Civiel recht overig
Huwelijksvermogensrecht. Internationaal privaatrecht. De Nederlandse rechter komt op grond van artikel 2 van…
Rechtbank Rotterdam, 26 augustus 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:6818 · Rechtbank Rotterdam · 26 augustus 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2015-6818
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2015 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2015
- Datum publicatie
- 23 september 2015
- Zaaknummer
- C/10/471960 / HA ZA 15-264
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2015:6818
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huwelijksvermogensrecht. Internationaal privaatrecht. De Nederlandse rechter komt op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe. aangezien de man ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding zijn woonplaats in Nederland had. Gelet op de huwelijksdatum van partijen is het verwijzingssysteem van het Chelouche-Van Leer arrest (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) van toepassing, zodat de op het huwelijksgoederenregime van partijen toepasselijke wet wordt aangewezen door hun gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting. Namens de man is ter zitting erkend dat beide partijen de Turkse nationaliteit bezaten ten tijde van de huwelijkssluiting. Derhalve is het Turks huwelijksvermogensrecht van toepassing.
De enkele (blote) stelling van de man dat partijen een appartement in eigendom hebben in Turkije, Kayseri, dat tot het te verrekenen vermogen van partijen behoort, is in het licht van de gemotiveerde betwisting door de vrouw niet komen vast te staan. Het verzoek van de man om aanhouding van de beslissing op dit punt om nader onderzoek te doen in Turkije heeft de rechtbank ter zitting afgewezen. De man is naar het oordeel van de rechtbank reeds voldoende in de gelegenheid geweest aan zijn stelplicht op dit onderdeel te voldoen. Aan een bewijsopdracht wordt niet toegekomen nu de man zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Nu niet is komen vast te staan dat een appartement tot het te verrekenen vermogen van partijen behoort, wordt dit buiten beschouwing gelaten. Nu de rechtbank voorts niet gebleken is van een bij partijen in eigendom zijnde en tot het te verrekenen vermogen behorende volkstuin, wordt deze eveneens buiten beschouwing gelaten.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie 1
zaaknummer / rolnummer: C/10/471960 / HA ZA 15-264
Vonnis van 26 augustus 2015
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. drs. H. Durdu te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats2] ,
gedaagde,
advocaat mr. A. Orhan te ‘s-Gravenhage.
Partijen zullen hierna “de vrouw” en “de man” genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis van 17 juni 2015
-
het proces-verbaal van comparitie van 10 juli 2015.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Partijen zijn op 21 april 1992 te Turkije met elkaar gehuwd.
Bij beschikking van deze rechtbank van 10 november 2014 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 15 januari 2015 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag.
3 Het geschil
De vrouw vordert samengevat -:
I. te bepalen dat het Turks recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime;
II. te bepalen dat 25 april 2014 wordt gehanteerd als peildatum voor de omvang van het huwelijksvermogen;
III. te bepalen dat ieder der partijen de helft van de openstaande schuld bij Hoist Finance Holding met dossiernummer 4039572 ter hoogte van
€ 25.155,20 voor eigen rekening neemt en als eigen schuld verder aflost;
IV. te bepalen dat ieder der partijen de helft van de openstaande schuld bij Hoist Kredit ab met dossiernummer 10025395 ter hoogte van in totaal
€ 1.344,94 voor eigen rekening neemt en als eigen schuld verder aflost;
kosten rechtens.
De man voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Bevoegdheid Nederlandse rechter
De Nederlandse rechter komt op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toe aangezien de man ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding zijn woonplaats in Nederland had.
Toepasselijk recht
Voor de beantwoording van de vraag welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is, is het moment van huwelijkssluiting bepalend. Het aldus aangewezen huwelijksgoederenregime geldt in beginsel voor de hele duur van het huwelijk.
Het huwelijk van partijen is gesloten op 21 april 1992. Zij hebben geen huwelijksvoorwaarden opgemaakt en voorafgaand aan of tijdens hun huwelijk geen rechtskeuze gemaakt. Gelet op de huwelijksdatum van partijen is het verwijzingssysteem van het Chelouche-Van Leer arrest (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) van toepassing zodat de op het huwelijksgoederenregime van partijen toepasselijke wet wordt aangewezen door hun gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting. Namens de man is ter zitting erkend dat beide partijen de Turkse nationaliteit bezaten ten tijde van de huwelijkssluiting. Derhalve is het Turks huwelijksvermogensrecht van toepassing.
De vordering van de vrouw sub I. kan gelet op het vorenstaande en als verder onweersproken en niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen.
De man heeft de vordering van de vrouw sub II. niet betwist. Deze vordering kan als onweersproken en niet onrechtmatig of ongegrond eveneens worden toegewezen.
De man heeft de vorderingen van de vrouw sub III. en IV. erkend. Deze vorderingen worden als niet onrechtmatig of ongegrond toegewezen.
In geschil is of zich activa bevinden in het tussen partijen te verrekenen vermogen.
De enkele (blote) stelling van de man dat partijen een appartement in eigendom hebben in Turkije, Kayseri, dat tot het te verrekenen vermogen van partijen behoort, is in het licht van de gemotiveerde betwisting door de vrouw niet komen vast te staan. Het had op de weg van de man gelegen zijn stelling hieromtrent nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het noemen van een adres, de aanschafwaarde van het pand, de datum waarop dan wel het jaar waarin het appartement is aangekocht. De man heeft dit nagelaten. Dat hij niet in staat is zijn stelling te onderbouwen omdat hij niet kan afreizen naar Turkije in verband met niet vervulde dienstplicht komt naar het oordeel van de rechtbank voor zijn rekening en risico.
De stelling van de man dat de vrouw door het overleggen van kadasterstukken had kunnen aantonen dat partijen geen woning in eigendom hebben, komt de rechtbank onbegrijpelijk voor. Bovendien ligt het, in beginsel, op de weg van de man zijn stellingen te onderbouwen.
Het verzoek van de man om aanhouding van de beslissing op dit punt om nader onderzoek te doen in Turkije heeft de rechtbank ter zitting afgewezen. De man is naar het oordeel van de rechtbank reeds voldoende in de gelegenheid geweest aan zijn stelplicht op dit onderdeel te voldoen. Aan een bewijsopdracht wordt niet toegekomen nu de man zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.
Uit het vorenstaande volgt dat niet is komen vast te staan dat een appartement tot het te verrekenen vermogen van partijen behoort, zodat de rechtbank dit verder buiten beschouwing laat.
Ter zitting is namens de vrouw onweersproken aangevoerd dat de door de man genoemde volkstuin niet in eigendom was bij partijen, doch dat deze volkstuin door partijen tijdens het huwelijk werd gehuurd. Nu de rechtbank niet gebleken is van een bij partijen in eigendom zijnde en tot het te verrekenen vermogen behorende volkstuin, wordt deze eveneens buiten beschouwing gelaten.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat Turks recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime;
bepaalt dat 25 april 2014 wordt gehanteerd als peildatum voor de omvang van het huwelijksvermogen;
bepaalt dat ieder van partijen de helft van de openstaande schuld bij Hoist Finance Holding (dossiernummer 4039572) ter hoogte van € 25.155,20 voor eigen rekening neemt en als eigen schuld verder aflost;
bepaalt dat ieder van partijen de helft van de openstaande schuld bij Hoist kredit ab (dossiernummer 10025395) ter hoogte van in totaal € 1.344,94 voor eigen rekening neemt en als eigen schuld verder aflost;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs en in het openbaar uitgesproken op
26 augustus 2015.
1735/2289