Civiel recht overig
Europees bankbeslag. Verzoeker heeft nog geen executoriale titel. Afwijzing beslagverlof omdat geen zekerheid…
Rechtbank Rotterdam, 27 november 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:9770 · Rechtbank Rotterdam · 27 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2018-9770
Zaakgegevens
Op 27 november 2018 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 november 2018
- Datum publicatie
- 28 november 2018
- Zaaknummer
- C/10/558112 / KG RK 18-1174
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2018:9770
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Europees bankbeslag. Verzoeker heeft nog geen executoriale titel. Afwijzing beslagverlof omdat geen zekerheid (door de voorzieningenrechter bepaald op 30 %) is gesteld.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/558112 / KG RK 18-1174
Beschikking van de voorzieningenrechter van 27 november 2018
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ECP FINANCE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster,
advocaat mr. I.B. Jansse te Rotterdam,
en
[Gerekwestreerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gerekwestreerde.
1 Het verzoek en de beoordeling
Verzoekster heeft op 7 september 2018 bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek om een Europees bevel tot conservatoir beslag op een bankrekening ten laste van gerekwestreerde ingediend.
Verzoekster beschikt thans niet over een executoriale titel voor de vordering waarvoor zij Europees bankbeslag wenst te leggen.
De voorzieningenrechter heeft, op de voet van artikel 12 lid 1 van Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014, bepaald dat verzoekster zekerheid moet stellen ter hoogte van 30% van de hoofdvordering ad € 134.166,67, derhalve, afgerond, op € 40.250,-.
De griffier heeft verzoekster verzocht om deze zekerheid te stellen, eerst telefonisch op 10 september 2018 en vervolgens bij e-mailbericht van 24 oktober 2018. De termijn voor zekerheidstelling is daarbij gesteld op 14 dagen.
Verzoekster heeft geen zekerheid gesteld. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.