Civiel recht overig
Tussenbeschikking. Verzoek gelasten voorlopig getuigenverhoor. Artikel 187 lid 4 Rv.
Rechtbank Rotterdam, 15 juni 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:5274 · Rechtbank Rotterdam · 15 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2023-5274
Zaakgegevens
Op 15 juni 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 juni 2023
- Datum publicatie
- 21 juni 2023
- Zaaknummer
- 10344983 / VZ VERZ 23-1804
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:5274
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenbeschikking. Verzoek gelasten voorlopig getuigenverhoor. Artikel 187 lid 4 Rv.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10344983 / VZ VERZ 23-1804
datum uitspraak: 15 juni 2023
Beschikking van de kantonrechter
op het verzoek van
[verzoeker01] ,
wonende in [woonplaats01] ,
verzoeker,
die zelf procedeert,
om als getuige te horen
[naam01] ,
wonende op een onbekend adres.
De bovenstaande personen worden hierna ‘ [verzoeker01] ’ en ‘ [naam01] ’ genoemd.
1. De procedure
Op 20 februari 2023 is op de griffie het verzoekschrift van [verzoeker01] ontvangen.
Op 1 maart 2023 zijn op de griffie de bijlagen 4 tot en met 7 van [verzoeker01] ontvangen.
2. Het verzoek
Het verzoekschrift van [verzoeker01] strekt tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor.
[verzoeker01] legt aan zijn verzoek - kort samengevat - het volgende ten grondslag. [naam01] is werkzaam bij GR Sociaal (voorheen de Sociale Dienst Drechtsteden) en in die hoedanigheid heeft zij opzettelijk post aangetekend naar het verkeerde adres van [verzoeker01] gestuurd.
3. De beoordeling
Op grond van artikel 187 lid 4 Rv wordt niet eerder op het verzoek van [verzoeker01] beschikt, dan nadat een mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden, waartoe [verzoeker01] en zijn wederpartij worden opgeroepen. Daarvan wordt enkel afgezien, als de wederpartij van [verzoeker01] aangeeft dat zij geen bezwaar maakt tegen het verzoek van [verzoeker01] .
Hoewel [verzoeker01] in zijn verzoekschrift geen verwerende partij heeft genoemd, stelt [verzoeker01] aan het slot van zijn verzoekschrift dat de hoofdprocedure zich tegen GR Sociaal zal richten, omdat GR Sociaal “bewust in strijd met de wet, het recht, de jurisprudentie en common sense” handelt (zie randnummer 26 van het verzoekschrift). Op grond hiervan is de kantonrechter voornemens om GR Sociaal aan te merken als de wederpartij van [verzoeker01] . [verzoeker01] wordt zekerheidshalve in de gelegenheid gesteld om zich schriftelijk bij akte uit te laten over de vraag of dit klopt en, zo hij vindt van niet, wie dan als zijn wederpartij moet(en) worden aangemerkt.
Na ontvangst van de reactie van [verzoeker01] zal de wederpartij in de gelegenheid moeten worden gesteld om kenbaar te maken of deze bezwaar wil maken tegen het verzoek van [verzoeker01] . Daartoe is het nodig dat de kantonrechter over de adresgegevens van de wederpartij beschikt. Het verzoekschrift vermeldt die gegevens niet. [verzoeker01] moet daarom in voornoemde akte ook direct de adresgegevens van zijn wederpartij vermelden. Dit geldt ook voor de gegevens van de opgegeven getuige, waarvan de adresgegevens en de geboortedatum ontbreken. Als [verzoeker01] daar niet over beschikt, is het in het geval van een natuurlijk persoon voldoende als hij de geboortedatum van die persoon vermeldt. De griffie kan met de naam en geboortedatum zonodig zelf aan de hand van een BRP-uittreksel de adresgegevens van de getuige achterhalen.
De zaak wordt nu verwezen naar donderdag 29 juni 2023 om 12:00 uur , zodat [verzoeker01] zich dan bij akte kan uitlaten over wat in overwegingen 3.2. en 3.3. staat.
In het geval dat [verzoeker01] niet (tijdig) reageert of als zijn reactie niet de gevraagde gegevens bevat, moet [verzoeker01] er rekening mee houden dat zijn verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat de bijlagen 1 tot en met 3 nog niet in het procesdossier zitten, terwijl [verzoeker01] daar in zijn verzoekschrift wel naar verwijst. Als [verzoeker01] die bijlagen alsnog in het geding wil brengen, kan hij dat ook op de hiervoor in 3.4. genoemde datum en tijd doen.