Belastingrecht

Een reeks van 37 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiseres voor twee verschillende voertuigen, in een…

Rechtbank Rotterdam, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
7 juli 2026
Zaaknummer
ROT 24/8337 - ROT 24/8373
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:8111
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een reeks van 37 naheffingsaanslagen is opgelegd aan eiseres voor twee verschillende voertuigen, in een periode van minder dan twee maanden. 17 van deze aanslagen zijn uit coulance vernietigd. Eiseres beroept zich op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur voor de in stand gelaten aanslagen en stelt dat ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend ter zake van de vernietigde naheffingsaanslagen. Het beroep bevat geen enkele (feitelijke) onderbouwing. Dit beroep slaagt niet.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 24/8337, ROT 24/8338, ROT 24/8339, ROT 24/8340, ROT 24/8341, ROT 24/8342, ROT 24/8343, ROT 24/8344, ROT 24/8345, ROT 24/8346, ROT 24/8347, ROT 24/8348, ROT 24/8349, ROT 24/8350, ROT 24/8351, ROT 24/8352, ROT 24/8353, ROT 24/8354, ROT 24/8355, ROT 24/8356, ROT 24/8357, ROT 24/8358, ROT 24/8359, ROT 24/8360, ROT 24/8361, ROT 24/8362, ROT 24/8363, ROT 24/8364, ROT 24/8365, ROT 24/8366, ROT 24/8367, ROT 24/8368, ROT 24/8369, ROT 24/8370, ROT 24/8371, ROT 24/8372, ROT 24/8373.


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen


[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 18 juli 2024 en 24 juli 2024 in de zaken met bovengenoemde zaaknummers.

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan eiseres voor het jaar 2024 37 naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting opgelegd.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft nadat eiseres bezwaar heeft gemaakt, 20 naheffingsaanslagen gehandhaafd en hij heeft 17 naheffingsaanslagen uit coulance vernietigd.

1.3

Nadat geen van partijen desgevraagd heeft aangegeven ter zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek op 1 juni 2026 gesloten. De rechtbank heeft de zaken gevoegd en behandelt deze in één uitspraak.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslagen rechtmatig zijn opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. De beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

4. De naheffingsaanslagen zijn opgelegd, omdat een op naam van eiseres geregistreerde auto, op de volgende locaties, data en tijdstippen geparkeerd stond en bij controle is gebleken dat geen geldig parkeerbewijs voor de auto was geregistreerd:

Locatie

Datum

Tijd

Kenteken

Zaaknummer

Uitspraak op bezwaar

[locatie 1], Rotterdam

19 januari 2024

21:34

[kenteken 1]

ROT 24/8337

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

19 januari 2024

14:05

[kenteken 1]

ROT 24/8338

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

16 januari 2024

14:00

[kenteken 1]

ROT 24/8339

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

14 januari 2024

20:41

[kenteken 1]

ROT 24/8340

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

22 januari 2024

16:53

[kenteken 1]

ROT 24/8341

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

30 januari 2024

10:06

[kenteken 1]

ROT 24/8342

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

23 januari 2024

11:57

[kenteken 1]

ROT 24/8343

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

28 januari 2024

14:26

[kenteken 1]

ROT 24/8344

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

20 januari 2024

16:28

[kenteken 1]

ROT 24/8345

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

25 januari 2024

12:20

[kenteken 1]

ROT 24/8346

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

31 januari 2024

10:15

[kenteken 1]

ROT 24/8347

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

21 januari 2024

16:34

[kenteken 1]

ROT 24/8348

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

6 februari 2024

17:28

[kenteken 2]

ROT 24/8349

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

18 januari 2024

18:42

[kenteken 2]

ROT 24/8350

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

16 januari 2024

17:58

[kenteken 2]

ROT 24/8351

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

14 januari 2024

20:41

[kenteken 2]

ROT 24/8352

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

5 februari 2024

17:27

[kenteken 2]

ROT 24/8353

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

2 februari 2024

09:36

[kenteken 2]

ROT 24/8354

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

1 februari 2024

17:43

[kenteken 2]

ROT 24/8355

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

8 februari 2024

09:13

[kenteken 2]

ROT 24/8356

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

19 januari 2024

14:05

[kenteken 2]

ROT 24/8357

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

27 januari 2024

11:41

[kenteken 2]

ROT 24/8358

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

26 januari 2024

17:19

[kenteken 2]

ROT 24/8359

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

13 januari 2024

11:42

[kenteken 2]

ROT 24/8360

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

24 januari 2024

16:20

[kenteken 2]

ROT 24/8361

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

7 februari 2024

17:11

[kenteken 2]

ROT 24/8362

Vernietigd

[locatie 2], Rotterdam

23 januari 2024

11:57

[kenteken 2]

ROT 24/8363

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

28 januari 2024

14:27

[kenteken 2]

ROT 24/8364

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

21 januari 2024

16:34

[kenteken 2]

ROT 24/8365

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

22 januari 2024

16:53

[kenteken 2]

ROT 24/8366

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

31 januari 2024

20:32

[kenteken 2]

ROT 24/8367

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

30 januari 2024

10:06

[kenteken 2]

ROT 24/8368

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

11 februari 2024

16:42

[kenteken 2]

ROT 24/8369

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

10 februari 2024

10:47

[kenteken 2]

ROT 24/8370

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

9 februari 2024

16:47

[kenteken 2]

ROT 24/8371

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

25 januari 2024

12:20

[kenteken 2]

ROT 24/8372

Gehandhaafd

[locatie 2], Rotterdam

20 januari 2024

21:50

[kenteken 2]

ROT 24/8373

Gehandhaafd

Heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen terecht opgelegd?

5. Niet in geschil is dat op de bovenstaande locaties op de genoemde data en tijdstippen parkeerbelasting is verschuldigd volgens het tarievenoverzicht straatparkeren Rotterdam 2024.

6. Uit de uitspraken op bezwaar kan worden opgemaakt dat eiseres pas vanaf

1 februari 2024 beschikt over een parkeervergunning voor het voertuig met kenteken

[kenteken 1]. Eiseres heeft op 27 december 2023 weliswaar een aanvraag gedaan voor een tijdelijke parkeervergunning maar deze aanvraag is afgewezen op 15 januari 2024. De naheffingsaanslagen die zijn opgelegd voor het voertuig met kenteken [kenteken 1] zijn allen opgelegd tussen 14 januari 2024 en 1 februari 2024. Eiseres beschikte op dat moment niet over een geldige parkeervergunning voor dat kenteken.

Voor het voertuig met kenteken [kenteken 2] beschikte eiseres in januari en februari 2024 niet over een parkeervergunning. Eiseres heeft niet gesteld dat op een andere wijze parkeerbelasting is voldaan, noch kan dat worden opgemaakt uit de op de zaak betrekking hebbende stukken.

7. Eiseres betwist dit allemaal niet in het beroepschrift, wel stelt ze dat de heffingsambtenaar, na het opleggen van de tiende naheffingsaanslag, contact had moeten opnemen met eiseres. Eiseres stelt ook dat in de zaken waarin de naheffingsaanslag is vernietigd, ten onrechte geen proceskostenvergoeding in bezwaar is toegekend. Eiseres voegt daar nog aan toe: “In dat verband zijn daarop de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing.” Het beroepschrift bevat verder geen enkele op de zaak toegespitste motivering of uitleg.

8. Er is op zich geen rechtsregel die voorschrijft dat de heffingsambtenaar bij een repeterende overtreding van de parkeervoorschriften moet proberen met de eigenaar van de auto in contact te treden, ook niet om uit te sluiten dat zich een misverstand voordoet. In dit geval komt daar nog bij dat uit de uitspraken op bezwaar blijkt dat de eerste naheffingsaanslag op 17 januari 2024 aan eiseres is verzonden. In beroep is dit niet bestreden. Als er al sprake zou zijn van enig misverstand, kon eiseres vanaf dat moment dus in ieder geval op de hoogte zijn. De naheffingsaanslagen die door de heffingsambtenaar in stand zijn gelaten, zijn allemaal van na die datum.

9. Voor zover de niet nader gemotiveerde opmerking over de algemene beginselen van behoorlijk bestuur moet worden begrepen als een beroep op het evenredigheidsbeginsel, merkt de rechtbank het volgende op. Het opleggen van een naheffingsaanslag is een gebonden beslissing. Dat betekent dat de heffingsambtenaar op grond van de wet geen beleidsruimte heeft. De rechtbank mag de wettelijke verplichting tot het opleggen van een naheffingsaanslag niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die de wetgever niet heeft voorzien. Dat daarvan sprake is, is in dit geval niet gesteld, noch is dit gebleken uit de stukken. Eiseres heeft in haar beroepschrift geen enkele toelichting gegeven over de feitelijke situatie.

10. Eiseres heeft in beroep geen andere grond aangevoerd op grond waarvan geoordeeld moet worden dat de naheffingsaanslagen ten onrechte zijn opgelegd. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor dat oordeel. Dat geldt eveneens voor de in bezwaar vernietigde naheffingsaanslagen. Niet is gebleken dat deze anders dan om louter coulance-overwegingen zijn vernietigd.

11. De kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, worden door de heffingsambtenaar alleen vergoed op verzoek van eiseres voor zover het besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

12. Omdat de naheffingsaanslagen uit coulance overwegingen zijn vernietigd en omdat verder niet is gebleken dat de naheffingsaanslagen zijn vernietigd vanwege een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid, heeft de heffingsambtenaar terecht geen proceskostenvergoeding toegekend in de bezwaarfase.

Conclusie en gevolgen

13. De beroepen zijn ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van

G.L. Bolkestein, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.

griffier

rechter

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

HR 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535. Dat staat in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).