Civiel recht overig
SMUHP en wijziging omgangsregeling. Plaatsing minderjarige bij oma vz vanwege detentie vader in het…
Rechtbank Rotterdam, 2 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9450 · Rechtbank Rotterdam · 2 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-9450
Zaakgegevens
Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 juli 2026
- Datum publicatie
- 2 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/720477 / JE RK 26-1034 en C/10/722368 / JE RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9450
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
SMUHP en wijziging omgangsregeling. Plaatsing minderjarige bij oma vz vanwege detentie vader in het buitenland. Uitbreiding omgang met moeder onder regie GI.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/720477 / JE RK 26-1034 en C/10/722368 / JE RK 26-1284
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de omgangsregeling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. A. Koop-van Vliet, kantoorhoudende te Zeeland-West Brabant,
[naam vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
mr. L.A. Middelkoop,
hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 mei 2026, ontvangen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/720477 / JE RK 26-1034;
-
het gezinsplan van de GI van 15 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;
-
de briefrapportage van de GI van 29 juni 2026, ontvangen op diezelfde datum;
-
de beschikking van de kinderrechter van 30 juni 2026 in de zaak met nummer C/10/722368 / JE RK 26-1284 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder met haar advocaat;
-
de bijzondere curator;
- een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [persoon A] en [persoon B] .
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
[voornaam minderjarige] verblijft sinds 30 juni 2026 bij zijn oma vaderszijde (hierna: vz).
Bij beschikking van 30 september 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 30 september 2026.
Bij beschikking van 31 maart 2026 heeft de kinderrechter de volgende omgangsregeling vastgesteld tussen de moeder en [voornaam minderjarige] : dat iedere week een videobelmoment en fysiek omgangsmoment plaatsvindt, waarbij de GI de regie voert over duur en vormgeving van die omgang. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de bijzondere curator herbenoemd tot 30 september 2026.
3 De verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/720477 / JE RK 26-1034
De GI verzoekt de door de kinderrechter op 31 maart 2026 vastgestelde omgangsregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige] te wijzigen, in die zin dat er minimaal één (begeleid) bezoek in de week is en dat de GI de regie heeft om uit te breiden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/722368 / JE RK 26-1284
De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een pleeggezin te verlenen voor de duur van 4 weken en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een netwerkpleeggezin voor de duur van 1 maand en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Bij beschikking van 30 juni 2026 heeft de kinderrechter beslist op de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten oma vz, voor de duur van vier weken. Partijen dienen hierop te worden gehoord. Er resteert nog een beslissing op de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg voor de duur van een maand.
De GI wijzigt het verzoek tijdens de mondelinge behandeling, in die zin dat wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten oma vz, te verlengen voor de duur van drie maanden, te weten tot 30 september 2026.
4 De standpunten
De GI handhaaft de verzoeken tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. De vader is door de douane in Zuid-Duitsland aangehouden en zit daar nu vast. Veel is nog onduidelijk, maar het lijkt te gaan om een verdenking van het vervoeren van een grote hoeveelheid cannabis. Het is op dit moment nog onduidelijk wanneer hij zal terugkomen. Momenteel verblijft [voornaam minderjarige] bij zijn oma (vz). Afgelopen dinsdag is met [voornaam minderjarige] , de moeder en oma (vz) besproken dat [voornaam minderjarige] een tijdje bij de oma zal verblijven. [voornaam minderjarige] reageerde ontspannen en er was geen weerstand jegens de moeder. Dit laat zien dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma (vz) voor nu een veilige basis biedt. Een voorwaarde van de plaatsing bij de oma (vz) is dat zij moet meewerken aan het contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Indien de oma (vz) hier niet goed aan meewerkt, zal de GI kijken naar een neutrale plaatsing voor [voornaam minderjarige] . Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de oma (vz) en de moeder samenwerken. Volgende week gaat de hulpverlening vanuit SPAM starten, dit wordt ingezet bij de oma (vz). Wanneer de vader terug is in Nederland, zal de GI in gesprek met hem gaan. De afgelopen periode heeft de vader de GI en de moeder niet meegenomen in gezagsbeslissingen en uit zijn detentie in Duitsland blijkt ook dat hij keuzes heeft gemaakt die niet in het belang van [voornaam minderjarige] zijn
De betrokkenheid van de GI is daarnaast nog nodig om de omgang tussen [voornaam minderjarige] en de moeder uit te breiden. Daarbij is van belang dat de GI actief regie blijft voeren en er op toeziet dat de verzochte omgangsregeling tussen [voornaam minderjarige] en de moeder daadwerkelijk plaatsvindt en wordt uitgebreid. Ook zal de GI onderzoeken welke passende hulpverlening dient te worden ingezet voor de moeder en de vader.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. De moeder merkte al vrij snel dat na de eerder vastgestelde omgangsregeling het contact minder werd. Het beeldbellen viel weg en de fysieke omgangsmomenten waren te belastend voor [voornaam minderjarige] doordat hij zoveel weerstand bood. De moeder doet haar best om de verbinding aan te gaan, maar ziet dat [voornaam minderjarige] ontzettend klem zit. Afgelopen dinsdag bij het gesprek bij de oma (vz) zag ze dat [voornaam minderjarige] rustiger was en zich meer openstelde. Zo heeft hij uit zichzelf de moeder gevraagd om zijn kamer te komen bekijken. Dit vond de moeder fijn. Het liefste wil de moeder dat [voornaam minderjarige] bij haar thuis wordt geplaats maar snapt dat dit voor nu nog te vroeg is. De moeder staat positief tegenover de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma (vz) als zij meewerkt aan het contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de moeder. Met de detentie van de vader is de moeder op dit moment de enige gezaghebbende ouder die beslissingen kan nemen voor [voornaam minderjarige] . Hiervoor is het van belang dat het contact tussen de moeder, [voornaam minderjarige] en de oma (vz) wordt geïntensiveerd. De veiligheid van [voornaam minderjarige] moet worden gewaarborgd en hiervoor zijn veiligheidsafspraken noodzakelijk. Het zou in de huidige situatie passend zijn als er ook een regeling wordt vastgesteld voor de omgang tussen de vader en [voornaam minderjarige] , zodat de ouders op gelijke voet staan en [voornaam minderjarige] weet waar hij aan toe is. De moeder ontvangt hulpverlening vanuit de praktijkondersteuner van de huisarts, een maatschappelijk werkster en het wijkteam. Zij begrijpt dat de bijzondere curator haar adviseert om intensievere behandeling aan te gaan, maar vindt het voor nu te veel.
De bijzondere curator brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Er na de vorige zitting een netwerkberaad geweest met de moeder, vader en de familie van de vader. Hier kwamen emoties naar boven en werd duidelijk dat de moeder, vader en familie nog steeds onderliggend trauma hebben van de periode dat [voornaam minderjarige] ernstig ziek is geweest en de radeloosheid die dat met zich meebracht. Het advies is nog steeds dat beide ouders individueel aan de slag gaan met een vorm van traumaverwerking. Gesprekken met de praktijkondersteuner van de huisarts zijn hiervoor onvoldoende zijn. De bijzondere curator hoopt dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de oma (vz) neutraal genoeg is om contactherstel tussen de moeder en [voornaam minderjarige] te realiseren. Hiervoor moet de oma (vz) actief meewerken aan het contactherstel. De vader heeft keuzes gemaakt die niet in het belang van [voornaam minderjarige] zijn en daar moet de GI met hem over praten. Het is positief dat de hulpverlening vanuit SPAM gaat starten.
5 De beoordeling
Ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing
Op basis van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [voornaam minderjarige] uit huis wordt geplaatst. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
[voornaam minderjarige] verblijft momenteel bij de oma (vz), omdat de vader is aangehouden in Zuid-Duitsland. Het is onduidelijk wanneer de vader terugkeert. De kinderrechter begrijpt dat de moeder het liefste wil dat [voornaam minderjarige] bij haar thuis wordt geplaatst, maar tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij oma (vz) voor nu de meest geschikte plek is voor [voornaam minderjarige] . Hier is ook geen verweer tegen gevoerd. Hij is hier ontspannen en om duidelijkheid te creëren dient zijn plaatsing bij de oma (vz) te worden gecontinueerd. Het is daarbij van belang dat de oma (vz) meewerkt aan contactherstel tussen de moeder en [voornaam minderjarige] . De eerste signalen daarvoor zijn positief. De kinderrechter hoopt dat [voornaam minderjarige] de komende tijd de ruimte voelt om het contact met zijn moeder te verbeteren, en dat alle volwassenen om [voornaam minderjarige] heen zich daar ook voor inzetten. De komende periode is het van belang dat de GI werkt aan het contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de moeder, de communicatie tussen de vader, moeder en de oma (vz) begeleidt, veiligheidsafspraken maakt met de oma (vz) en de nodige hulpverlening inzet voor de vader en de moeder.
Ten aanzien van de wijziging van de omgangsregeling
Ingevolgde artikel 1:265g, eerste lid BW kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het de afgelopen periode niet is gelukt om de omgangsmomenten tussen [voornaam minderjarige] en de moeder verder uit te breiden. [voornaam minderjarige] laat nog steeds sterke signalen zien van ouderverstoting richting zijn moeder. Het is noodzakelijk dat [voornaam minderjarige] wel contact heeft met zijn moeder en dat deze wordt uitgebreid. Dat geldt temeer nu zijn vader in detentie verkeert en het onduidelijk is wanneer de vader weer beschikbaar is. Het is daarom van belang dat de omgangsregeling zoals verzocht wordt vastgelegd, waarbij de GI de regie kan voeren over de uitbreiding hiervan. Het belang van [voornaam minderjarige] dient in dit kader voorop te staan. De kinderrechter zal daarom de omgangsregeling vaststellen zoals verzocht.
De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/720477 / JE RK 26-1034:
wijzigt de omgangsregeling tussen de moeder en [voornaam minderjarige] en bepaalt deze als volgt: er is minimaal één (begeleid) bezoek in de week, waarbij de GI wordt belast met de regie ten aanzien van de uitbreiding, duur, frequentie en locatie;
Ten aanzien van C/10/722368 / JE RK 26-1284:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28 juli 2026 tot 30 september 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van E.G.H. Kerr als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.