Civiel recht overig

incidentele vordering tot onbevoegdheid rechtbank ogv jurisdictieclausule in cognossementsvoorwaarden en art…

Rechtbank Rotterdam, 5 juli 2006

Zaakgegevens

Op 5 juli 2006 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
5 juli 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
249832 / HA ZA 05-3235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2006:AY3962
E-mail

Samenvatting

incidentele vordering tot onbevoegdheid rechtbank ogv jurisdictieclausule in cognossementsvoorwaarden en art. 23 EEX-Vo

- artikel 24 EEX-Vo van toepassing (stilzwijgende forumkeuze)

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M

sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 249832 / HA ZA 05-3235

Uitspraak: 5 juli 2006

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de vennootschap naar het recht van het land en de plaats van haar vestiging MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY S.A.,

gevestigd te Genève, Zwitserland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEDITERRANEAN SHIPPING COMPANY (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen in de hoofdzaak,

gedaagden in het incident,

procureur mr. J.F. van der Stelt,

advocaat mr. R.L. Latten,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BOSMAN GLOBAL SUPPLY B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. J. Spiegel.

Partijen worden hierna aangeduid als "MSC c.s." respectievelijk "Bosman".

Het procesverloop blijkt uit de stukken in het griffiedossier. De rechtbank heeft daar kennis van genomen.

1. Het geschil in het incident

1.1 Bosman heeft gevorderd dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vordering van MSC c.s. kennis te nemen, met veroordeling van MSC c.s. in de kosten van het geding in de hoofdzaak en het incident.

1.2 Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat het geschil, blijkens de

jurisdictieclausule in de onderhavige cognossementsvoorwaarden en ingevolge artikel 23 lid 1 EEX-Verordening moet worden voorgelegd aan de High Court of Justice in Londen.

1.3 MSC c.s. heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

2. De beoordeling in het incident

2.1 Nu sprake is van een stilzwijgende forumkeuze voor voormelde Engelse rechter als bedoeld in artikel 24 EEX-Vo, verklaart de rechtbank zich onbevoegd.

2.2 MSC c.s. zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3. De beslissing

De rechtbank,

verklaart zich onbevoegd van de vorderingen van MSC c.s. kennis te nemen;

veroordeelt MSC c.s. in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bosman begroot op € 580,00 aan vast recht en € 579,00 aan salaris voor de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. de Loor-Alwin.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

625/1548