Civiel recht overig

verlenging ondertoezichtstelling

Rechtbank Rotterdam, 24 februari 2022

Zaakgegevens

Op 24 februari 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 februari 2022
Datum publicatie
17 maart 2022
Zaaknummer
C/10/631887 / JE RK 22-99
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:1989
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens: C/10/631887 / JE RK 22-99

datum uitspraak: 24 februari 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2012 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 12 januari 2022, ingekomen bij de griffie op 13 januari 2022.

Op 24 februari 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam ].

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.

Bij beschikking van 9 juni 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot [geboortedatum kind] 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van de GI

De GI handhaaft ter zitting haar verzoek. [naam kind] is in juni 2021 onder toezicht gesteld. De moeder heeft een positieve omslag gemaakt. Zij werkt sinds de betrokkenheid van de huidige jeugdbeschermer goed mee met de afspraken. De EMDR-therapie is afgerond. Daarnaast is het handelingsgericht onderzoek van [naam kind] bij het KSCD afgrond. Het onderzoek is gedaan om te onderzoeken of de achterstand die [naam kind] heeft komt door het schoolverzuim of haar cognitieve capaciteiten. Het onderzoek laat een wisselend beeld zien. Het KSCD heeft geadviseerd om in te zetten op de hechting tussen [naam kind] en moeder. Er is geen sprake meer van schoolverzuim. De hulpverlening zal samen met de moeder de vrijetijdsbesteding voor [naam kind] regelen en een weekplanning maken en [naam kind] stimuleren op schoolgebied. De GI wil kijken of Specialistisch Ambulant hulp kan bieden. De ondertoezichtstelling is nodig om de inzet van hulpverlening te kunnen borgen.

Het standpunt van de moeder

De moeder is het eens met het verzoek. Zij ondervindt veel steun aan de hulpverlening.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat de zorgen over de ontwikkeling van [naam kind] nog aanwezig zijn. De moeder heeft sinds de start van de ondertoezichtstelling meegewerkt aan de hulpverlening. De moeder accepteert de huisbezoeken vanuit de GI en is open naar de GI. De moeder heeft EMDR-therapie afgerond en ervaart hierdoor meer rust en ruimte om zich in te zetten voor de thuissituatie. Daardoor lijkt het ook veel beter te gaan met [naam kind]. Zij gaat bijvoorbeeld weer naar school.

Punt van zorg is dat de moeder in het verleden niet altijd open stond voor hulp. Nu de goede lijn is ingezet en de moeder een goede klik heeft met de jeugdbeschermer, is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer daarom nog noodzakelijk om de huidige positieve lijn in de ontwikkeling en de schoolgang van [naam kind] vast te houden.

Hieruit blijkt dat is voldaan aan de eisen van de wet, genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van zes maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 9 september 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2022 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 maart 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.