Civiel recht overig

Koop auto via Marktplaats tussen twee particulieren. Kilometerstand teruggedraaid. Mededelingsplicht…

Rechtbank Rotterdam, 22 januari 2021

Zaakgegevens

Op 22 januari 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
22 januari 2021
Datum publicatie
8 maart 2021
Zaaknummer
8689031 / CV EXPL 20-27217
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:1883
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Koop auto via Marktplaats tussen twee particulieren. Kilometerstand teruggedraaid. Mededelingsplicht geschonden. Beroep op dwaling slaagt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8689031 / CV EXPL 20-27217

uitspraak: 22 januari 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. D.G.B.M. van Rooij, te Eindhoven,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.W. van Luipen, te Zeist.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ respectievelijk ‘ [gedaagde] ’.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • het exploot van dagvaarding van 29 juli 2020, met producties;

  • de conclusie van antwoord, met producties;

  • het tussenvonnis van 15 oktober 2020 waarin de kantonrechter een mondelinge behandeling heeft bepaald;

  • de akte overlegging producties van [eiseres] .

1.2.

Op 13 november 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij is [eiseres] in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Ook [gedaagde] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Van hetgeen ter zitting is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis (nader) bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

[gedaagde] , onder de verkoopnaam [naam] , heeft op Marktplaats een Citroën C3 1.4 I 2006 Grijs aangeboden. Via de berichtgeving van Markplaats heeft [eiseres] – voor zover van belang – het volgende bericht naar [gedaagde] gestuurd:

“(…)is er een mogelijkheid om morgen langs te komen kijken en eventueel een deal te sluiten?”

[gedaagde] heeft daarop als volgt gereageerd:

“Goeiedag, 1950 is mijn uiterste prijs auto ziet er netjes uit voor ze leeftijd, rijdt en schakelt perfect.

Ja morgen kan hoelaat zou je willen langskomen”

2.2.

Op 9 juni 2019 heeft [eiseres] de auto bezichtigd. De auto bleek, anders dan in de advertentie stond vermeld, blauw van kleur. Uiteindelijk hebben partijen een koopovereenkomst gesloten waarbij [eiseres] de auto, een Citroën C3 met bouwjaar 2006 met kenteken [kentekennummer] (hierna: de auto) heeft gekocht voor een bedrag van € 1.900,00 (hierna: de koopovereenkomst).

2.3.

Op 6 januari 2020 is er door een garage middels een jaarlijkse APK-keuring een kilometerstand van 128.432 km van de auto geregistreerd.

2.4.

Op 14 januari 2020 heeft [eiseres] een brief van het RDW ontvangen, waarin – voor zover van belang – het volgende staat vermeld:

“Voor uw voertuig met kenteken [kentekennummer] is een onlogische tellerstand geregistreerd. In deze brief leest u hier meer over.

Tellerstand onlogisch

Van uw voertuig met bovengenoemd kenteken is op 06-01-2020 de tellerstand 128.432 km geregistreerd. Deze tellerstand is lager dan de vorige tellerstand 245.666 km die op 15-01-2019 is geregistreerd. Normaal gesproken loopt de tellerstand op. Een lagere tellerstand is dus onlogisch.(…)”

2.5.

Uit een door [eiseres] opgevraagd rapport van Autoverleden.nl blijkt – voor zover van belang – het volgende wat betreft de geregistreerde kilometerstanden:

“Overzicht geregistreerde kilometerstanden:

Datum Stand

23-01-2020 128.432

15-05-2019 249.000

18-01-2006 19”

2.6.

Bij brief van 1 mei 2020 heeft [eiseres] , althans haar gemachtigde, aan [gedaagde] – voor zover van belang – het volgende bericht:

“(…)

Gelet op bovenstaande vernietig ik hierbij namens cliënte de koopovereenkomst op grond dat er sprake is van dwaling, dan wel ontbind ik de koopovereenkomst buitengerechtelijk op grond dat er sprake is van een blijvende tekortkoming in de nakoming. Om deze reden bent u gehouden de koopsom van € 1.900,00 aan cliënte terug te betalen en haar schade te vergoeden.

Tot slot heeft cliënte nu vele kosten moeten maken. Namens cliënte stel ik u bij deze aansprakelijk voor de schade. Deze kosten zien op de APK kosten, kosten bij de garage en schorsingskosten ad € 600,00.

(…)

Bij deze stel ik u namens cliënte in gebreke. Daarom verzoek ik u, en voor zover wettelijk vereist, sommer ik u per direct maar uiterlijk vóór zaterdag 16 mei 2020, het verschuldigde bedrag van € 2.649,00 aan mijn kantoor te betalen op IBAN-nummer: [rekeningnummer] ter name Stichting Derdengelden SMART Advocaten onder vermelding van: [naam vermelding] . Na tijdige betaling kan u via ondergetekende een afspraak maken voor het ophalen van de auto.(…)”

3. De vordering

3.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat de overeenkomst onder dwaling tot stand is gekomen, zodat [eiseres] deze rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd en [gedaagde] te veroordelen tot (terug)betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] van een bedrag van € 2.741,45 aan hoofdsom en € 399,15 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW) vanaf 16 mei 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten alsmede de nakosten, eventueel te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

Aan haar vordering heeft [eiseres] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

[eiseres] heeft bij een onjuiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst gesloten. [eiseres] was in de veronderstelling dat de auto ten tijde van de verkoop een kilometerstand van circa 125.000 km had, terwijl deze stand in werkelijkheid veel hoger was (bijna twee keer zo hoog). Uit het rapport van Autoverleden.nl en de brief van RDW blijkt dat de kilometerstand teruggedraaid is. Bij een juiste voorstelling van zaken had [eiseres] de auto niet gekocht, althans niet voor een bedrag van € 1.900,00. Derhalve is sprake van dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW. [eiseres] heeft de koopovereenkomst bij brief van 1 mei 2020 dan ook terecht buitengerechtelijk vernietigd.

3.2.2.

Ter invordering van het bedrag aan schade heeft [eiseres] zich genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. Deze kosten van € 399,15 komen voor rekening van [gedaagde] .

3.2.3.

Voorts maakt [eiseres] aanspraak op de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over de hoofdsom en de buitengerechtelijke incassokosten, vanaf 16 mei 2020 tot de dag der algehele voldoening.

3.3.

Op de (overige) stellingen van [eiseres] zal – voor zover van belang – onder de beoordeling nader worden ingegaan.

4. Het verweer

4.1.

Het verweer strekt tot niet-ontvankelijk verklaring, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

4.2.

Daartoe heeft [gedaagde] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

[gedaagde] heeft de auto zelf op 30 mei 2019 gekocht. Op dat moment had de auto een kilometerstand van onder de 128.000 km. [gedaagde] wist dan ook niet anders dan dat dát de juiste kilometerstand was. De auto was (en is) in goede conditie, zodat hij ook niet behoefde te twijfelen aan de juistheid van de kilometerstand. [gedaagde] heeft de kilometerstand niet zelf teruggedraaid en heeft volledig te goeder trouw gehandeld. [gedaagde] heeft gehandeld als particulier en heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht. [eiseres] heeft, ondanks dat [gedaagde] haar heeft geadviseerd een keuring te laten uitvoeren, niet voldaan aan haar onderzoeksplicht. [eiseres] heeft dan ook onterecht de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

4.3.

Op de (overige) stellingen van [gedaagde] zal – voor zover van belang – hierna nader worden ingegaan.

5. De beoordeling

Dwaling

5.1.

[eiseres] heeft (primair) aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de koopovereenkomst onder invloed van dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW tot stand is gekomen en terecht buitengerechtelijke door [eiseres] is vernietigd.

5.2.

Ingevolge artikel 6:228 lid 1 BW is een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten vernietigbaar:

  1. indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

  2. indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

  3. indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

5.3.

De stelling van [eiseres] dat [gedaagde] bij de verkoop van de auto aan [eiseres] heeft medegedeeld dat de auto circa 125.000 km had gelopen is door [gedaagde] niet betwist. Evenmin heeft [gedaagde] betwist dat de kilometerstand is teruggedraaid. In het bijzonder is de juistheid van het door [eiseres] overgelegde rapport van Autoverleden.nl niet betwist, waarin een kilometerstand van 249.000 km op 15 mei 2019 is vermeld, die niet te verenigen is met de kilometerstand van 128.432 km op 23 januari 2020. Tussen partijen staat derhalve vast dat er met de auto aanzienlijk meer – bijna twee keer zoveel – was gereden dan [gedaagde] tijdens de verkoop van de auto heeft vermeld. Tussen partijen is ook niet in geschil dat [eiseres] dit niet wist, zodat vast staat dat zij bij het sluiten van de koopovereenkomst van een onjuiste voorstelling van zaken is uitgegaan.

5.4.

Aanvankelijk heeft [gedaagde] de stelling van [eiseres] dat zij de auto bij een juiste voorstelling van zaken niet voor een prijs van € 1.900,00 zou hebben gekocht betwist. Ter zitting heeft [gedaagde] echter verklaard dat hij, indien hij op de hoogte was van de juiste kilometerstand, de auto waarschijnlijk niet meer zou hebben verkocht maar naar de sloop zou hebben gebracht. Op basis hiervan is de conclusie gerechtvaardigd dat [eiseres] bij een juiste voorstelling van zaken de koopovereenkomst niet zou hebben gesloten. Daarbij is tevens in aanmerking genomen dat het aantal gereden kilometers bij verkoop van een tweedehands auto als essentieel moet worden beschouwd en dat de kilometerstand van een tweedehands auto in beginsel van doorslaggevend belang is voor de koper.

5.5.

[gedaagde] heeft betoogd dat hij evenmin weet had van de onjuiste kilometerstand. Dit staat een geslaagd beroep op dwaling echter niet in de weg. Indien [gedaagde] in dezelfde onjuiste veronderstelling verkeerde ten aanzien van het aantal gereden kilometers, is sprake van wederzijdse dwaling in de zin van artikel 6:228 lid 1 sub c BW. Voldaan is aan het zogeheten kenbaarheidsvereiste. Dat wil zeggen dat [gedaagde] had moeten begrijpen dat, als [eiseres] had geweten dat de auto bijna twee keer zoveel kilometers had gereden dan de kilometerteller aangaf, [eiseres] de koopovereenkomst niet had gesloten, althans niet tegen dezelfde koopprijs.

5.6.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de dwaling voor rekening van [eiseres] zou moeten blijven, omdat hij heeft voldaan aan zijn mededelingsplicht. [gedaagde] was slechts kort eigenaar van de auto, wist ook niets van het voertuig en heeft geen enkele garantie gegeven omtrent de auto anders dan de opmerking dat de auto er netjes uitziet voor zijn leeftijd en de auto perfect schakelt. Tevens heeft [gedaagde] [eiseres] geadviseerd een keuring te laten uitvoeren. [eiseres] daarentegen heeft niet aan haar onderzoeksplicht voldaan, aldus [gedaagde] .

5.7.

De kantonrechter volgt het standpunt van [gedaagde] niet en overweegt daartoe als volgt. Hetgeen de koper mag verwachten wordt beheerst door de vraag in hoeverre de verkoper een mededelingsplicht heeft en de koper een onderzoeksplicht. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De koopovereenkomst is in deze zaak gesloten tussen twee particulieren. [gedaagde] heeft de auto zelf op 30 mei 2019 gekocht. Slechts enkele dagen later, op 9 juni 2019, heeft [gedaagde] de auto verkocht aan [eiseres] . Niet gebleken is dat [gedaagde] [eiseres] op de hoogte heeft gebracht van het feit dat hij de auto zelf ook pas enkele dagen in zijn bezit had. Dat had hij wel moeten doen. Zo heeft [gedaagde] namelijk medegedeeld dat de auto APK-gekeurd was, maar is hij zelf niet bij die APK-keuring geweest.

5.8.

Nu [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter niet aan zijn mededelingsplicht heeft voldaan, kan hij niet aan [eiseres] tegenwerpen dat zij niet aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan. In beginsel is het niet zo dat de kilometerstand als zodanig bij [eiseres] twijfel had hoeven oproepen over de juistheid ervan. De auto was op dat moment bijna 14 jaar oud en had een stand op de teller van circa 125.000 km. Dit is voor een Citroën C3, een redelijk kleine auto, een normale kilometerstand. Er was op het moment van de verkoop van de auto dan ook niets voorhanden op grond waarvan [eiseres] de juistheid van de kilometerstand, en daarbij de conditie van de auto, in twijfel diende te trekken. Indien [gedaagde] aan [eiseres] had laten weten dat hij de auto zelf ook pas enkele dagen in zijn bezit had, had dit voor [eiseres] aanleiding moeten zijn om onderzoek te doen naar de staat en conditie, en daarbij de kilometerstand, van de auto.

5.9.

Gelet op het voorgaande, behoort de dwaling met betrekking tot de kilometerstand van de auto niet voor risico van [eiseres] te komen. [eiseres] heeft derhalve op goede gronden de overeenkomst wegens dwaling vernietigd in de onder 2.6. geciteerde brief, die als een buitengerechtelijke verklaring in de zin van artikel 3:50 lid 1 BW is aan te merken. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.

5.10.

Ingevolge artikel 3:53 lid 1 BW werkt de vernietiging terug tot het tijdstip waarop de koopovereenkomst is gesloten. Dit brengt mee dat [eiseres] de koopprijs op grond van artikel 6:203 lid 2 BW onverschuldigd heeft betaald en dat [gedaagde] eigenaar van de auto is gebleven. Nu [eiseres] de auto aan [gedaagde] wil teruggeven, is [gedaagde] gehouden hieraan mee te werken. [gedaagde] heeft, lost van zijn verweer tegen het beroep op dwaling en de buitengerechtelijke vernietiging van de koopovereenkomst, de verplichting tot terugname van de auto in geval van dwaling niet betwist. [eiseres] heeft echter geen vordering om [gedaagde] te verplichten tot terugname van de auto ingesteld, zodat de kantonrechter [gedaagde] hiertoe ook niet kan veroordelen.

Schade

5.11.

[eiseres] heeft teruggave van de volledige koopprijs ter hoogte van € 1.900,00 en een vergoeding van de door [eiseres] geleden schade ter hoogte van € 841,45 (kosten garage en kosten RDW schorsing) gevorderd.

5.12.

Op grond van artikel 6:203 lid 1 BW is [eiseres] verplicht de auto terug te geven in de staat waarin deze zich bij de aankoop bevond. Vast staat dat [eiseres] een korte tijd na de koop van de auto in de auto heeft gereden. Normaliter verminderd een auto door het gebruik en de tijdsverloop in zijn waarde. Echter, vanwege de onjuiste kilometerstand heeft [eiseres] een te hoge prijs voor de auto betaald. Daar komt nog bij dat [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat de auto bij de juiste kilometerstand van circa 245.000 km klaar zou zijn voor de sloop. Van een waardevermindering van de auto vanwege het gebruik door [eiseres] en het tijdsverloop lijkt dan ook geen sprake te zijn geweest. Onder die omstandigheden dient [gedaagde] de volledige koopprijs van € 1.900,00 aan [eiseres] terug te betalen. Daartoe zal hij dan ook worden veroordeeld.

5.13.

[eiseres] heeft voorts gesteld dat zij diverse noodzakelijke kosten heeft moeten maken, omdat de auto anders niet APK-gekeurd zou worden. De totale kosten hiervoor bedragen volgens [eiseres] € 768,35 (inclusief BTW). [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van deze kosten betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter kan [gedaagde] niet aansprakelijk worden gehouden voor deze kosten. Niet is vast komen te staan dat deze kosten zijn gemaakt als gevolg van gebreken aan de auto die ten tijde van de verkoop van de auto ook al aanwezig waren. [eiseres] heeft immers in ieder geval in de periode van 9 juni 2019, de datum van de koop, tot 28 februari 2020, de datum waarop [eiseres] de auto heeft laten schorsen bij het RDW, in de auto gereden. De gebreken die tijdens de APK-keuring zijn geconstateerd en waarvoor [eiseres] de kosten heeft moeten maken, kunnen ook in die periode zijn ontstaan. De vordering tot betaling van het bedrag van € 768,35 zal daarom worden afgewezen.

5.14.

Voorts heeft [eiseres] gesteld dat zij kosten ter hoogte van € 73,10 heeft gemaakt om de auto bij de RDW te schorsen om verdere kosten te voorkomen. Nu de kans op gebreken bij een auto met een kilometerstand van circa 249.000 km veel groter is dan een auto met een kilometerstand van circa 128.000 km, acht de kantonrechter het redelijk dat [eiseres] de auto heeft geschorst om verdere kosten te voorkomen en dat [gedaagde] deze kosten aan haar dient te vergoeden. De vordering ter zake zal dan ook worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.15.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal - mede gelet op de door deze rechtbank gevolgde aanbevelingen van het Rapport BGK-integraal - worden afgewezen. [eiseres] heeft immers nagelaten een omschrijving te geven van de voor haar rekening verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De kosten waarvan [eiseres] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.

Rente

5.16.

Bij brief van 1 mei 2020 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd om uiterlijk voor 16 mei 2020 het verschuldigde bedrag aan [eiseres] te betalen. Nu onder 5.12. is overwogen dat [gedaagde] aan [eiseres] een bedrag van € 1.900,00 verschuldigd is en vast staat dat [gedaagde] dit bedrag niet aan [eiseres] heeft betaald, is [gedaagde] vanaf 16 mei 2020 in verzuim en dus wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf 16 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening over € 1.900,00 zal dan ook worden toegewezen.

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring

5.17.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Daartoe heeft [gedaagde] aangevoerd dat er gelet op de eigen bijdrage van [eiseres] mogelijk sprake is van een restitutierisico en het risico dat de auto na een lange procedure in hoger beroep rijp voor de sloop zal zijn.

5.18.

De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. Niet is gebleken dat sprake is van een restitutierisico. Dat [eiseres] recht heeft op een eigen bijdrage betekent niet dat zij het bedrag van € 1.900,00 eventueel na afloop van een hoger beroep procedure niet kan terugbetalen. Voorts heeft [gedaagde] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de auto bij het huidig aantal kilometers al rijp is voor de sloop, zodat ook dat geen reden kan zijn om de uitvoerbaar bij voorraad verklaring af te wijzen.

Proceskosten

5.19.

[gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst onder dwaling tot stand is gekomen, zodat [eiseres] deze rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen kwijting te betalen € 1.973,10, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 1.900,00 vanaf 16 mei 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres]

? vastgesteld op € 341,09 aan verschotten en € 360,00 aan salaris voor de gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan dien gemachtigde dient te worden voldaan, en

? indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis heeft voldaan, begroot op een bedrag van € 90,00 aan nasalaris. Indien daarna betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

37555