Civiel recht overig

Vanwege het uitblijven van een geschikte vervolgplek voor de jeugdige heeft de kinderrechter meermalen een…

Rechtbank Rotterdam, 28 mei 2018

Zaakgegevens

Op 28 mei 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 mei 2018
Datum publicatie
14 augustus 2018
Zaaknummer
C/10/549147 / JE RK 18-1235 (beschikking)
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:6683
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vanwege het uitblijven van een geschikte vervolgplek voor de jeugdige heeft de kinderrechter meermalen een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor een korte periode. Jeugdige verblijft bijna drie jaar in gesloten jeugdhulp. Afwijzingen door vervolgplekken hebben een negatieve invloed op de jeugdige. Machtiging (opnieuw) voor korte periode toegewezen en verzoek voor verdere behandeling verwezen naar de meervoudige kamer. ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2018:6684

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/549147 / JE RK 18-1235

datum uitspraak: 28 mei 2018

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2001 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te Rotterdam,

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek van de GI, met bijlagen, van 19 april 2018, ingekomen bij de griffie op 23 april 2018,

- de per fax verzonden brief met bijlage (verklaring gedragswetenschapper) van de GI van
25 mei 2018, ingekomen bij de griffie op 28 mei 2018.

Op 28 mei 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [voornaam minderjarige] , die tevens apart is gehoord, in het bijzijn van zijn advocaat mr. A.H.J. Strak,

- de moeder,

- twee vertegenwoordigsters van de GI, mevrouw [naam vertegenwoordigster 1] en mw. [naam vertegenwoordigster 2] .

Opgeroepen en niet verschenen is de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp, te weten Harreveld.

Bij beschikking van 5 januari 2018 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot

8 januari 2019. Bij die beschikking is een (nieuwe) machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 8 maart 2018, waarbij de beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

Bij beschikking van 6 maart 2018 is wederom een (nieuwe) machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 8 juni 2018, waarbij het overig verzochte is afgewezen.

Het verzoek en het standpunt van de GI

De GI handhaaft ter zitting het verzoek om [voornaam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden. Het is duidelijk dat [voornaam minderjarige] op dit moment nog niet toe is aan de stap naar een open setting. Hij heeft veel begeleiding nodig. Hij doet zijn best. Er wordt gewerkt aan uitbreiding van zijn begeleide verlof. Bij [voornaam minderjarige] is sprake van complexe problematiek, waardoor het realiseren van een vervolgplek langer duurt. [voornaam minderjarige] heeft een te grote zorgbehoefte. Er is sprake van LVB en van psychiatrische problematiek. Als de spanningen oplopen, neemt de psychiatrische component toe. Instanties schrikken daarvan. Hij heeft een voorwaardelijke PIJ-maatregel. De GI deelt de mening van [voornaam minderjarige] dat hij al lang gesloten geplaatst is, maar - aldus de GI - dat is niet voor niets. Hij moet zijn behandeling in Harreveld afronden. Op dit moment is nog steeds geen geschikte plek gevonden voor hem. De GI probeert voor [voornaam minderjarige] een voorziening met de juiste expertise te vinden waar aan de intensieve begeleidingsbehoefte van [voornaam minderjarige] tegemoet gekomen kan worden. Echter, [voornaam minderjarige] wordt telkens afgewezen. Vorig jaar was de hoop dat Groot Emaus een optie zou zijn, maar dat bleek niet het geval. De GI heeft vernomen dat een instelling nodig is waar een vaste psychiater in dienst is. De situatie van [voornaam minderjarige] is een uitzondering. Een thuisplaatsing nu is een stap te ver. Het zou niet goed zijn: als dat mis zou gaan, dan kan de voorwaardelijke PIJ omgezet worden in een onvoorwaardelijke. Behandeling bij de Waag, vanuit de thuissituatie, wordt niet toereikend geacht.

Het standpunt van belanghebbenden

Door en namens [voornaam minderjarige] is primair verzocht het verzoek af te wijzen en subsidiair verzocht een voorwaardelijke machtiging te verlenen. [voornaam minderjarige] is van mening dat hij al veel te lang gesloten geplaatst is. Sinds 27 januari 2016 verblijft hij op Harreveld. Sinds begin 2017 is men bezig om een geschikte plek te zoeken voor hem. Hij heeft enige tijd besloten gezeten en is toen terug geplaatst naar gesloten. [voornaam minderjarige] heeft behandeling nodig, maar hij wordt nu in de gesloten jeugdhulp gehouden, omdat de GI geen alternatief kan vinden. Er zou intensieve behandeling worden ingezet, maar nu ziet hij maar eenmaal per 6 weken een psychiater: dat is niet de bedoeling. Er is nu geen perspectief voor hem. Er moet snel duidelijkheid komen. Zijn verloven gaan goed. Hij wil graag naar huis met een voorwaardelijke machtiging. Hij heeft er vertrouwen in dat het goed zal gaan. Hij realiseert zich dat hij een voorwaardelijke PIJ-maatregel heeft. Hij wil graag een kans. Hij zal zich niet aan behandeling onttrekken; hij weet dat hij het nodig heeft.

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij [voornaam minderjarige] weer thuis wil hebben. De drie begeleide verloven zijn goed gegaan. Hij is niet agressief geweest. Zij verwacht niet dat het mis zal gaan waardoor hij een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zal krijgen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Uit het verhandelde ter zitting en uit de onderliggende stukken is gebleken dat [voornaam minderjarige] sinds oktober 2015 tot heden bijna onafgebroken in gesloten jeugdhulp heeft verbleven. Ondanks een intensieve zoektocht is geen vervolgplek voor hem beschikbaar. Volgens de GI is het perspectief van [voornaam minderjarige] om hem, wanneer hij hieraan toe is, over te plaatsen naar een passende open (behandel)setting bij eventueel De La Salle of Groot Emaus. Laatstgenoemde instelling, alsmede Pluryn en Ambiq hebben (eerder) aangegeven [voornaam minderjarige] geen passende plek te kunnen bieden waarin tegemoet gekomen kan worden aan zijn intensieve zorgbehoefte. De jeugdbeschermer heeft de situatie van [voornaam minderjarige] opgeschaald naar de gebiedsmanager en de manager van team zorgbemiddeling.

De terugplaatsing binnen Harreveld en de afwijzingen door vervolgplekken hebben een negatieve invloed op [voornaam minderjarige] , op zijn functioneren en zijn motivatie. [voornaam minderjarige] is een zeer kwetsbare jongen met veel behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Hij doet echt zijn best. Hij heeft laten zien niet meer weg te lopen, te kunnen kiezen voor zijn eigen toekomst en meer inzicht te hebben. Moeder is betrokken bij de behandeling.

Horizon heeft in Perspectiefplan vervolg nr. 8 (pag. 5) aangegeven dat [voornaam minderjarige] na zijn behandeling in de gesloten setting geplaatst zou moeten worden in een open residentiële setting voor jongeren met LVB-problematiek in combinatie met ernstige gedrags- en/of psychiatrische problematiek (JSGLVB). De gedragswetenschapper heeft kenbaar gemaakt dat deze settingen pas de mogelijkheid tot plaatsing kunnen beoordelen vanaf de meerderjarige leeftijd. De gedragswetenschapper heeft verder onder meer vermeld dat bij [voornaam minderjarige] sprake is van een ernstige gedragsstoornis, alsmede van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Volgens haar is [voornaam minderjarige] aangewezen op langdurige behandeling tot ver in de volwassenheid. De indicatie voor behandeling binnen de gesloten jeugdhulp is nog steeds aanwezig, stelt zij. Duidelijkheid en weten waar hij aan toe is lijkt voor [voornaam minderjarige] een essentiële voorwaarde om te kunnen functioneren. Het stapsgewijs toewerken naar het uitbreiden van leeftijdsadequate vrijheden en verantwoordelijkheden is op zijn plaats bij hem in de komende periode als voorbereiding op uiteindelijk een plaatsing binnen een open behandelplek binnen de SGLVB-sector.

Mede vanwege het uitblijven van een vervolgplek voor [voornaam minderjarige] heeft de kinderrechter meermalen een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor een korte periode. Bij de meest recente beschikking van 6 maart 2018 is daarbij het nog resterende verzochte deel voor de duur van één maand, afgewezen. [voornaam minderjarige] verblijft inmiddels ruim twee en een half jaar in de gesloten jeugdhulp. Deze vorm van jeugdhulp is bedoeld als laatste mogelijkheid wanneer andere, lichtere vormen van jeugdhulp niet afdoende zijn. In de situatie van [voornaam minderjarige] lijkt verblijf in de gesloten jeugdhulp de enige mogelijkheid, omdat andere instellingen hem niet willen/kunnen opvangen. Onder die omstandigheden pleiten [voornaam minderjarige] en zijn moeder voor terugkeer van [voornaam minderjarige] naar huis, onder zeer strikte voorwaarden. Een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zou daarbij als stok achter de deur kunnen dienen. Daarnaast zijn [voornaam minderjarige] en zijn moeder zich welbewust van de voorwaardelijke PIJ-maatregel die voor [voornaam minderjarige] geldt.

Gelet op vorenbeschreven complexe problematiek ziet de kinderrechter aanleiding de zaak voor verdere behandeling en beoordeling te verwijzen naar de meervoudige kamer.

De kinderrechter is van oordeel dat hulpverlening in het gedwongen kader op dit moment nog nodig is in afwachting van de vervolgzitting. De machtiging gesloten jeugdhulp zal daarom voor een periode van drie maanden worden verleend, onder aanhouding van het overig verzochte.

De GI wordt verzocht uiterlijk één week voor de na te noemen zittingsdatum nader te rapporteren, over onder meer de beschikbaarheid van een geschikte vervolgplek voor [voornaam minderjarige] , onder gelijktijdige verzending aan de belanghebbenden.

Indien de overige belanghebbenden ter onderbouwing van hun standpunt nog nadere stukken wensen in te brengen, worden zij verzocht dit eveneens uiterlijk één week voor de na te noemen zittingsdatum te doen, onder gelijktijdige verzending aan de rechtbank en de overige belanghebbenden.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een (nieuwe) machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 8 juni 2018 tot 8 september 2018 betreffende [voornaam minderjarige] ;

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI en de belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op 24 juli 2018 te 14.00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mrs. A.A.J. de Nijs, C.N. Melkert en E.J. Stalenberg, kinderrechters;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, mr. A.H.J. Strak en de belanghebbenden;

gelast de oproeping van [voornaam minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en -tijdstip.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

P. Thakoerdat als griffier en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2018.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.