Civiel recht overig
Consument zet opleiding tussentijds stop en moet deel van het opleidingsgeld betalen.
Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14353 · Rechtbank Rotterdam · 16 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-14353
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2026
- Datum publicatie
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12314523 CV EXPL 26-18117
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14353
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Consument zet opleiding tussentijds stop en moet deel van het opleidingsgeld betalen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 12314523 CV EXPL 26-18117
datum uitspraak: 16 oktober 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Capabel Onderwijs Groep B.V.,
vestigingsplaats: Zwolle,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Capabel’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
1 De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
-
de dagvaarding van 7 juli 2026, met bijlagen;
-
het verslag van de zitting van 21 juli 2026;
-
de mail van 21 juli 2026 van [gedaagde];
-
de repliek van Capabel, met bijlagen.
[gedaagde] mocht reageren op de conclusie van repliek van Capabel, maar de rechtbank heeft geen reactie van haar ontvangen.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over?
Capabel is een particuliere onderwijsinstelling. [gedaagde] heeft zich online ingeschreven voor een opleiding bij Capabel. De opleiding kost € 7.886,00 en is gestart in september 2023. [gedaagde] heeft een deel van de opleiding gevolgd. Volgens Capabel heeft [gedaagde] de opleiding in april 2024 tussentijds beëindigd en moet zij € 5.463,40 betalen. Dat bedrag eist Capabel van [gedaagde], met rente en kosten. [gedaagde] is het daar niet mee eens.
[gedaagde] moet € 4.302,72 betalen aan Capabel
[gedaagde] heeft de opleiding zelf voortijdig beëindigd in het derde onderwijsblok. Dat blijkt uit haar mail van 5 april 2024 waarin zij schrijft:
“bij deze ga ik mij gewoon uitschrijven van de opleiding sinds dat blijkbaar nog niet is gebeurd”.
Capabel heeft die mail bij haar repliek gevoegd en uitgelegd dat zij hierin een annulering van de opleiding door [gedaagde] leest. [gedaagde] heeft niet op de repliek van Capabel gereageerd. De kantonrechter moet daarom concluderen dat Capabel de mail terecht heeft opgevat als annulering van de opleiding door [gedaagde] zelf.
Het gevolg van de annulering is dat [gedaagde] een redelijk loon moet betalen aan Capabel. Dat hebben Capabel en [gedaagde] afgesproken in de overeenkomst en/of de algemene voorwaarden. Capabel heeft in de stukken uitgebreid uitgelegd waar dat redelijk loon uit bestaat en hoe dat is berekend. In dit geval gaat het om:
€ 85,00 inschrijfgeld
€ 585,40 opstartkosten van de opleiding (10% van het jaarbedrag aan studiegeld)
€ 4.383,00 gevolgde blokken (€ 1.461,00 per blok; blokprijs is gelijk aan drie maanden)
€ 496,00 leermiddelen en online boekenpakket
€ 5.548,40 totaal
[gedaagde] heeft al € 170,00 betaald (zie de factuur van 7 april 2024). Daarom blijft over een bedrag van € 5.378,40. Dit is de hoofdsom.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de hoofdsom of tegen de berekening van Capabel. [gedaagde] vraag de kantonrechter wel om de volledige gang van zaken mee te wegen bij de beslissing. Zij legt uit dat zij van Capabel niet meer naar de opleiding mocht, omdat zij te vaak afwezig is geweest. Volgens [gedaagde] klopt de aanwezigheidsregistratie niet, had haar afwezigheid te maken met privéomstandigheden en zijn er afspraken gemaakt met de docent over het inhalen van een onderwijsblok. Maar dat is allemaal niet van belang, want [gedaagde] heeft de opleiding zelf beëindigd. De privéomstandigheden die [gedaagde] noemt als reden voor haar afwezigheid maken ook niet dat zij niets of minder moet betalen aan Capabel. Het is haar eigen keuze geweest om niet naar de opleiding te gaan, terwijl Capabel dat plekje wel voor haar had gereserveerd.
De hoofdsom van € 5.378,40 zou toewijsbaar zijn, maar kan toch niet helemaal worden toegewezen. Dat heeft te maken met de wettelijke bescherming van de consument. Capabel is verplicht om bepaalde informatie te geven aan de consument als die zich online inschrijft voor een opleiding. Het is de taak van de kantonrechter om na te gaan of Capabel dat goed heeft gedaan. In dit geval heeft Capabel niet alles goed gedaan. In de informatie die vóór het inschrijven moet worden gegeven ontbreekt informatie over de (minimale) duur van de overeenkomst en over of en wanneer de consument kan opzeggen (artikel 6:230m lid 1 onder p BW). Die informatie is niet terug te vinden in de screenshots van de website die Capabel heeft bijgevoegd.
Het gevolg van deze schending van een informatieplicht is dat een sanctie wordt toegepast waardoor de hoofdsom met 20% wordt verminderd. Dan blijft over (€ 5.378,40 -/- 20% =) € 4.302,72.
De conclusie is dat [gedaagde] € 4.302,72 moet betalen aan Capabel. Dat bedrag wordt toegewezen.
[gedaagde] moet rente betalen
De rente wordt toegewezen over € 4.302,72. Capabel heeft genoeg gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] heeft dat niet betwist. Maar het deel van de rente dat Capabel zelf al in de dagvaarding heeft berekend over de gevorderde (hogere) hoofdsom klopt niet, omdat een lager bedrag aan hoofdsom wordt toegewezen. Daarom wordt de rente toegewezen over het toewijsbare bedrag van de hoofdsom vanaf 7 mei 2024. Dat is de datum waarop [gedaagde] de factuur van Capabel had moeten betalen en dus in verzuim is.
[gedaagde] moet € 671,88 incassokosten betalen
De incassokosten worden deels toegewezen. Aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW), maar de kosten zijn berekend over een hoger bedrag aan hoofdsom dan nu wordt toegewezen. Daarom wordt van de gevorderde incassokosten ter hoogte van € 779,14 inclusief btw maar € 671,88 inclusief btw toegewezen.
Geen oneerlijke bedingen
De kantonrechter moet onderzoeken of de overeenkomst tussen Capabel en [gedaagde] en/of de algemene voorwaarden oneerlijke bedingen bevatten. Dat heeft te maken met consumentenbescherming. In dit geval zijn er geen oneerlijke bedingen. De kantonrechter heeft alleen gekeken naar bedingen die voor de beoordeling van deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bedingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet onderzocht.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Capabel moet betalen op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 529,00 aan griffierecht, € 506,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 253,00) en € 126,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 1.315,27. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
De hoogte van het griffierecht past bij het deel van de eis dat is toegewezen. Het bedrag dat Capabel meer aan griffierecht heeft betaald hoeft [gedaagde] niet te betalen, omdat dat is gebaseerd op het deel van de eis dat is afgewezen. Die kosten waren dus onnodig.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Capabel dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Capabel te betalen € 4.974,60 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 4.302,72 vanaf 7 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Capabel worden begroot op € 1.315,27;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
34286