Civiel recht overig

Kort geding. Ontruiming. Tweebosbuurt Rotterdam.

Rechtbank Rotterdam, 24 februari 2022

Zaakgegevens

Op 24 februari 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
24 februari 2022
Datum publicatie
14 maart 2022
Zaaknummer
C/10/632669 / KG ZA 22-83
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2022:1850
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming. Tweebosbuurt Rotterdam.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/632669 / KG ZA 22-83

Vonnis in kort geding van 24 februari 2022

in de zaak van

de stichting

STICHTING VESTIA,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. R. Benneker te Rotterdam,

tegen

1. [naam gedaagde 1],

2. [naam gedaagde 2],

3. [naam gedaagde 3],

allen wonende te [woonplaats gedaagden],

gedaagden,

advocaat mr. A. Rhijnsburger te Rotterdam.

Partijen worden hierna Vestia en [gedaagden] genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 2 februari 2022 met de producties 1 tot en met 27b

  • de producties 28 en 29

  • de mondelinge behandeling gehouden op 23 februari 2022

  • de toevoeging van gedaagde sub 1.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1.

Vestia vordert dat de door [gedaagden] bewoonde huurwoning wordt ontruimd per 1 maart 2022. Vestia grondt haar vordering op artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Zij stelt daartoe dat het dringend eigen gebruik gelegen is in de sloop van de gehuurde woning, welke sloopwerkzaamheden onderdeel uitmaken van grootschalige herstructureringsplannen voor Rotterdam Zuid, waaronder ook de Tweebosbuurt.

2.2.

[gedaagden] voert geen verweer.

3. De beoordeling

3.1.

Ter zitting heeft de advocaat van Vestia meegedeeld dat partijen over het tussen hen bestaande ontruimingsgeschil overeenstemming hebben bereikt. Partijen hebben afgesproken dat de huurovereenkomst per 1 maart 2022 als beëindigd zal gelden en dat de ontruiming van het gehuurde op uiterlijk 7 maart 2022 te 08:30 uur heeft plaatsgevonden. De advocaat van [gedaagden] heeft deze mededeling bevestigd. Vestia heeft toegezegd dat zij dit vonnis, inclusief de proces- en nakostenveroordeling, niet ten uitvoer zal leggen indien en voor zover [gedaagden] zich aan de getroffen regeling houdt. Partijen hebben vervolgens verzocht vonnis te wijzen overeenkomstig de ingestelde eis.

3.2.

[gedaagden] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Vestia worden begroot op:

- dagvaardingskosten € 132,22

- griffierecht 676,00

- salaris advocaat 656,00 (liquidatietarief eenvoudig kort geding)

Totaal € 1.464,22

3.3.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten worden dan ook toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagden] om de woning aan de Tweebosstraat 117 te 3072 BP Rotterdam uiterlijk op 7 maart 2022 te 08:30 uur, onder afgifte van de sleutels, te ontruimen en te verlaten, met alle goederen en al de personen die van de zijde van [gedaagden] in die woning verblijven en deze woning ter vrije en algehele beschikking van Vestia te stellen,

4.2.

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Vestia tot op heden begroot op € 1.464,22,

4.3.

veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

4.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op

24 februari 2022.1734/1573