Civiel recht overig
Bekendmaking benoeming vereffenaar.
Rechtbank Rotterdam, 28 maart 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:2374 · Rechtbank Rotterdam · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2014-2374
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 31 maart 2014
- Zaaknummer
- C/10/443559 / FA RK 14-720
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:2374
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bekendmaking benoeming vereffenaar.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie 1
zaaknummer / rekestnummer: C/10/443559 / FA RK 14-720
Beschikking van 28 maart 2014 in de zaak van:
de naamloze vennootschap DIREKTBANK N.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam
en
de stichting STICHTING WOONBRON,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: verzoekers,
advocaat mr. P. van der Mersch te Rotterdam,
in welke zaak belanghebbenden zijn:
3 Greta Johanna PEEREBOOM,
wonende te L-1209 Senningerberg, Grand Duschesse de Luxembourg, 17, Domaine des Bleuets
en
7 Simone VAN WAARDENBERG,
wonende te 3452 BR Vleuten, Helmbloemlaan 28.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 28 januari 2014;
- de correspondentie, waaronder:
-
de brief met bijlage van verzoekers, gedateerd 17 februari 2014;
-
de brief met bijlage van verzoekers, gedateerd 18 februari 2014;
-
de brief van verzoekers, gedateerd 14 maart 2014;
-
de van de belanghebbenden sub 1, 2, 4, 5, 6 en 7 ingekomen instemmings-verklaringen;
-
de van belanghebbende sub 3 ingekomen stukken.
2 De vaststaande feiten
Op 9 juli 2013 is te Rotterdam overleden Louise Johanna Regina PEEREBOOM, geboren op 9 juli 1951 te Rotterdam, laatst gewoond hebbende te Rotterdam.
Erflaatster heeft niet bij uiterste wilsbeschikking over haar nalatenschap beschikt.
Er zijn de volgende bekende erfgenamen: M.W. Peereboom, J.M. Peereboom, W.B.L. Peereboom, H.J.C. Peereboom en G.J. Peereboom, die allen de nalatenschap hebben verworpen, alsmede de belanghebbenden 1 tot en met 7.
Verzoekers zijn schuldeisers van de nalatenschap.
3 De beoordeling
De belanghebbenden sub 1, 2 en 4 tot en met 7 hebben schriftelijk aan de rechtbank meegedeeld tegen het verzoek geen verweer te willen voeren en af te zien van hun recht op het verzoek te worden gehoord. Belanghebbende sub 3 heeft aan de rechtbank stukken doen toekomen waaruit kan worden afgeleid dat zij volmacht heeft gegeven de nalatenschap namens haar te verwerpen, aan welke volmacht inmiddels uitvoering is gegeven.
Gezien het vorenstaande zijn er in deze procedure geen verweerders of andere aan de rechtbank bekende belanghebbenden, die op het verzoek moeten worden gehoord.
Het verzoek zal door de rechtbank zonder mondelinge behandeling worden afgedaan.
Het verzoek strekt tot benoeming van mw.mr. A.C.M. Fokkema-Schute tot vereffenaar over de nalatenschap van erflaatster. Bij de stukken is een schriftelijke bereidverklaring van mr. Fokkema-Schute.
Er bestaat gevaar dat verzoekers niet ten volle of niet binnen redelijke tijd zullen worden voldaan, omdat de nalatenschap niet toereikend is, omdat de nalatenschap niet behoorlijk beheerd en afgewikkeld wordt, alsmede omdat een schuldeiser zich op de goederen van de nalatenschap gaat verhalen.
Het verzoek tot benoeming van een vereffenaar kan als niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen.
Het verzoek van verzoekers te verstaan dat de vereffenaar de nog niet benaderde erfgenamen niet behoeft aan te schrijven en dat deze zich niet uit hoeven spreken over aanvaarding of verwerping van de nalatenschap wordt afgewezen, omdat dit verzoek geen steun vindt in de wet.
Verzoekers verzoeken te verstaan dat deze beschikking bekend zal worden gemaakt door plaatsing op de website www.rechtspraak.nl. De wet bepaalt dat de vereffenaar de benoeming bekend maakt in de Staatscourant en in een of meer bij de benoeming voorgeschreven nieuwsbladen. In het verzoekschrift is gemotiveerd aangegeven dat de verwachting is dat de nalatenschap negatief zal zijn. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen dwingende noodzaak voor de – kostbare – wettelijke voorgeschreven wijze van bekendmaking, zodat dit niet zal worden bepaald. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. De rechtbank zal het verzoek mitsdien toewijzen.
4 De beslissing
De rechtbank:
benoemt tot vereffenaar over de nalatenschap van Louise Johanna Regina PEEREBOOM, geboren op 9 juli 1951 te Rotterdam, laatst gewoond hebbende te Rotterdam en overleden op 9 juli 2013 te Rotterdam:
mw.mr. Astrid Carla Maria Fokkema-Schute, geboren op 20 februari 1962 te Sint-Michelsgestel en kantoorhoudende te Rotterdam;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verstaat dat de griffier de benoeming onverwijld doet inschrijven in het boedel-register van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek;
verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Faaij op 28 maart 2014.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.