Bestuursprocesrecht
Opposant heeft niet verder onderbouwd waarom sprake zou zijn van een Awb-besluit. Wat in verzet is aangevoerd…
Rechtbank Rotterdam, 15 november 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:9745 · Rechtbank Rotterdam · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2022-9745
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 14 november 2022
- Zaaknummer
- ROT 22/2864 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:9745
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opposant heeft niet verder onderbouwd waarom sprake zou zijn van een Awb-besluit. Wat in verzet is aangevoerd levert geen twijfel op over de buiten-zittinguitspraak
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 22/2864 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2022 op het verzet van
[naam opposant], uit [woonplaats],opposant.
Inleiding
Opposant is door het Operationeel overleg op de lijst geplaatst van gedetineerden met een vlucht- en maatschappelijk risico (GVM-lijst) met de status ‘hoog’. Tijdens een maandelijks voortgangsgesprek op 14 maart 2022 zou het bezwaar van opposant hiertegen zijn afgewezen.
Opposant heeft hiertegen beroep ingesteld (zaaknummer ROT 22/2864) en verzocht om een voorlopige voorziening (zaaknummer ROT 22/2199). Bij uitspraak van 27 juni 2022 heeft de rechtbank beslist onbevoegd te zijn om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Opposant heeft tegen deze uitspraak, voor zover deze ziet op het beroep, verzet ingesteld en verzocht om op een zitting te worden gehoord.
De rechtbank heeft het verzet op 1 november 2022 op zitting behandeld. Opposant is niet verschenen. Namens de Staat der Nederlanden (de toenmalig verweerder) is [naam] verschenen.
De uitspraak van 27 juni 2022
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank is tot de conclusie gekomen dat de civiele kort gedingrechter bij de rechtbank Den Haag bevoegd is en dat deze rechtbank om die reden onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening.
Het verzet van opposant
2. Opposant voert in verzet aan dat de bestuursrechter wel degelijk bevoegd is, omdat de afwijzing van zijn bezwaar valt aan te merken als een bestuursrechtelijk besluit.
Beoordeling door de verzetrechter
3. In deze procedure moet de verzetrechter de vraag beantwoorden of het beroep van opposant bij de uitspraak van 27 juni 2022 terecht zonder zitting is afgedaan, omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is. Dit betekent dat de beoordeling van de verzetrechter beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die ook nog hadden kunnen worden aangevoerd als wel een zitting zou zijn gehouden, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de buiten-zittinguitspraak. Als dat het geval is, dan is het verzet gegrond en komt de buiten-zittinguitspraak te vervallen. Het onderzoek wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
4. De verzetrechter overweegt dat wat door opposant in deze verzetprocedure is aangevoerd niet kan leiden tot twijfel over de buiten-zittinguitspraak van 27 juni 2022. Opposant heeft niet verder gemotiveerd waarom sprake zou zijn van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.
Conclusie en gevolgen
5. Dit leidt tot de conclusie dat door hetgeen in verzet is aangevoerd geen twijfel is ontstaan over de buiten-zittinguitspraak, zodat het verzet ongegrond zal worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2022.
De rechter is verhinderd te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: