voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de ontbinding en ontruiming van het gehuurde zal toewijzen.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld tot op heden begroot op € 730,01, te weten € 106,01 explootkosten, € 126,00 griffierecht en € 498,00 aan salaris van de gemachtigde;
4 De beslissing in kort geding
de kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning met onroerende aanhorigheden staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] te ontruimen, in goede staat op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden;
veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan De Woonplaats te betalen een bedrag van € 949,72, ter zake de huurachterstand per 1 juni 2021;
veroordeelt [gedaagde] aan De Woonplaats te betalen een bedrag van € 871,83 per maand vanaf 1 juli 2021 tot aan de dag van de ontruiming van het gehuurde;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van De Woonplaats gevallen en begroot op € 730,01;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2021. |
||
(PR(O)