Civiel recht overig
Kort geding. Krakerszaak. Vorderingen bij verstek toegewezen.
Rechtbank Rotterdam, 7 december 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:11062 · Rechtbank Rotterdam · 7 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2022-11062
Zaakgegevens
Op 7 december 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 december 2022
- Datum publicatie
- 19 december 2022
- Zaaknummer
- C/10/647504 / KG ZA 22-940
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2022:11062
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Krakerszaak. Vorderingen bij verstek toegewezen.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/647504 / KG ZA 22-940
Vonnis in kort geding van 7 december 2022
in de zaak van
STICHTING HAVENSTEDER ,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. P.J. Remmelts te Rotterdam,
tegen
[gedaagden01] ,
gedaagden,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 22 november 2022, met producties 0 tot en met 2,
-
een kopie van pagina 10 van het Algemeen Dagblad van 23 november 2022, waarin een uittreksel van het exploot van dagvaarding bekend is gemaakt,
-
de mondelinge behandeling, gehouden op 30 november 2022.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De vordering en de grondslag daarvan
Eiseres vordert – na vermindering van eis – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
-
gedaagden veroordeelt om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, althans op een door de voorzieningenrechter te bepalen datum, de woning gelegen te [plaats01] aan de [adres01] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van eiseres zijn, en ter algehele beschikking van eiseres te stellen, met bepaling dat dit vonnis vanaf het uitspreken ervan tot aan de sloop ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dit voordoet,
-
gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Eiseres is eigenaar van de woning aan de [adres01] in [plaats01] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van de [naam flat], die in het kader van een herontwikkeling (het project RISE) in 2024 wordt gesloopt. Op 14 oktober 2022 hebben krakers de woning in gebruik genomen. Aan het verzoek van eiseres om de woning uiterlijk op 31 oktober 2022 om 12:00 uur te verlaten, hebben zij niet voldaan.
Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat de krakers inbreuk maken op haar eigendomsrecht en daarmee onrechtmatig handelen. Daarnaast stelt eiseres dat zij een belang heeft om weer over de woning te kunnen beschikken. Tot aan de sloop van de [naam flat] wil eiseres huurders in de woning huisvesten die hun huidige woning als gevolg van de herontwikkeling moeten verlaten. Verder heeft eiseres van omwonenden begrepen dat zij door de aanwezigheid van krakers een onveilig gevoel ervaren.
3. De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang, volgt uit de stellingen van eiseres.
De gevorderde ontruiming komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Daarbij wordt aan gedaagden een termijn van drie dagen na betekening van dit vonnis gegund om de woning te verlaten. Verder wordt bepaald dat het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet. Op grond van artikel 557a lid 3 Rv is deze bevoegdheid beperkt tot een jaar.
Gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten van eiseres worden begroot op € 1.459,43 (€ 127,43 aan kosten betekening oproeping, € 676,00 aan griffierecht en € 656,00 aan salaris advocaat).
4. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres01] in [plaats01] te ontruimen met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken voor zover deze niet het eigendom van eiseres zijn, en ter algehele beschikking van eiseres te stellen,
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.459,43,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2022.
[2971/1980]