Civiel recht overig
verweer onvoldoende onderbouwd.
Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:4692 · Rechtbank Rotterdam · 15 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2016-4692
Zaakgegevens
Op 15 juli 2016 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 15 juli 2016
- Datum publicatie
- 22 juni 2016
- Zaaknummer
- KTN-4822381_15072016
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2016:4692
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verweer onvoldoende onderbouwd.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 4822381 \ CV EXPL 16-6732
uitspraak: 15 juli 2016
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de naamloze vennootschap
De Friesland Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd te Leeuwarden,
eiseres,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna verder aangeduid als “De Friesland Zorgverzekeraar” en “[gedaagde]”.
1 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.
-
het exploot van dagvaarding van 14 januari 2016, met één productie;
-
de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde], waaraan de door [gedaagde] in geding gebrachte producties zijn gehecht;
-
de conclusie van repliek, met één productie;
-
de aantekeningen van het ter rolzitting van 17 mei 2016 gevoerde mondelinge verweer, alsmede de schriftelijke conclusie van dupliek, met producties.
De datum voor de uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.
2 De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.
Tussen partijen heeft tot 16 maart 2015 een verzekeringsovereenkomst bestaan omtrent de basisverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, met De Friesland Zorgverzekeraar als zorgverzekeraar en [gedaagde] als verzekeringnemer. Op de verzekeringsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van De Friesland Zorgverzekeraar van toepassing.
[gedaagde] diende de verzekeringspremie maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen.
3 De vordering
De Friesland Zorgverzekeraar heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 123,05, vermeerderd met de wettelijke rente over € 73,50 vanaf 4 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
De vordering is opgebouwd uit € 73,50 aan hoofdsom, € 1,15 aan verschenen rente berekend tot 4 januari 2016 en € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief BTW.
Aan haar vordering legt De Friesland Zorgverzekeraar - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. [gedaagde] is met terugbetaling van het door De Friesland Zorgverzekeraar, in het kader van de tussen partijen bestaande zorgverzekering, teveel gerestitueerde bedrag van € 73,50 aan verzekeringspremie, in gebreke gebleven. Omdat [gedaagde], ondanks aanmaningen, dit bedrag niet heeft terugbetaald, heeft De Friesland Zorgverzekeraar haar vordering ter incasso uit handen gegeven en maakt zij thans aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten.
4 Het verweer
[gedaagde] heeft de vordering betwist. Daartoe voert zij aan dat De Friesland Zorgverzekeraar meerdere malen willens en wetens een te hoog bedrag aan premies heeft geïncasseerd, vervolgens ongevraagd bedragen heeft terug gestort en hiermee een onduidelijk betalingsverloop heeft gecreëerd. [gedaagde] heeft meerdere klachten ingediend bij De Friesland Zorgverzekeraar ten aanzien van de gang van zaken. Ook stelt [gedaagde] onjuiste betalingsoverzichten gehad te hebben van De Friesland Zorgverzekeraar. [gedaagde] verzoekt De Friesland Zorgverzekeraar te veroordelen in de proceskosten, aan haar zijde begroot op
€ 486,52.
5 De beoordeling
De Friesland Zorgverzekeraar heeft, naar aanleiding van het verweer van [gedaagde], bij repliek inzichtelijk gemaakt, aan de hand van emails en overzichten, hoe de vordering is ontstaan. Het lag op de weg van [gedaagde] om haar verweer naar aanleiding daarvan nader te onderbouwen en inzichtelijk te maken waarom de vordering onjuist is. [gedaagde] voert in haar reactie enkel aan dat de vordering ‘onduidelijk en onbegrijpelijk’ is, maar zij laat na dit op enige wijze te onderbouwen. [gedaagde] slaagt er niet in aan te tonen dat er geen openstaande vordering is bij De Friesland Zorgverzekeraar of in ieder geval haar verweer nader te concretiseren met gegevens hieromtrent. Daarom wordt het gevorderde bedrag aan hoofdsom toegewezen.
De vordering tot vergoeding van de rente is op de wet gegrond en zal als onweersproken eveneens worden toegewezen.
De Friesland Zorgverzekeraar maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, nu het verzuim van [gedaagde] na
30 juni 2012 is ingetreden.
De door De Friesland Zorgverzekeraar verzonden aanmaning voldoet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. De gevorderde vergoeding van € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, als hierna vermeld.
6 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan De Friesland Zorgverzekeraar tegen kwijting te betalen € 123,05, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 73,50 vanaf 4 januari 2016 tot de dag van algehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Friesland Zorgverzekeraar vastgesteld op € 214,77 aan verschotten en € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
28374