Belastingrecht
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser stelt dat de parkeeractie eerder is gestart dan uit de systemen van…
Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12483 · Rechtbank Rotterdam · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-12483
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 23 september 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/8285
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:12483
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser stelt dat de parkeeractie eerder is gestart dan uit de systemen van de heffingsambtenaar blijkt. Dit heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/8285
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiser is het niet eens met de naheffingsaanslag. Hij voert daartoe aan dat de parkeeractie in het systeem voor bezoekersvergunningen om 09:30 uur is gestart. Dat is 20 minuten voordat de auto van eiser gescand is, om 09:50 uur. De heffingsambtenaar stelt dat de parkeeractie om 11:30 uur is gestart. De rechtbank beoordeelt het tijdstip waarop de parkeeractie is gestart.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 31 juli 2024 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.
Feiten
3. Op 6 juli 2024 om 09:50 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiser met kenteken [kentekennummer] geparkeerd stond aan de Stadhoudersweg in Rotterdam zonder dat parkeerbelasting was voldaan.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiser stelt dat hij wel parkeerbelasting heeft voldaan, omdat hij een parkeeractie van 09:30 tot 21:00 uur heeft gestart. Ter onderbouwing overlegt eiser een schermafbeelding van een pagina waarop start- en eindtijd van een parkeeractie kunnen worden geselecteerd en ingevoerd. Te zien is dat als starttijd 9:30 uur en als eindtijd 21:00 uur is geselecteerd. Ook heeft eiser een schermafbeelding ingediend van een doorgestuurd “Whatsapp”-bericht, met daarin de volgende tekst:
“Uw parkeeractie is ingepland
Kenteken: [kentekennummer]
Contract: [contractnummer]
Zone: 730
Starttijd: 06-07-2024 09:30
Eindtijd: 06-07-2024 21:00
Kosten € 8,28
Eenheden: 69”
5. De heffingsambtenaar stelt dat uit het parkeersysteem echter blijkt dat de auto van eiser daadwerkelijk was aangemeld van 11:30 tot 23:00 uur. Ter onderbouwing heeft de heffingsambtenaar een schermafbeelding meegestuurd van de aanmelding in het systeem. Tevens heeft de heffingsambtenaar navraag gedaan bij de betreffende afdeling. De mailwisseling waarin wordt bevestigd dat dat de parkeeractie pas vanaf 11.30 uur actief was, is ook overgelegd.
6. De rechtbank is van oordeel dat het “Whatsapp”-bericht over de geplande parkeeractie in combinatie met de schermafbeelding van het invoeren van de parkeertijden, niet kan worden gezien als een bevestiging dat de auto van eiser inderdaad om 09:30 is aangemeld. Een bevestiging van de daadwerkelijk ingevoerde begin- en eindtijd en informatie over de daadwerkelijk afgeschreven (parkeer-) eenheden ontbreekt. Zeker nu de heffingsambtenaar gemotiveerd heeft betwist dat de daadwerkelijke aanmelding om 9.30 uur heeft plaatsgevonden, had het voor eiser voor de hand gelegen om (een schermafbeelding van) de bevestiging de afgelopen parkeeractie te sturen.
7. Nu eiser geen bevestiging van de parkeeractie heeft overgelegd waaruit kan worden opgemaakt dat de parkeeractie al eerder dan 11:30 uur zou zijn gestart en de auto van eiser om 09:50 uur is gescand, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag terecht opgelegd, omdat eiser op dat moment geen parkeerbelasting had betaald.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van
G.L. Bolkestein, griffier. Uitgesproken op 23 september 2026.
|
griffier |
rechter |
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.