Civiel recht overig

De rechtbank Overijssel veroordeelt gedaagde zijn woning te ontruimen en het algehele beschikking aan eiser…

Rechtbank Overijssel, 28 juni 2023

Zaakgegevens

Op 28 juni 2023 heeft de Rechtbank Overijssel in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Enschede
Datum uitspraak
28 juni 2023
Datum publicatie
30 juni 2023
Zaaknummer
10551715 \ CV EXPL 23-2053
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2023:2455
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Overijssel veroordeelt gedaagde zijn woning te ontruimen en het algehele beschikking aan eiser te stellen. Daarnaast moet gedaagde de proceskosten en de door dit vonnis ontstane kosten te betalen van totaal 876,86 euro. De rechtbank oordeelt dat gedaagde ernstig tekort geschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 10551715 \ CV EXPL 23-2053

Vonnis in kort geding van 28 juni 2023

in de zaak van

[curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer
[eiser] , h.o.d.n. “ [bedrijf] ”,
wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij, hierna te noemen [curator] q.q.,

gemachtigde: mr. O.J. de Vries,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

niet verschenen noch vertegenwoordigd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 19 juni 2023;

  • de mondelinge behandeling op 27 juni 2023, waar [curator] q.q. is verschenen. [gedaagde] is niet verschenen, noch vertegenwoordigd.

1.2.

Tegen de niet verschenen [gedaagde] is verstek verleend.

1.3.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De heer [eiser] , handelend onder de naam [bedrijf] , is bij vonnis van deze rechtbank van 15 maart 2023 in staat van faillissement verklaard. Als curator in het faillissement is aangesteld mr. [curator] voornoemd.

2.2.

[bedrijf] (onder)verhuurt de woning aan de [adres] aan [gedaagde] . [bedrijf] huurt voormelde woning van eigenaar [naam] .

2.3.

[curator] q.q. heeft de (hoofd)huurovereenkomst tussen [bedrijf] en [naam] op grond van artikel 39 Faillissementswet opgezegd tegen 31 juli 2023.

3 Het geschil en de beoordeling

3.1.

De voorzieningenrechter stelt vast dat bij de dagvaarding de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen.

3.2.

[curator] q.q. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt:

I. om binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning aan de [adres] met al de zijnen en het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en met inlevering van de sleutels ter algehele en vrije beschikking van [curator] q.q. te stellen;

II. in de proceskosten en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het wijzen van het vonnis indien en voor zover deze kosten niet binnen de termijn zijn voldaan.

3.3.

Aan zijn vordering heeft [curator] q.q. het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] schiet ernstig tekort in de nakoming van de huurovereenkomst. [gedaagde] gedraagt zich niet als goed huurder. [gedaagde] gebruikt c.q. handelt in verdovende middelen en veroorzaakt ernstige overlast. Verder is recent sprake geweest van diefstal van een CV-ketel en een subwoofer en heeft [gedaagde] een camera(systeem) vernield.

3.4.

Gelet op de aard en inhoud van de vordering is het spoedeisend belang daarmee voldoende gegeven.

3.5.

De vordering tot ontruiming zal worden toegewezen, nu de vordering de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. [gedaagde] heeft de stellingen die [curator] q.q. aan de ontruimingsvordering ten grondslag heeft gelegd, niet weersproken. Deze gedragingen van [gedaagde] zijn dermate ernstig dat voldoende aannemelijk is dat een rechter in een bodemprocedure tot ontbinding van de huurovereenkomst zal overgaan.
De ontruimingstermijn zal daarbij worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

3.6.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [curator] q.q. als volgt vastgesteld:

- kosten van de dagvaarding

€

129,86

- griffierecht

€

86,00

- salaris gemachtigde

€

529,00

Totaal

€

744,86

3.7.

De nakosten zullen worden begroot op een half punt van het landelijk liquidatietarief met een maximum van € 132,00, aldus op € 132,00.

3.8.

De wettelijke rente over de proces- en de nakosten zal worden toegewezen als hierna onder de beslissing te vermelden.

4 De beslissing in kort geding

De voorzieningenrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] met al de zijnen en het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en met inlevering van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van [curator] q.q. te stellen;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, begroot op € 744,86, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis;

4.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2023. (TD)