Civiel recht overig

Verzoekschrift. Niet-ontvankelijkverklaring in verband met niet betalen griffierecht. Geen toepassing artikel…

Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2023

Zaakgegevens

Op 17 maart 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Dordrecht
Datum uitspraak
17 maart 2023
Datum publicatie
17 maart 2023
Zaaknummer
10036907 / VZ VERZ 22-150
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:2280
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoekschrift. Niet-ontvankelijkverklaring in verband met niet betalen griffierecht. Geen toepassing artikel 282a lid 4 Rv.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 10036907 / VZ VERZ 22-150

datum uitspraak: 17 maart 2023

Beschikking van de kantonrechter

op het verzoek van

[verzoeker01] ,

wonende in [woonplaats01] ,

verzoeker,

die zelf procedeert,

om als getuige te horen

[verweerder01] ,

wonende op een onbekend adres,

verweerder.

1. De beoordeling

1.1.

Op 5 augustus 2022 is een verzoekschrift van verzoeker ontvangen. De ontvangst van het verzoekschrift is per brief aan verzoeker bevestigd. In diezelfde brief is aan verzoeker medegedeeld dat hij op grond van artikel 3 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken verplicht is om het verschuldigde griffierecht binnen vier weken - te rekenen vanaf de indiening van het verzoekschrift - te voldoen en dat hij bij gebreke van tijdige betaling het risico loopt dat de kantonrechter hem op grond van artikel 282a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (‘Rv’) niet-ontvankelijk verklaart in zijn verzoek.

1.2.

Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht en/of opschorting van de betalingstermijn is afgewezen.

1.3.

Op verzoek van zijn raadsvrouw is medegedeeld dat in afwachting van de uitspraak van een door verzoeker tegen de Staat der Nederlanden aangespannen kort geding nog geen uitspraak in deze zaak wordt gedaan.

1.4.

Op 7 februari 2023 is uitspraak gedaan in het kort geding tegen de Staat en zijn de vorderingen van verzoeker in het kort geding afgewezen. De kantonrechter zal daarom nu uitspraak doen.

1.5.

De kantonrechter heeft geconstateerd dat, ondanks herhaald verzoek daartoe, het griffierecht op dit moment nog steeds niet is voldaan. De termijn van vier weken - te rekenen vanaf de indiening van het verzoekschrift - is ruimschoots verstreken. Verzoeker heeft na de afwijzing van zijn verzoek als bedoeld onder 1.2. en na de uitspraak in het door hem aangespannen kort geding niet meer van zich laten horen. Daarom gaat de kantonrechter er vanuit dat verzoeker volhardt in zijn standpunt dat hij ten onrechte griffierecht moet betalen en ziet de kantonrechter ook geen aanleiding om verzoeker opnieuw in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het niet tijdig voldoen van het verschuldigde griffierecht.

1.6.

Aangezien verzoeker ook geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat niet-ontvankelijkverklaring in zijn verzoek gelet op zijn belang bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 282a lid 4 Rv, waarvan bijvoorbeeld sprake is in het geval van niet-tijdige afboeking van het griffierecht van een rekening-courant (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 oktober 2011, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2011:BS1687), wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

2. De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.

38671