Civiel recht overig
Verzoek art. 3:268 lid 2 BW. Toewijzing.
Rechtbank Rotterdam, 22 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:3830 · Rechtbank Rotterdam · 22 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2024-3830
Zaakgegevens
Op 22 maart 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 22 maart 2024
- Datum publicatie
- 26 april 2024
- Zaaknummer
- C/10/674245 / KG RK 24-223
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2024:3830
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek art. 3:268 lid 2 BW. Toewijzing.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/674245 / KG RK 24-223
Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
RNHB B.V.
gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
advocaat mr. J. Meuleman te Amsterdam,
tegen
[verweerster],
wonende Rotterdam,
verweerster,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift van 21 februari 2024;
-
de mondelinge behandeling van 14 maart 2024.
Ter zitting zijn verschenen:
-
mr. J. Meuleman, advocaat van verzoekster;
-
de heren [naam 1] en [naam 2] namens verzoekster;
-
[naam 3], beoogd koper.
2 Het verzoek
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van toestemming voor de onderhandse verkoop van de in het verzoekschrift omschreven onroerende zaak gelegen aan [adres], een en ander als bedoeld in artikel 3:268 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3 De beoordeling
De voorzieningenrechter acht de tussen verzoekster en de beoogde koper overeengekomen prijs redelijk, nu deze boven de executiewaarde ligt.
Het verzoek is niet onrechtmatig of ongegrond, aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt dan ook toegewezen, met dien verstande dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:268 lid 2 laatste volzin van het Burgerlijk Wetboek wordt toegewezen.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter,
verleent toestemming aan verzoekster om de bedoelde onroerende zaak onderhands te verkopen voor de prijs van € 355.000,-- aan [naam 3] zulks conform de aan deze beschikking gehechte koopovereenkomst die partijen hebben ondertekend op 19 en 20 februari 2024;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2024.
3610/2009