Civiel recht overig

Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Artikel 4:203 lid 1 onder a BW. Op verzoek van een erfgenaam.

Rechtbank Rotterdam, 1 september 2026

Zaakgegevens

Op 1 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
1 september 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/721406 / HA RK 26-561
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14325
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Erfrecht. Benoeming vereffenaar. Artikel 4:203 lid 1 onder a BW. Op verzoek van een erfgenaam.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rekestnummer: C/10/721406 / HA RK 26-561

Beschikking van 1 september 2026

in de zaak van

Fidinda CBM B.V., in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [naam 1],

woonplaats: [woonplaats 1],

verzoekster,

advocaat mr. P.M. Boiten te Dordrecht.

Belanghebbenden:

1. [belanghebbende 1], in de hoedanigheid van curator van [naam 2],

woonplaats: [woonplaats 2].

2. [belanghebbende 2],

woonplaats: [woonplaats 3].

1 Het procesverloop

1.1.

Op 9 juni 2026 is bij de rechtbank ingekomen het verzoekschrift van verzoekster om een vereffenaar te benoemen op grond van artikel 4:203 lid 1 onder a BW, met producties.

1.2.

De griffier heeft bij aangetekende brieven van 18 juni 2026 en 13 juli 2026 aan belanghebbenden gevraagd of zij verweer willen voeren tegen het ingekomen verzoekschrift. Belanghebbenden hebben niet gereageerd.

1.3.

Omdat belanghebbenden niet hebben aangegeven verweer te willen voeren en verzoekster heeft afgezien van het recht op een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2 De beoordeling

2.1.

Verzoekster vraagt om mr. P.M. Boiten tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [naam 3] (hierna: de overledene), die op [datum] is overleden in Dordrecht. De rechtbank wijst het verzoek toe. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.

2.2.

De rechtbank kan als een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard (de zogenoemde beneficiaire aanvaarding) een vereffenaar benoemen op verzoek van een erfgenaam (artikel 4:203 lid 1 onder a BW).

2.3.

Aan deze twee voorwaarden is voldaan, want verzoekster heeft op 23 april 2026 de nalatenschap van de overledene namens [naam 1] (hierna: [naam 1]) beneficiair aanvaard en [naam 1] is erfgenaam van de overledene. Wie erfgenaam is van de overledene volgt in beginsel uit een testament. De overledene heeft echter volgens het uittreksel uit het Centraal Testamentenregister geen testament opgemaakt, zodat op grond van de regels die in de wet staan beoordeeld moet worden wie de erfgenamen zijn. Op grond van artikel 4:10 lid 1 onder a BW zijn dit de echtgenoot/geregistreerd partner en de kinderen. Omdat de overledene toen hij overleed niet was getrouwd of geregistreerd als partner, zijn alleen zijn kinderen zijn erfgenamen. [naam 1] is zoon van de overledene en de belanghebbenden zijn de andere twee kinderen van de overledene. Aan beide voorwaarden om een vereffenaar te benoemen is dus voldaan.

2.4.

Verzoekster heeft ook voldoende toegelicht dat zij er een belang bij heeft als een vereffenaar wordt benoemd, omdat verzoekster stelt dat [naam 1] over onvoldoende kennis en kunde beschikt om de nalatenschap (verder) te vereffenen en dat van haar als bewindvoerder het vereffenen van de nalatenschap niet gevergd kan worden. Er is dus een belang om een vereffenaar te benoemen die tot taak heeft om de nalatenschap te beheren en voor zover mogelijk de schulden van een nalatenschap te voldoen.

2.5.

Het verzoek is gelet op het voorgaande voor toewijzing vatbaar. Op grond van artikel 4:206 lid 1 BW moet de rechtbank echter, voor zover zij bestaan en bekend zijn, de erfgenamen van de overledene, de executeur en de boedelnotaris horen voordat zij beslist op het verzoek om een vereffenaar te benoemen. De rechtbank heeft daarom bij brieven aan belanghebbenden gevraagd of zij verweer willen voeren en in de brieven vermeld dat de zaak schriftelijk zal worden afgedaan als zij niet reageren. De rechtbank heeft geen reactie ontvangen, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat belanghebbenden geen verweer willen voeren. Gelet hierop en omdat verzoekster afziet van een mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2.6.

Het verzoek wordt gelet op het voorgaande toegewezen. De rechtbank benoemt de door verzoekster voorgestelde vereffenaar, mr. P.M. Boiten, tot vereffenaar, die zich daartoe ook bereid heeft verklaard. De vereffenaar moet de benoeming zelf bekend maken in de Staatscourant.

2.7.

Verzoekster vraagt een proceskostenveroordeling kosten rechtens. De rechtbank ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling, omdat in het geval van een eenzijdig verzoek, waarbij belanghebbenden gehoord kunnen worden, in beginsel geen plaats is voor een kostenveroordeling. Dit wordt daarom afgewezen.

2.8.

De benoeming van de vereffenaar wordt, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv).

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

benoemt mr. P.M. Boiten (kantoorhoudende aan de [adres]) tot vereffenaar in de nalatenschap van:

[naam 3] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

laatstelijk wonende in [woonplaats 4],

overleden op [datum] in Dordrecht,

3.2.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;

3.4.

verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;

3.5.

verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam, locatie Dordrecht, op de hoogte te stellen van deze benoeming;

3.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.

3120