Civiel recht overig

Verzoek om voor recht te verklaren dat verzoekster erfgenaam is van de overledene. Verwijzing naar de…

Rechtbank Rotterdam, 20 januari 2023

Zaakgegevens

Op 20 januari 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
20 januari 2023
Datum publicatie
3 februari 2023
Zaaknummer
10277074 \ VZ VERZ 23-1
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:735
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voor recht te verklaren dat verzoekster erfgenaam is van de overledene. Verwijzing naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, omdat de overledene zijn laatste woonplaats had in Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht

zaaknummer: 10277074 \ VZ VERZ 23-1

datum uitspraak: 20 januari 2023

Beschikking van de kantonrechter

in de zaak van

[verzoekster01] ,

woonplaats: [woonplaats01] ,

verzoekster.

die zelf procedeert.

1. De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

- het verzoekschrift, ingekomen op 4 januari 2023, met producties.

1.2.

Op 17 januari 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met verzoekster en haar dochter besproken.

2. De beoordeling

2.1.

Op 3 februari 2022 is te [plaats01] overleden [naam01] , geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats01], die voor het laatst woonde in [plaats01] (hierna: de overledene).

2.2.

Verzoekster verzoekt om de nalatenschap van de overledene aan haar toe te wijzen. Zij heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij de zus is van de overledene, maar dit in de Basisregistratie personen niet is geregistreerd. Verzoekster en de overledene zijn in de jaren 30 van de vorige eeuw in voormalig Nederlands-Indië geadopteerd door hun ouders, [naam02] en [naam03] . Deze adopties zijn niet in Nederland geregistreerd, waardoor een notaris geen verklaring van erfrecht wil afgeven.

2.3.

Het verzoek van verzoekster ziet erop om voor recht te verklaren dat zij erfgenaam is van de overledene. Een verklaring voor recht is van onbepaalde waarde, zodat de kantonrechter in beginsel niet bevoegd is. Er zijn echter duidelijke aanwijzingen dat de nalatenschap van de overledene moet worden gewaardeerd op een lager bedrag dan € 25.000,-, omdat de overledene volgens verzoekster geestelijk gehandicapt was, in een verzorgingshuis woonde en alleen wat spaargeld had (een bedrag met drie nullen). De kantonrechter is daarom de bevoegde rechter.

2.4.

Het verzoek is echter ingediend bij de verkeerde kantonrechter. De laatste woonplaats van de overledene was [plaats01] , zodat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam de bevoegde rechter is op grond van artikel 268 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, is daarom niet bevoegd om deze zaak te behandelen. De zaak wordt daarom verwezen in de stand waarin zij zich bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam.

3. De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;

3.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.

31688