Civiel recht overig
Erfrecht. Klachten over testamentair bewindvoerder.
Rechtbank Rotterdam, 28 juni 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:6077 · Rechtbank Rotterdam · 28 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2021-6077
Zaakgegevens
Op 28 juni 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 juni 2021
- Datum publicatie
- 28 juni 2021
- Zaaknummer
- 9167957
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:6077
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Erfrecht. Klachten over testamentair bewindvoerder.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 9167957 VZ VERZ 21-7006
uitspraak: 28 juni 2021
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam
op de klacht van:
[persoon A] (hierna: ‘ [persoon A] ’),
wonende te [woonplaats A] ,
tegen zijn testamentair bewindvoerder:
[naam bewindvoerder] (hierna: ‘de bewindvoerder’),
gevestigd te [vestigingsplaats] .
1. De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
• de brief met bijlagen van [persoon A] van 15 april 2021;
• de reactie daarop van de bewindvoerder van 2 juni 2021.
Een mondelinge behandeling van de zaak is achterwege gebleven, door de maatregelen in verband met corona maar ook omdat deze zaak zich leent om af te doen zonder mondelinge behandeling daarvan.
2. De beoordeling
inleiding
[persoon A] brengt een aantal klachten over zijn bewindvoerder naar voren. Deze klachten en de reactie daarop van de bewindvoerder worden hierna besproken. In zijn brief brengt [persoon A] ook de handelwijze van zijn vorige testamentair bewindvoerder ( [naam vorige bewindvoerder] ) ter sprake, maar omdat zijn klacht zich uitsluitend richt tegen de huidige bewindvoerder, kan wat [persoon A] over [naam vorige bewindvoerder] naar voren brengt, en waarop door de advocaat van [naam vorige bewindvoerder] bij brief van 31 mei 2021 is gereageerd, onbesproken blijven.
toegang tot bankrekeningen
[persoon A] vraagt zich af waarom de bewindvoerder pas op 26 maart 2021 toegang tot zijn bankrekeningen kreeg. De bewindvoerder voert aan dat dit te wijten is aan een probleem bij ABN AMRO en dat dit dus niet aan haar lag. In zijn e-mail van 4 maart 2021 heeft [persoon A] dit richting de bewindvoerder ook erkend (bijlage 1 van de bewindvoerder). Het is daarom niet duidelijk wat [persoon A] de bewindvoerder op dit punt verwijt. De klacht wordt ongegrond verklaard.
termijn rekening en verantwoording
[persoon A] stelt dat de vorige bewindvoerder nog geen rekening en verantwoording heeft afgelegd en dat de bewindvoerder hem daarvoor ook geen termijn heeft gesteld. Ook heeft de vorige bewindvoerder twee dagen voor het eindigen van zijn bewind een bedrag van € 50.000,- van de rekening van [persoon A] heeft gehaald. Deze klacht ziet op de vorige bewindvoerder. Het is niet duidelijk wat [persoon A] de huidige bewindvoerder verwijt. Ook deze klacht wordt ongegrond verklaard.
rekening- en urenoverzicht
[persoon A] stelt nog geen rekening- en urenoverzicht van de bewindvoerder gekregen te hebben en dat hij daarom niet weet wat hij aan de bewindvoerder moet betalen. Dit probleem is, naar de kantonrechter begrijpt uit de brief van de bewindvoerder van 2 juni 2021, opgelost. De factuur voor de werkzaamheden van januari tot en met maart 2021 is door de bewindvoerder op 16 april 2021 naar [persoon A] gestuurd en vanaf mei 2021 krijgt [persoon A] maandelijks een factuur. De kantonrechter merkt op dat april 2021 in deze reactie van de bewindvoerder ontbreekt. Voor zover de factuur voor die maand nog niet verstuurd is, gaat de kantonrechter ervan uit dat dit op korte termijn alsnog gebeurt. Van verwijtbaar handelen van de bewindvoerder is geen sprake. De klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
meekijken rekeningen
[persoon A] stelt dat hij nog niet kan meekijken op zijn rekeningen, terwijl dit wel toe is gezegd. De bewindvoerder voert in reactie hierop aan dat dit ten aanzien van de beheerrekening niet kan, maar dat [persoon A] wel iedere maand een rapport met mutaties op zijn beheerrekening van de bewindvoerder krijgt. Op de leefgeldrekening kan [persoon A] wel meekijken. Omdat [persoon A] niet stelt welk belang hij erbij heeft om (dagelijks) mee te kunnen kijken op de beheerrekening, acht de kantonrechter het maandelijkse rapport voldoende. De klacht wordt ongegrond verklaard.
saldo rekening
[persoon A] vraagt zich af hoe het kan dat het saldo van zijn rekening tussen 1 januari 2021 en 31 maart 2021 niet veranderd is, terwijl hij op 26 maart 2021 wel geld heeft ontvangen. De bewindvoerder geeft als verklaring dat de mutaties op de rekening op het moment dat het overzicht waaruit [persoon A] zijn informatie haalt (14 april 2021) nog niet was bijgewerkt. Dit is inmiddels wel gebeurd. Van enig verwijtbaar handelen van de bewindvoerder is niet gebleken. De klacht wordt ongegrond verklaard.
aanpassen aandelenportefeuille
[persoon A] stelt dat gesprekken gaande zijn (tussen de bewindvoerder en de bank) over het aanpassen van zijn aandelenportefeuille, zonder dat hij ( [persoon A] ) dit weet. Uit bijlage 3 van de bewindvoerder blijkt dat [persoon A] hierover wel is geïnformeerd, namelijk bij mail van 19 februari 2021. Ook deze klacht wordt daarom ongegrond verklaard.
3. De beschikking
De kantonrechter:
- verklaart de klachten van [persoon A] tegen de bewindvoerder ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
686