Civiel recht overig

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot…

Rechtbank Rotterdam, 29 juni 2026

Zaakgegevens

Op 29 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 juni 2026
Datum publicatie
1 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/719934 / JE RK 26-958 en C/10/719937 / JE RK
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9419
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummers: C/10/719934 / JE RK 26-958 en C/10/719937 / JE RK 26-959

Datum uitspraak: 29 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,

over

inzake C/10/719934 / JE RK 26-958:

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 1] ,

inzake C/10/719937 / JE RK 26-959:

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bijgestaan door advocaat mr. S.O. Zengin, kantoorhoudende in Den Haag,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

inzake C/10/719934 / JE RK 26-958:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 19 mei 2026;

inzake C/10/719937 / JE RK 26-959:

- het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 19 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .

1.3.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de pleegvader van [voornaam minderjarige 1] .

1.4.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

1.5.

De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .

2.2.

[voornaam minderjarige 1] verblijft in een perspectiefbiedend pleeggezin. [voornaam minderjarige 2] verblijft in een pleeggezin.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juni 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengd tot 1 juli 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 januari 2026 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 1 juli 2026.

2.5.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 een machtiging verleend [voornaam minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 1 juli 2026.

3 Het verzoek van de GI

inzake C/10/719934 / JE RK 26-958:

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

inzake C/10/719937 / JE RK 26-959:

3.2.

Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] verzoekt de GI ook de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.3.

De GI handhaaft de verzoeken ter zitting en licht deze als volgt toe. De GI heeft in februari 2026 besloten dat het perspectief van beide kinderen niet meer bij de moeder ligt. [voornaam minderjarige 1] verblijft in een perspectiefbiedend pleeggezin, waar zij zich stabiel ontwikkelt en op veel gebieden naar behoren functioneert. Zij is aangemeld voor traumaverwerking. Voor [voornaam minderjarige 2] wordt nog gezocht naar een perspectiefbiedend pleeggezin. Het is de verwachting dat dit op korte termijn zal lukken.

4 Het standpunt van de moeder

4.1.

Door en namens de moeder is ter zitting ingestemd met de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing. Namens de moeder is wel verweer gevoerd tegen het perspectiefbesluit van de GI. Volgens de moeder is dit besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen. Zij wijst erop dat er veel is gebeurd in haar leven, waaronder een brand in haar woning, waardoor zij op meerdere vlakken opnieuw heeft moeten beginnen. Zij erkent dat er de afgelopen periode sprake is geweest van een terugval. De moeder wil blijven toewerken naar terugplaatsing van de kinderen, ook al verwacht zij dat dit niet op korte termijn zal gebeuren. Ten aanzien van [voornaam minderjarige 1] geeft de moeder aan dat zij haar mening belangrijk vindt en dat, als [voornaam minderjarige 1] in het pleeggezin wil blijven, zij zich daarbij zal neerleggen. Ten aanzien van [voornaam minderjarige 2] geeft de moeder aan dat nog veel moet gebeuren, maar dat een perspectiefbiedende plek wel stabiliteit kan bieden. Zij vindt dat een eventuele terugplaatsing zorgvuldig moet worden opgebouwd en begeleid met intensieve hulp.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is de kinderrechter zowel aanzien van [voornaam minderjarige 1] als [voornaam minderjarige 2] van oordeel dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

[voornaam minderjarige 1] verblijft in een perspectiefbiedend pleeggezin en ontwikkelt zich daar stabiel. Ter zitting heeft de pleegvader van [voornaam minderjarige 1] bevestigd dat [voornaam minderjarige 1] bij het pleeggezin kan blijven. Tegelijkertijd speelt bij [voornaam minderjarige 1] traumaproblematiek, waarvoor zij is aangemeld voor behandeling. [voornaam minderjarige 2] verblijft in een pleeggezin en voor haar wordt nog gezocht naar een perspectiefbiedende plaats. De situatie van de moeder is nog onvoldoende stabiel om de verzorging en opvoeding van de kinderen weer zelf te dragen. De moeder heeft ter zitting erkend dat er sprake is geweest van een terugval. Daarmee is een terugplaatsing op korte termijn niet mogelijk.

5.3.

Gelet op het voorgaande is naar oordeel van de kinderrechter voortzetting van de ondertoezichtstelling nodig is om de ontwikkeling van de kinderen te blijven waarborgen en om de noodzakelijke hulp en begeleiding te blijven inzetten. Ook de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . [voornaam minderjarige 1] heeft een stabiele plek in het pleeggezin en voor [voornaam minderjarige 2] is het van belang dat een passende, perspectiefbiedende plek wordt gevonden en behouden. De kinderrechter zal ten aanzien van zowel [voornaam minderjarige 1] als [voornaam minderjarige 2] de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de duur van een jaar.

5.4.

Voor zover de moeder bezwaar heeft tegen het perspectiefbesluit, overweegt de kinderrechter dat dit in deze procedure niet ter beoordeling voorligt.

5.5.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar.

5.6.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

inzake C/10/719934 / JE RK 26-958:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] tot 1 juli 2027;

6.2.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 juli 2027;

inzake C/10/719937 / JE RK 26-959:

6.3.

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 2] tot 1 juli 2027;

6.4.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg tot 1 juli 2027;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026 door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.E. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.