Bestuursprocesrecht

Verzoek om een proceskostenveroordeling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van…

Rechtbank Rotterdam, 28 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 28 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 augustus 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
ROT 26/5418
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10727
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om een proceskostenveroordeling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is geen sprake van tegemoetkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 26/5418


uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 augustus 2026 in de zaak tussen


[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. D.H. van Tongerlo),

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. drs. M.A.C. Kooij).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter een verzoek om een veroordeling van het college in de proceskosten na intrekking van een verzoek om een voorlopige voorziening.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft op 4 augustus 2026 gereageerd.

1.2.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

2. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

2.1.

In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

3. Uit het verzoekschrift volgt dat verzoekster met haar verzoek om voorlopige voorziening wil bereiken dat haar voorlopig urgentie wordt toegekend. Bij het verzoekschrift heeft verzoekster het beroepschrift gevoegd, dat zij op 26 juni 2026 heeft ingediend tegen de beslissing op bezwaar van het college van 18 mei 2026. Daarbij heeft zij verder onder meer recente medische stukken van na het bestreden besluit ingebracht. Naar aanleiding hiervan heeft het college voorgesteld de situatie van verzoekster zo spoedig mogelijk ter advisering aan de GGD voor te leggen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee geen sprake van tegemoetkomen. Ook verder is niet gebleken dat anderszins een maatregel is genomen waartoe het verzoek om voorlopige voorziening strekt.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E.C. Debets, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H. Sabanovic, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263. ROT 26/5417