Civiel recht overig
Gedaagde partij maakt geen gebruik van de haar geboden gelegenheid om bewijs te leveren. Eindvonnis na…
Rechtbank Rotterdam, 13 oktober 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:9975 · Rechtbank Rotterdam · 13 oktober 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2021-9975
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Dordrecht
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2021
- Datum publicatie
- 13 oktober 2021
- Zaaknummer
- C/10/608216 / HA ZA 20-1109eindvonnis
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:9975
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedaagde partij maakt geen gebruik van de haar geboden gelegenheid om bewijs te leveren. Eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2021:7341).
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
Zittingsplaats Dordrecht
zaaknummer / rolnummer: C/10/608216 / HA ZA 20-1109
Vonnis van 13 oktober 2021
in de zaak van
[naam eiseres] , in haar hoedanigheid van beneficiair erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam erflaatster] ,
wonende te [woonplaats eiseres] ,
eiseres,
advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,
tegen
[naam gedaagde] , in haar hoedanigheid van beneficiair erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam erflaatster] ,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.H. Steensma te Rotterdam.
Partijen zullen hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd worden.
1. Het verdere verloop van de procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-
het vonnis van 21 juli 2021;
-
de akte uitlating bewijs van [naam gedaagde] .
De datum van dit vonnis is vervolgens bepaald op heden.
2. De verdere beoordeling
In deze procedure heeft [naam eiseres] gevorderd [naam gedaagde] te veroordelen een bedrag van € 69.645,48 te betalen aan de nalatenschap van [naam erflaatster], geboren op [geboortedatum erflaatster] en overleden op 12 oktober 2019 (hierna: erflaatster).
In het vonnis van 21 juli 2021 is [naam gedaagde] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zij € 7.500,- contant heeft betaald aan erflaatster voor de auto (Opel Karl) die [naam gedaagde] van erflaatster heeft gekocht. De zaak is verwezen naar de rol waar [naam gedaagde] zich kon uitlaten over de vraag of en zo ja, hoe zij dit bewijs wenst te leveren.
Bij akte van 18 augustus 2021 heeft [naam gedaagde] de rechtbank bericht dat zij geen gebruik maakt van de haar geboden gelegenheid om bewijs te leveren. Gelet op wat reeds in het vonnis van 21 juli 2021 (met name rechtsoverweging 4.10) is overwogen, zal [naam gedaagde] daarom worden veroordeeld om € 7.500,- te betalen aan de nalatenschap van erflaatster.
[naam eiseres] heeft tevens gevorderd [naam gedaagde] te veroordelen dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. [naam gedaagde] heeft hiertegen geen apart verweer gevoerd. Nu aan de vereisten van artikel 6:119 BW is voldaan, zal de rechtbank dit eveneens toewijzen.
Conform het vonnis van 21 juli 2021 wordt de vordering van [naam eiseres] met betrekking tot de rente op de geldlening en de geldopnames voor het overlijden van erflaatster afgewezen.
Omdat partijen zussen zijn, worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [naam gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 7.500,- aan de nalatenschap van erflaatster, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 4 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart het voorgaande uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2021.
3120