Civiel recht overig

Kort geding. Verstek. Toewijzing vordering tijdelijke ontruiming in verband met renovatie woongebouw.

Rechtbank Rotterdam, 27 maart 2026

Zaakgegevens

Op 27 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 maart 2026
Datum publicatie
3 april 2026
Zaaknummer
C/10/716452 / KG ZA 26-254
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. Y.F Rijswijk, € 760
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3827
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Verstek. Toewijzing vordering tijdelijke ontruiming in verband met renovatie woongebouw.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/716452 / KG ZA 26-254

Vonnis in kort geding van 27 maart 2026

in de zaak van

STICHTING HAVENSTEDER,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat: mr. Y.F. Rijswijk,

tegen

[gedaagde] ,

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 16 maart 2026, met producties 1 tot en met 10.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 maart 2026.

2 De beoordeling

2.1.

Bij dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek tegen [gedaagde] wordt verleend.

2.2.

Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van Havensteder.

2.3.

[gedaagde] huurt van Havensteder de woning aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning) met bijbehorende berging. De woning en berging maken onderdeel uit van het woongebouw [woongebouw] , dat in opdracht van Havensteder wordt gerenoveerd. Havensteder wil in dat verband vanaf 13 april 2026 ook renovatie- en onderhoudswerkzaamheden in de woning en berging laten uitvoeren.

2.4.

[gedaagde] wil geen medewerking verlenen aan de werkzaamheden. Daarom vordert Havensteder om [gedaagde] te veroordelen om te gedogen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd en, als zij weigert om dit te doen, de woning en berging tijdelijk te verlaten. De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen als gevorderd.

2.5.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:

- dagvaarding: € 153,02

- griffierecht: € 735,00

- salaris advocaat: € 760,00

- nakosten: € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal: € 1.837,02

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen [gedaagde] ,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Havensteder dan wel een door Havensteder in te schakelen derde de volgende werkzaamheden in de woning aan de [adres] in [woonplaats] en de bijbehorende berging uitvoert:

  1. vervangen mechanische installatie,

  2. plaatsen C02-meters,

  3. plaatsen nieuwe ventilatieroosters,

  4. herstellen tochtwering ramen en deuren,

  5. vervangen glas voor HR++ glas,

  6. plaatsen hardglazen klepramen,

  7. gasleiding afsluiten en aansluiting voor elektrisch koken plaatsen,

  8. groepenkas vervangen,

  9. elektrisch kooktoestel plaatsen,

  10. vervangen boiler,

  11. radiatoren en knoppen vervangen,

  12. isoleren plafond berging,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] , als zij niet voldoet aan de veroordeling in 3.1., om de woning aan de [adres] in [woonplaats] en de bijbehorende berging binnen drie dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Havensteder dan wel een door Havensteder in te schakelen derde, zo lang dit noodzakelijk is om de in 3.1. genoemde werkzaamheden uit te (laten) voeren,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.837,02, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. [2971/638]