Belastingrecht
Mondelinge uitspraak gegrond. Belangenafweging heeft in beroep plaatsgevonden. Terecht per september niet…
Rechtbank Rotterdam, 23 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:7454 · Rechtbank Rotterdam · 23 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/belastingrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbrot-2021-7454
Zaakgegevens
Op 23 juni 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 juni 2021
- Datum publicatie
- 30 juli 2021
- Zaaknummer
- ROT 20/3258
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:7454
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak gegrond. Belangenafweging heeft in beroep plaatsgevonden. Terecht per september niet meer als toeslagpartner aangemerkt, naar aanleiding van het echtscheidingsverzoek in augustus..
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/3258
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
Eiseres is met kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. drs. S.H. van Wingerden.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 23 juni 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De rechtbank
-verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het bestreden besluit;
-bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
-bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 47,- vergoedt.
Overwegingen
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat de aanvraag van 24 juli 2018 voor de echtscheiding, op 6 augustus 2018 door de rechtbank is ontvangen. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de heer [persoon A] vanaf 1 september 2018 niet langer als toeslagpartner van eiseres is aan te merken.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet voorzien was van een deugdelijke motivering zoals bedoeld in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft desgevraagd ter zitting alsnog met toepassing van het Verzamelbesluit Toeslagen, laatstelijk aangepast per 15 januari 2021, de belangen van eiseres ten aanzien van de terugvordering afgewogen. Ten aanzien van de vraag of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand gelaten kunnen worden, volgt de rechtbank de ter zitting gegeven toelichting dat in het kader van de belangenafweging gebleken is dat er geen bijzondere omstandigheden zijn en zonodig een betalingsregeling voor de terugvordering getroffen kan worden.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is op 23 juni 2021 in het openbaar gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier.
De griffier is buiten staat de rechter is verhinderd te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.