Belastingrecht

Artikel 26 Wet WOZ beschikking. Eiseres heeft geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Rotterdam, 18 september 2023

Zaakgegevens

Op 18 september 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
18 september 2023
Datum publicatie
21 september 2023
Zaaknummer
ROT 22/1104
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:8840
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Artikel 26 Wet WOZ beschikking. Eiseres heeft geen procesbelang. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/1104

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2023 in de zaak tussen

[naam eiseres], eiseres,

gemachtigde: mr. A. Bakker,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,

gemachtigde: mr. B.J. Klein.

Procesverloop

Bij beschikking op grond van artikel 26 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) van 7 juni 2021, heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat de WOZ-waarde van het object [adres] (hierna: de onroerende zaak) voor het belastingjaar 2021 vastgesteld is op € 147.000,-.

Bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 28 januari 2022 (het bestreden besluit), heeft verweerder het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op 11 mei 2023 plaatsgevonden.

Partijen zijn ter zitting verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Ter zitting is besproken en beide partijen zijn het er over eens dat in het bestreden besluit een kennelijke verschrijving staat, namelijk dat eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen een beschikking van 7 juni 2020. Die beschikking bestaat niet, het gaat om de op 7 juni 2021 afgegeven beschikking op grond van artikel 26 van de Wet WOZ. Daartegen heeft eiseres bezwaar gemaakt, waarover verweerder in het bestreden besluit een beslissing heeft genomen. Die staat in deze procedure ter toetsing.

2. Omdat verweerder een artikel 26 Wet WOZ beschikking aan eiseres heeft afgegeven is zij daarbij belanghebbende en kan zij bezwaar en beroep instellen.

Eiseres heeft echter geen procesbelang. Ter zitting is vast komen te staan dat eiseres niet de eigenaar is van de onroerende zaak. Dat is haar zoon. Eiseres is ook niet de gebruiker van het pand en er is aan haar geen aanslag onroerendzaakbelasting voor het jaar 2021 opgelegd.

De WOZ-waarde is voor eiseres ook niet van invloed op andere heffingen of belastingen.

Eiseres heeft desgevraagd verklaard dat zij bij haar inkomstenbelasting in box 3 wordt belast voor de onroerende zaak, maar de rechtbank acht dat niet aannemelijk, omdat eiseres geen eigenaar is van de onroerende zaak. Dat volgens eiseres haar accountant heeft verklaard dat zij fiscaal een belang heeft bij de WOZ-waarde, legt onvoldoende gewicht in de schaal om dit zonder nadere onderbouwing aan te nemen. Eiseres heeft geen andere onderwerpen aan de orde gesteld die maken dat zij een belang heeft bij een lagere WOZ-waarde en de rechtbank ziet die ook niet.

De conclusie is dan dat eiseres met deze procedure niet in een voor haar betere positie kan komen.

3. Het beroep is daarom niet ontvankelijk. Aan een inhoudelijke beoordeling of de waarde te hoog is vastgesteld, komt de rechtbank niet toe.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.C.W. van der Feltz, rechter, in aanwezigheid van

mr. M. Noordegraaf, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 18 september 2023.

de rechter is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).