Civiel recht overig

Verschoningskamer. Verschoningsverzoek toegewezen.

Rechtbank Rotterdam, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/724861 / HA RK 26-812
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. J. Donze.
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:10206
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoningskamer. Verschoningsverzoek toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Verschoningskamer

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/724861 / HA RK 26-812

Beslissing van 14 augustus 2026

op het verzoek van

mr. M.A. Loenen,

rechter in de rechtbank Rotterdam,

hierna: de rechter,

ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

vestigingsplaats: Moerdijk,

hierna: de verdachte,

advocaat: mr. J. Donze.

1 Het procesverloop

1.1.

Aan de rechter als lid van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken is de strafzaak tegen de verdachte met parketnummer 83-028786-24 (de strafzaak) toebedeeld.

1.2.

Op 13 augustus 2026 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2 Het verzoek

2.1.

Als onderbouwing van het verschoningsverzoek heeft de rechter – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. In het verleden (van 2015-2018) is de rechter als strafrechtadvocaat werkzaam geweest bij Sjöcrona van Stigt Advocaten, het kantoor dat de verdachte momenteel in de strafzaak bijstand verleent. Gelet op haar eerdere werkzaamheden destijds bij Sjöcrona van Stigt Advocaten, voelt de rechter zich niet vrij om de strafzaak te behandelen.

3 De beoordeling

3.1.

Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert of dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.2.

Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.

3.3.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.

3.4.

De omstandigheid die de rechter heeft aangevoerd, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gezien zelf een verzoek in te dienen om zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de strafzaak, levert naar het oordeel van de verschoningskamer op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor in 3.3. bedoeld op.

3.5.

Het verschoningsverzoek wordt om deze reden toegewezen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verschoningsverzoek van mr. M.A. Loenen in de strafzaak met parketnummer 83-028786-24 toe.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter, mr. drs. J. van den Bos en mr. F. Aukema-Hartog, rechters. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. drs. J. van den Bos en de griffier ondertekend op 14 augustus 2026.

de griffier de oudste rechter