Civiel recht overig
Verzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis. Artikel 985 Rv.
Rechtbank Rotterdam, 10 april 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:4562 · Rechtbank Rotterdam · 10 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2025-4562
Zaakgegevens
Op 10 april 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 10 april 2025
- Datum publicatie
- 15 april 2025
- Zaaknummer
- C/10/686884 / HA RK 24-919
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2025:4562
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis. Artikel 985 Rv.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/686884 / HA RK 24-919
Beschikking van 10 april 2025
in de zaak van
1 [verzoeker sub 1] ,
wonend in [plaats 1] ( [land] ),
2. [verzoeker sub 2],
wonend in [plaats 1] ( [land] ),
verzoekers,
advocaat mr. B. Molenaar te Wijchen
en
1 [belanghebbende sub 1] ,
wonend in [plaats 2] ,
2. [belanghebbende sub 2],
wonend in [plaats 2] ,
belanghebbenden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [verzoekers c.s.] en [belanghebbenden c.s.] genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het verzoekschrift met producties, dat bij de rechtbank is binnengekomen op 26 september 2024;
-
de aanvullende producties van [verzoekers c.s.] ;
-
de mondelinge behandeling van 6 maart 2025. Tijdens de mondelinge behandeling is mr. Molenaar verschenen. [belanghebbenden c.s.] zijn, hoewel deugdelijk opgeroepen bij exploot van 24 februari 2025, niet verschenen.
2 De beoordeling
Het gaat in deze zaak om een verzoek tot het verkrijgen van verlof tot tenuitvoerlegging van het vonnis van 6 januari 2020 van de kantonrechter in het Eerste kanton in Suriname met [zaaknummer] (hierna: het vonnis), met veroordeling van [belanghebbenden c.s.] in de proceskosten. [verzoekers c.s.] leggen aan het verzoek ten grondslag de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname betreffende de wederzijdse erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken (hierna: het verdrag).
[verzoekers c.s.] wensen het vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen, omdat [belanghebbenden c.s.] tot nu toe niet aan de veroordelingen in het vonnis hebben voldaan.
Artikel 985 Rv bepaalt dat, wanneer een beslissing – gegeven door de rechter van een vreemde Staat – in Nederland uitvoerbaar is krachtens een verdrag, deze beslissing pas ten uitvoer kan worden gelegd na daartoe verkregen rechterlijk verlof. Daarbij wordt de zaak zelf niet aan een nieuw onderzoek onderworpen.
Op grond van artikel 270 Rv moet de rechter ambtshalve toetsen of zij relatief bevoegd is om van een verzoekschrift kennis te nemen. Artikel 985 Rv bepaalt dat tot de kennisneming van het verzoek tot verlening van het verlof is bevoegd onder meer de rechtbank van het arrondissement waar de verweerders woonplaats hebben. [belanghebbenden c.s.] hebben woonplaats in het arrondissement van deze rechtbank ( [plaats 2] ), zodat deze rechtbank relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Op dit verzoek is van toepassing het verdrag, waarbij Nederland en Suriname partij zijn.
Niet is gebleken dat de bepalingen uit het verdrag (met name artikelen 2, 3 en 4) in de weg staan aan verlening van het verzochte verlof, zodat dit wordt verleend.
[belanghebbenden c.s.] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoekers c.s.] worden begroot op:
- explootkosten € 146,73
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten x tarief € 614,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.872,73
3 De beslissing
De rechtbank
verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van het op 6 januari 2020 door de kantonrechter in het Eerste kanton in Suriname gewezen vonnis met [zaaknummer]
[zaaknummer] ;
veroordeelt [belanghebbenden c.s.] in de proceskosten van [verzoekers c.s.] , tot vandaag begroot op € 1.872,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [belanghebbenden c.s.] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en de beschikking daarna wordt betekend, dan moeten [belanghebbenden c.s.] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.
3894/2009