Civiel recht overig
Incident. De zaak wordt voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig verwezen naar de rechtbank Amsterdam.
Rechtbank Rotterdam, 1 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3069 · Rechtbank Rotterdam · 1 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2020-3069
Zaakgegevens
Op 1 april 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 1 april 2020
- Datum publicatie
- 8 april 2020
- Zaaknummer
- C/10/577169 / HA ZA 19-611
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2020:3069
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Incident. De zaak wordt voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig verwezen naar de rechtbank Amsterdam.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/577169 / HA ZA 19-611
Vonnis in incident van 1 april 2020
in de zaak van
[naam eiser] ,
wonende te Monaco,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in de incidenten,
advocaat mr. F.J.H. Krumpelman te Rotterdam,
tegen
mr. ARNOUD M.J. COMANS,
kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in de incidenten,
advocaat mr. P.J. de Jong Schouwenburg te Amsterdam.
Partijen worden hierna [naam eiser] en Comans genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
het tussenvonnis in de incidenten van 13 november 2019, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
-
het faxbericht van 27 november 2019 namens Comans, met als bijlage een kopie van de bankgarantie van Coöperatieve Rabobank U.A.;
-
de akte uitlaten verwijzing naar Rechtbank Amsterdam namens [naam eiser] ;
-
de akte tot referte namens Comans.
Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.
2. De verdere beoordeling in de incidenten tot onbevoegdverklaring en tot zekerheidstelling van de proceskosten.
In 4.7 van het tussenvonnis van 13 november 2019 is overwogen dat gezamenlijke behandeling van de vorderingen ten aanzien waarvan de rechtbank Rotterdam bevoegd is én van de vorderingen ten aanzien van de schade die buiten het rechtsgebied van deze rechtbank is geleden, vanuit veel gezichtspunten aangewezen lijkt.
Beide partijen hebben zich met betrekking tot de wenselijkheid van (ambtshalve) verwijzing van de zaak vanuit de rechtbank Rotterdam naar de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de vorderingen waarvan de rechtbank Rotterdam zich wel bevoegd acht, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Gelet hierop wordt de zaak voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig, verwezen naar de rechtbank Amsterdam.
De proceskosten in de incidenten zijn in het tussenvonnis van 13 november 2019 aangehouden. Nu de hoofdzaak zoals genoemd wordt verwezen naar de rechtbank Amsterdam, bestaat aanleiding om daarover te beslissen in de volgende zin.
In het incident tot onbevoegdverklaring is geen van partijen in het ongelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten in dit incident gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
[naam eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident tot zekerheidstelling van de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Comans worden begroot op een bedrag van € 461,00 aan salaris advocaat (1 punt x tarief € 461,00).
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident tot onbevoegdverklaring
compenseert de kosten in het incident tussen partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
in het incident tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten
veroordeelt [verweerder] in de kosten van het incident, aan de zijde van Comans tot op heden begroot op € 461,00,
verwijst de zaak voor zover nog bij de rechtbank Rotterdam aanhangig in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam, sector handelszaken,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2020.
2027 / 1729