Civiel recht overig

Beschikking voorlopig getuigenverhoor. Niet-ontvankelijk.

Rechtbank Rotterdam, 12 maart 2024

Zaakgegevens

Op 12 maart 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
12 maart 2024
Datum publicatie
29 maart 2024
Zaaknummer
10894613 VZ VERZ 24-573
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:2597
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking voorlopig getuigenverhoor. Niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 10894613 VZ VERZ 24-573

uitspraak: 12 maart 2024

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor

in de zaak van

[verzoeker] ,

zonder woon- of verblijfplaats in Nederland,

plaats van domicilie: [plaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. L.M.E. Jongenelis,

gericht tegen

1 [verweerder 1] ,

2. [verweerder 2] ,

beiden werkzaam bij de Nationale Politie en aangesteld bij de eenheid Rotterdam,

verweerders,

die zelf procederen.

De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’, ‘ [verweerder 1] ’ en ‘ [verweerder 2] ’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 22 januari 2024;

  • de reactie van verweerders.

2 De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

2.1.

[verzoeker] is op 5 oktober 2023 door verbalisanten [verweerder 1] en [verweerder 2] aangehouden op verdenking van een overtreding van artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens [verzoeker] is daarbij het volgende gebeurd. Door toedoen van een van de verbalisanten is zijn rugzak met daarin zijn bezittingen op het wegdek gekomen en vervolgens overreden door een vrachtwagen. [verzoeker] wil de door hem geleden schade vergoed krijgen en is daarom voornemens een procedure tegen de Staat der Nederlanden (hierna: de Staat) te starten. Hij verzoekt vooruitlopend daarop om [verweerder 1] en [verweerder 2] te horen in het kader van een voorlopig getuigenverhoor.

2.2.

[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben per e-mail op het verzoek van [verzoeker] gereageerd en daartegen geen bezwaren geuit.

De uitkomst

2.3.

[verzoeker] is niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Hierna wordt toegelicht waarom.

De getuigen zijn aangemerkt als wederpartij

2.4.

Uit het verzoekschrift blijkt dat het verzoek wordt gedaan ten behoeve van een procedure die mogelijk aanhangig wordt gemaakt tegen de Staat. Het verzoek is echter gericht tegen de getuigen, en dus niet tegen de beoogde wederpartij in de mogelijke toekomstige procedure. Door het ontbreken van de naam en woonplaats van de (juiste) wederpartij, voldoet het verzoekschrift niet aan de vereisten die daaraan worden gesteld op grond van artikel 187 lid 3 sub d Rv. [verzoeker] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Dat betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling.

3 De beslissing

De kantonrechter,

3.1.

verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

43416