Belastingrecht
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiseres stelt dat zij lange tijd heeft moeten zoeken naar een…
Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12484 · Rechtbank Rotterdam · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-12484
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 23 september 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/8549
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:12484
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiseres stelt dat zij lange tijd heeft moeten zoeken naar een parkeerplaats. Uit de foto’s van de scanauto blijkt echter dat eiseres daadwerkelijk geparkeerd stond voordat zij had betaald. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/8549
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2026 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Eiseres is het niet eens met de naheffingsaanslag. Zij voert daartoe aan dat zij lange tijd op zoek is geweest naar een parkeerplaats voordat zij de parkeeractie heeft gestart. Eiseres vermoedt dat zij tijdens het zoeken naar een parkeerplaats al is gescand. De rechtbank beoordeelt of eiseres om 14:16 uur daadwerkelijk geparkeerd stond en dus op dit tijdstip al parkeerbelasting was verschuldigd.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat beroep ongegrond is. Dit betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 september 2024 het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaken niet behandeld op een zitting.
Feiten
3. Op 17 augustus 2024 om 14:16 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van eiseres met kenteken [kentekennummer] geparkeerd stond aan het Gerrit Sterkmanplein in Rotterdam zonder dat parkeerbelasting was voldaan.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres stelt dat zij ongeveer een half uur voorafgaand aan de parkeeractie voortdurend op zoek is geweest naar een parkeerplaats. Zij vermoedt dat tijdens dit proces een scanauto voorbij is gereden die de auto van eiseres heeft gescand. Ter onderbouwing heeft eiseres een betaalbewijs ingediend voor een parkeeractie op 17 augustus 2024 van 14:42 -17:47 uur.
5. Op grond van artikel 9, tweede lid van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2024 moet parkeerbelasting worden betaald vanaf het moment dat een auto in een parkeervak stil staat.
6. Uit de foto’s die de scanauto heeft gemaakt om 14:16 uur blijkt dat de auto van eiseres stilstond, in een parkeervak. Eiseres zit op dat moment niet in de auto en er zijn geen andere aanwijzingen zichtbaar die passen bij de uitleg van eiseres dat ze nog op zoek was naar een parkeerplaats. De auto van eiseres stond dus op 17 augustus 2026 om 14:16 uur geparkeerd aan het Gerrit Sterkmanplein, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Pas om 14:42 uur heeft eiseres een parkeeractie gestart, dat is bijna een half uur later.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van
G.L. Bolkestein, griffier. Uitgesproken op 23 september 2026.
|
griffier |
rechter |
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.