Civiel recht overig

Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Rotterdam, 4 mei 2023

Zaakgegevens

Op 4 mei 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
4 mei 2023
Datum publicatie
5 juni 2023
Zaaknummer
10267578 EL 23-5
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:4595
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

effectenleasezaken.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Zaaknummer: 10267578 EL 23-5

vonnis van de kantonrechter d.d. 4 mei 2023,

in de zaak van

de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces.

Partijen worden hierna Dexia en [gedaagde] genoemd.

De beoordeling

Dexia vordert bij dagvaarding dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 6.743,03, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 april 2007, en dat voor recht wordt verklaard dat zij met betrekking tot de tussen haar en [gedaagde] gesloten effectenleaseovereenkomsten met nummers [nummer 1] , [nummer 2] , [nummer 3] en [nummer 4] aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [gedaagde] verschuldigd is, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

[gedaagde] heeft de vordering bij conclusie van antwoord gemotiveerd betwist en tot afwijzing daarvan geconcludeerd, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Dexia in de proceskosten, waaronder de nakosten.

Dexia heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet voor repliek geconcludeerd.

Dit betekent dat Dexia het verweer van [gedaagde] , onder meer inhoudende dat hij bij de totstandkoming van de hiervoor genoemde overeenkomsten een zogeheten verboden beleggingsadvies van een tussenpersoon heeft ontvangen, niet heeft weersproken.

Dit verweer staat aan toewijzing van de vordering van Dexia in de weg.

De vordering zal daarom worden afgewezen.

Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ook de nakosten zijn als na te melden toewijsbaar.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af,

veroordeelt Dexia tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot op heden vastgesteld op € 330,00 aan salaris voor de gemachtigde,

veroordeelt Dexia, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [gedaagde] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 132,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,

verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.