Belastingrecht
Een reeks van 57 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiser, in een periode van 4 maanden. 42 aanslagen zijn…
Rechtbank Rotterdam, 13 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:5407 · Rechtbank Rotterdam · 13 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-5407
Zaakgegevens
Op 13 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 13 mei 2026
- Datum publicatie
- 11 mei 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/10984 - ROT 24/11006
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:5407
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Een reeks van 57 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiser, in een periode van 4 maanden. 42 aanslagen zijn uit coulance vernietigd. In het beroep tegen de overgebleven 15 zaken beroept eiser zich op de evenredigheid. Deze beroepsgrond is vervolgens op geen enkele wijze toegelicht of uitgebreid. Het beroep slaagt niet.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 24/10984, ROT 24/10985, ROT 24/10986, ROT 24/10988,
ROT 24/10989, ROT 24/10994, ROT 24/10995, ROT 24/10997, ROT 24/10999,
ROT 24/11000, ROT 24/11001, ROT 24/11003, ROT 24/11004, ROT 24/11005,
ROT 24/11006.
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 13 mei 2026 in de zaken tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: [persoon A] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 14 en 16 oktober 2024.
De heffingsambtenaar heeft in 10 zaken het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de naheffingsaanslagen parkeerbelasting gehandhaafd. De heffingsambtenaar heeft in 5 zaken het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
Omdat de beroepen kennelijk ongegrond zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De beroepen hebben betrekking op naheffingsaanslagen parkeerbelasting zoals hieronder nader aangeduid.
|
Zaaknummer |
Locatie |
Datum parkeeractie |
Vorderingsnummer |
Uitspraak op bezwaar |
|
ROT 24/10984 |
Noordplein, Rotterdam |
5 november 2023, 14:46 uur |
[nummer 1] |
Niet-ontvankelijk |
|
ROT 24/10985 |
Noordplein, Rotterdam |
4 januari 2024 16:03 uur |
[nummer 2] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10986 |
Noordplein, Rotterdam |
2 januari 2024 10:14 uur |
[nummer 3] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10988 |
Noordplein, Rotterdam |
26 december 2023, 14:05 uur |
[nummer 4] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10989 |
Noordplein, Rotterdam |
19 december 2023 18:39 uur |
[nummer 5] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10994 |
Noordplein, Rotterdam |
16 januari 2024 13:25 uur |
[nummer 6] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10995 |
Noordplein, Rotterdam |
14 november 2023 18:20 uur |
[nummer 7] |
Niet-ontvankelijk |
|
ROT 24/10997 |
Noordplein, Rotterdam |
17 december 2023 17:25 uur |
[nummer 8] |
Afgewezen |
|
ROT 24/10999 |
Noordplein, Rotterdam |
1 november 2023 10:42 uur |
[nummer 9] |
Niet-ontvankelijk |
|
ROT 24/11000 |
Noordplein, Rotterdam |
13 december 2023 20.03 uur |
[nummer 10] |
Afgewezen |
|
ROT 24/11001 |
Noordplein, Rotterdam |
9 december 2023 11:58 uur |
[nummer 11] |
Afgewezen |
|
ROT 24/11003 |
Noordplein, Rotterdam |
6 december 2023 09:22 uur |
[nummer 12] |
Afgewezen |
|
ROT 24/11004 |
Noordplein, Rotterdam |
1 december 2023 09:52 uur |
[nummer 13] |
Niet-ontvankelijk |
|
ROT 24/11005 |
Noordplein, Rotterdam |
17 november 2023 21:56 uur |
[nummer 14] |
Niet-ontvankelijk |
|
ROT 24/11006 |
Noordplein, Rotterdam |
13 januari 2024 10:31 uur |
[nummer 15] |
Afgewezen |
3. De beroepen zijn op 3 december 2024 ingediend met een in alle zaken gelijkluidend beroepschrift. Bij het beroepschrift is gevoegd een productie bevattende een uitspraak op bezwaar van 22 oktober 2024 (vorderingsnummer [nummer 16] ) waarin het bezwaar gegrond is verklaard en de naheffingsaanslag is vernietigd. Tegen dit besluit is echter geen beroep gericht. De besluiten waartegen de beroepen zich wel richten zijn door de gemachtigde van eiser niet overgelegd, volstaan is met het noemen van vorderingsnummers.
4. Uit de overgelegde uitspraak op bezwaar en de door de heffingsambtenaar verstrekte stukken kan worden afgeleid dat de heffingsambtenaar aan eiser, in de periode van november 2023 tot en met januari 2024, 57 naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting heeft opgelegd. In de bezwaarfase heeft de heffingsambtenaar 42 van deze aanslagen uit coulance overwegingen vernietigd. Het beroep richt zich tegen de overige 15 uitspraken op bezwaar. In 10 van deze zaken is het bezwaar ongegrond verklaard en in 5 zaken is het bezwaar niet ontvankelijk verklaard.
5. In het beroepschrift staat als enige beroepsgrond: “cliënt stelt zich op het standpunt dat bij de beslissingen op bezwaar onvoldoende rekening is gehouden met het evenredigheidsbeginsel”. Tegen de niet-ontvankelijk verklaring van 5 bezwaarschriften is geen grond geformuleerd.
6. De rechtbank heeft eiser per brief van 5 december 2024 in de gelegenheid gesteld nadere gronden in te dienen en een kopie van de bestreden besluiten over te leggen. Bij brief van 11 augustus 2025 heeft de rechtbank eiser medegedeeld nog geen reactie te hebben ontvangen op deze brief en nogmaals verzocht om een reactie. Ook op deze brief is niet gereageerd.
7. De rechtbank is van oordeel dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn. Eiser heeft volstaan met één beroepsgrond voor alle zaken die ondanks verzoeken daartoe op geen enkele wijze nader is geconcretiseerd. Gezien de feitelijke omstandigheden zoals genoemd onder 4. lag dat zonder meer in de rede.
Voor de zaken waarin het bezwaarschrift niet ontvankelijk is verklaard, geldt dat tegen dat oordeel helemaal geen grond is gericht. Nu de rechtbank ook ambtshalve geen reden ziet voor het oordeel dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard, zijn de beroepen tegen deze besluiten kennelijk ongegrond.
Voor de zaken waarin het bezwaarschrift ongegrond is verklaard, geldt dat eiser heeft volstaan met de op geen enkele wijze nader gemotiveerde of geconcretiseerde stelling dat onvoldoende rekening is gehouden met het evenredigheidsbeginsel. Dit kan niet tot een geslaagd beroep leiden. De rechtbank heeft bij dit oordeel ook betrokken dat van toetsing aan het evenredigheidsbeginsel op grond van vaste jurisprudentie in zaken als de onderhavige in beginsel geen sprake kan zijn omdat sprake is van gebonden besluitvorming.
Conclusie en gevolgen
8. De beroepen zijn kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de naheffingsaanslagen in stand blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van G.L. Bolkestein, griffier.
|
griffier |
rechter |
Uitgesproken op 13 mei 2026.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.