Belastingrecht
WHT NTB. Nu verweerder niet (nogmaals) op een aanvraag herbeoordeling kan beslissen, leidt een beroep m.b.t…
Rechtbank Rotterdam, 13 maart 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:3467 · Rechtbank Rotterdam · 13 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2025-3467
Zaakgegevens
Op 13 maart 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 maart 2025
- Datum publicatie
- 17 maart 2025
- Zaaknummer
- ROT 24/11728
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:3467
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WHT NTB. Nu verweerder niet (nogmaals) op een aanvraag herbeoordeling kan beslissen, leidt een beroep m.b.t. het uitblijven van besluit op de tweede aanvraag tot niet-ontvankelijkheid.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11728
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
gemachtigde: mr. J. van den Ende,
en
Dienst Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Op 20 december 2024 heeft eiseres beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op haar verzoek.
Verweerder heeft op 22 januari 2025 een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een zitting daarom niet nodig is.
2. Eiseres heeft op 27 februari 2020 een verzoek gedaan voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De beschikking UHT-DC I betreffende de jaren 2008 en 2009 is op
9 maart 2022 bekend gemaakt.
Uit de stukken blijkt dat eiseres vervolgens op 17 februari 2023 opnieuw heeft verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft op 20 januari 2025 een dwangsombeschikking genomen waarbij aan eiseres € 1.442,- is uitgekeerd omdat te laat op de tweede aanvraag zou zijn beslist.
3. De rechtbank wijst op de eerdere uitspraken tussen partijen van 23 januari 2024 (ROT 23/6471 en ROT 23/6472) en 3 oktober 2024 (ROT 24/7718 en ROT 24/7719). De rechtbank is van oordeel dat de Wht er van uitgaat dat op 1 aanvraag 1 beslissing volgt. Een tweede aanvraag kent de Wht niet. Dat verweerder ten onrechte een jaar niet beoordeeld zou hebben, dient hersteld te worden via de bezwaarprocedure. Dat had verweerder duidelijker in zijn verweerschrift naar voren kunnen brengen.
4. Omdat eiseres met dit beroep niet kan bereiken dat verweerder dwangsommen verbeurt wegens te laat beslissen, verweerder heeft immers reeds op 9 maart 2022 beslist op de aanvraag van eiseres, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, rechter, in aanwezigheid van
A.R. de Groot, griffier.
De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 maart 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.