Zoeken naar rechterlijke uitspraken en jurisprudentie

Via Uitspraken.nl kunt u eenvoudig zoeken in onze online uitspraken databank door het invoeren van één of meerdere trefwoorden. Het is uiteraard ook mogelijk om te zoeken op wetsartikelen, zaaknummer, ECLI nummer of het oude LJN nummer.

Kort geding Civiel recht overig

13 januari 2022
ECLI:NL:RBROT:2022:298

Op 13 januari 2022 heeft de Rechtbank Rotterdam een kort geding procedure behandeld op het gebied van civiel recht. Het zaaknummer is C/10/631069 / KG ZA 21-1133, bekend onder ECLI code ECLI:NL:RBROT:2022:298. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure
Zaaknummer(s)
C/10/631069 / KG ZA 21-1133
Datum uitspraak
13 januari 2022
Datum gepubliceerd
19 januari 2022
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/631069 / KG ZA 21-1133

Vonnis in kort geding van 13 januari 2022

in de zaak van

1.
[naam eiser 1]
,

2.

[naam eiser 2]
,

beiden wonende te

[woonplaats eisers]
,

eisers,

advocaat mr. J.M. Peet te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,

tegen

[naam gedaagde]
,

wonende te

[woonplaats gedaagde]
,

gedaagde,

advocaat mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam.

Eisers worden hierna afzonderlijk

[naam eiser 1]
en
[naam eiser 2]
genoemd. Gedaagde wordt hierna
[naam gedaagde]
genoemd.

1.
De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 29 december 2021 met producties 1 tot en met 15

aanvullende stukken behorende bij productie 15 van eisers

de mondelinge behandeling gehouden op 5 januari 2022

de pleitnota van

[naam gedaagde]
met productie 1.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2.
De feiten
2.1.

[naam gedaagde]
is de nicht van
[naam eiser 1]
. De moeder van
[naam gedaagde]
,
[naam 1]
, is de zus van
[naam eiser 1]
.
[naam 1]
is overleden op 6 september 2014.

2.2.

[naam eiser 1]
woont sinds 7 november 2012 samen met
[naam eiser 2]
in een aan
[naam eiser 2]
toebehorende woning aan de
[adres]
(hierna: de Woning). Zij hebben bij notariële akte van 17 december 2014 een samenlevingsovereenkomst gesloten.

2.3.

Op 4 mei 2016 is overleden

[naam 2]
(hierna: erflaatster), de moeder van
[naam eiser 1]
en de grootmoeder van
[naam gedaagde]
. Erflaatster heeft bij testament van 17 december 2014 over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft
[naam eiser 1]
benoemd tot haar enig erfgenaam.
[naam eiser 1]
heeft de nalatenschap van zijn moeder zuiver aanvaard. Ook heeft hij de benoeming tot executeur aanvaard.

2.4.

Bij brief van 10 juli 2017 heeft

[naam gedaagde]
aanspraak gemaakt op haar legitieme portie.

2.5.

In het kader van het geschil over (de omvang van) de legitieme portie van

[naam gedaagde]
zijn tussen partijen meerdere procedures (kort gedingen, bodem- en hoger beroepprocedures) gevoerd. Ook heeft
[naam gedaagde]
ten laste van
[naam eiser 1]
verschillende beslagen doen leggen. Voor de beoordeling in dit kort geding zijn de volgende procedures van belang:

2.5.1.

[naam gedaagde]
heeft in 2020 bij deze rechtbank een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen eisers.
[naam eiser 1]
heeft in die procedure twee reconventionele vorderingen ingesteld die ertoe strekten (1) voor recht te verklaren dat hij de bij tussen hem en
[naam gedaagde]
gewezen kort gedingvonnissen van 12 februari en 10 juli 2020, bezien in verband met het arrest van 6 april 2021, aan hem opgelegde dwangsommen niet heeft verbeurd, althans dat deze worden opgeheven dan wel gematigd, en (2) dat
[naam gedaagde]
wordt veroordeeld de reeds geïncasseerde dwangsommen en executiekosten aan hem te voldoen. Bij (tussen)vonnis van 24 november 2021 zijn beide vorderingen van
[naam eiser 1]
afgewezen. Een vervolgzitting is bepaald op 26 januari 2022.
[naam eiser 1]
overweegt om in tussentijds appel te gaan tegen de afwijzing.

2.5.2.

Op 15 oktober 2021 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank tussen

[naam eiser 1]
en
[naam gedaagde]
een uitvoerbaar bij voorraad verklaard kort gedingvonnis gewezen. Daarin is een verbod opgenomen ertoe strekkende dat de executieverkoop van de op 6 juli 2021 beslagen inboedelgoederen geen doorgang mocht vinden totdat in de bodemprocedure vonnis zou zijn gewezen. Met het wijzen van het bodemvonnis van 24 november 2021 is de schorsende werking van dat verbod opgeheven. In het proces-verbaal van beslaglegging van 6 juli 2021 staan de inboedelgoederen waarom het gaat opgesomd. Het beslag dat
[naam gedaagde]
heeft doen leggen op de koelkast en de wasmachine is bij vonnis van 15 oktober 2021 opgeheven.
[naam eiser 1]
is veroordeeld in de proceskosten.
[naam eiser 1]
heeft tegen het vonnis van 15 oktober 2021 hoger beroep ingesteld.

2.5.3.

[naam gedaagde]
heeft op 7 december 2021 opnieuw beslag gelegd ten laste van
[naam eiser 1]
ter executie van de volgens haar door
[naam eiser 1]
ingevolge de vonnissen van 12 februari en 10 juli 2020 en het arrest van 6 april 2021 verbeurde dwangsommen. Dit beslag heeft de volgende inboedelgoederen in de Woning geraakt, zoals blijkt uit het proces-verbaal van beslaglegging van 7 december 2021 en de daaraan gehechte digitale foto’s 1 tot en met 10:

“(…)

- Een contrabas

- Een ingelijste foto afbeeldende: een persoon die op een bas aan het spelen is

- Muziekstandaard

- Houten barstoel met leuning

- Brother printer (zwart)

- Brother printer (Wit)

- Boekenkast (wit)

- Asus laptop met toebehoren

- Pc met 2 monitoren en toebehoren

- Bureau met 2 stoelen

- Dressoir met 6 deuren

- Tafellamp en tafelklok

- Apple Iphone

- Gazelle fiets met fietstas

- Cortina elektrische fiets met fietstas

- Fietsendrager.”

De contrabas is, ter behoud daarvan, op 7 december 2021 in gerechtelijke bewaring gegeven.

2.6.

De openbare verkoop van alle op dit moment nog beslagen inboedelgoederen is bepaald op dinsdag 18 januari 2022 om 13:00 uur.

3.
Het geschil

3.1.

Eisers vorderen om bij vonnis, voor zover nodig uitvoerbaar bij voorraad:

[naam gedaagde]
te verbieden, althans te oordelen dat het
[naam gedaagde]
niet is toegestaan, om dwangsommen te incasseren via executoriale verkoop van de inboedelgoederen in de Woning;

het beslag op de inboedelgoederen in de Woning op te heffen;

[naam gedaagde]
te verbieden om zich naar derden negatief over
[naam eiser 1]
en/of
[naam eiser 2]
uit te laten of om aan derden stukken over
[naam eiser 1]
en/of
[naam eiser 2]
te verstrekken, waaronder stukken uit procedures met
[naam eiser 1]
en/of
[naam eiser 2]
, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere keer dat
[naam gedaagde]
zich daar niet aan houdt, dan wel een dwangsom die de rechtbank juist acht, te verbeuren aan
[naam eiser 1]
;

[naam gedaagde]
te veroordelen om aan
[naam eiser 1]
een voorschot op de geleden en nog te lijden schade te voldoen van € 10.000,00, dan wel een voorschot dat de rechtbank juist acht;

[naam gedaagde]
te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

[naam gedaagde]
voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.
De beoordeling
4.1.

Vanwege de internationale component in dit kort geding is getoetst en geconcludeerd dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen en dat Nederlands recht van toepassing is. Dit staat ook niet ter discussie tussen partijen.

Vorderingen onder 3.1 sub 1 en 2

4.2.

Het spoedeisend belang van eisers bij hun vorderingen onder 3.1 sub 1 en 2 volgt uit de bij exploot van 8 december 2021 aangezegde executoriale verkoop van de op 6 juli en 7 december 2021 in beslag genomen inboedel van eisers (met uitzondering van de koelkast en de wasmachine) op dinsdag 18 januari 2022 om 13:00 uur.

4.3.

In het bodemvonnis van 24 november 2021 zijn de vorderingen in reconventie van

[naam eiser 1]
die in feite beogen te bereiken dat de veiling van de op 6 juli 2021 beslagen inboedel definitief geen doorgang vindt en terugbetaling van al geïncasseerde dwangsommen en executiekosten moet volgen, afgewezen. Dit oordeel heeft tot gevolg dat de schorsende werking van het vonnis van 15 oktober 2021 ten aanzien van het uitgesproken executieverbod formeel niet meer van kracht is en dat de nog beslagen inboedel in beginsel geveild mag worden.
[naam gedaagde]
heeft bovendien op 7 december 2021 nogmaals beslag laten leggen op zich in de Woning bevindende andere inboedel. De veiling van alle beslagen inboedelgoederen is gepland op dinsdag 18 januari 2022.

4.4.

In de kern gaat het in dit kort geding om de vraag of de gelegde beslagen moeten worden opgeheven en of de veiling geheel of gedeeltelijk moet worden verboden.

4.5.

Vooropgesteld wordt dat in het kort geding dat heeft geleid tot het vonnis van 15 oktober 2021 een rol heeft gespeeld dat

[naam eiser 1]
zich mede bediend heeft van bepaalde valse stukken om aan te tonen dat
[naam eiser 2]
en niet hij eigenaar is van bepaalde inboedelgoederen. In dit kort geding is, nu namens beide eisers, ter onderbouwing van hun stellingen een veelheid aan bewijsstukken overgelegd. De toelichting die eisers op die stukken ter zitting desgevraagd hebben gegeven heeft bij de voorzieningenrechter de overtuigde indruk doen ontstaan dat, ondanks de onverkwikkelijke voorgeschiedenis, het overgrote deel van de inboedel daadwerkelijk toebehoort aan
[naam eiser 2]
en niet aan
[naam eiser 1]
. Tegen
[naam eiser 2]
bestaat evenwel (vooralsnog) geen titel om te executeren.

4.6.

[naam eiser 1]
heeft erkend dat de op 7 december 2021 beslagen contrabas, de muziekstandaard, de houten barkruk, een personal computer met toebehoren, twee beeldschermen, een toetsenbord, een printer in de kleur wit en een printer in de kleur zwart, aan hem toebehoren. Volgens eisers zijn deze zaken niet bovenmatig en geldt het beslagverbod van artikel 447 lid 1 sub a Rv. Eisers hebben hun stellingen hierover gemotiveerd en gedocumenteerd. Van
[naam gedaagde]
had daarop, gelet op dat wat haar in de overwegingen 4.11 en 4.14 van het vonnis van 15 oktober 2021 door de voorzieningenrechter is meegegeven, mogen worden verwacht dat zij de stellingen van eisers beter onderbouwd zou hebben betwist dan zij heeft gedaan. Voorshands lijkt dan van een bovenmatige inboedel geen sprake. Hooguit kan ten aanzien van de contrabas nog worden betwijfeld of deze bovenmatig is, maar de waarde daarvan is niet duidelijk geworden. De advocaat van
[naam gedaagde]
heeft ter zitting wel gesteld dat volgens de deurwaarder de contrabas voldoende zal opleveren om de veilingkosten eruit te halen, maar die stelling is door
[naam gedaagde]
niet anders onderbouwd dan met de als productie 1 door
[naam gedaagde]
overgelegde e-mail van 3 januari 2022 van de deurwaarder aan haar advocaat, waarin die blote mededeling van de deurwaarder staat vermeld. Daarmee heeft
[naam gedaagde]
geen gemotiveerde inschatting van de verkoopopbrengst van de contrabas gemaakt en heeft zij dus de stellingen van eisers over een waarschijnlijk relatief beperkte opbrengst van de contrabas op een executieveiling niet gemotiveerd weersproken.

4.7.

Ook na afweging van de belangen van partijen dient dit alles ertoe te leiden dat de op 6 juli en 7 december 2021 gelegde beslagen op de inboedel van eisers moeten worden opgeheven. De executieveiling van de beslagen inboedel ter inning van door

[naam eiser 1]
beweerdelijk verbeurde dwangsommen mag dan op 18 januari 2022 ook geen doorgang vinden. Bepalend hiervoor is enerzijds dat
[naam gedaagde]
niet over een titel beschikt om tegen
[naam eiser 2]
te executeren en anderzijds dat ten aanzien van de aan
[naam eiser 1]
toebehorende zaken voorshands aannemelijk is dat het beslagverbod geldt. De vorderingen onder 3.1 sub 1 en 2 worden toegewezen op de wijze als hierna in de beslissing bepaald.

Vordering onder 3.1 sub 3

4.8.

Het onder 3.1 sub 3 gevorderde verbod is om te beginnen zeer algemeen geformuleerd. Eisers vorderen immers op straffe van een dwangsom een niet in tijd en omvang beperkt verbod op het doen van niet nader gespecificeerde uitlatingen en het verstrekken van onvoldoende nader gespecificeerde stukken over hen. Dit kan tot nieuwe executiegeschillen leiden waarbij partijen niet zijn gebaat.

Eisers vorderen in feite een vorm van censuur. Hiermee vragen eisers om een beperking van een grondrecht van

[naam gedaagde]
. Op grond van artikel 10 EVRM komt aan eenieder het recht op vrijheid van meningsuiting toe. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt als dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake wanneer de uitlatingen onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW, omdat deze een ongerechtvaardigde inbreuk opleveren op de goede naam of privacy van eisers. Eisers hebben onvoldoende met stukken onderbouwd gesteld dat sprake is van dergelijk onrechtmatig handelen van
[naam gedaagde]
dat een inbreuk oplevert.
[naam gedaagde]
heeft dit ook uitdrukkelijk betwist. Aan de afweging van de wederzijdse belangen van partijen (het recht van eisers op bescherming van hun goede naam en privacy tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting van
[naam gedaagde]
) wordt dan niet toegekomen. Het gevorderde onder 3.1 sub 3 wordt afgewezen.

Vordering onder 3.1 sub 4

4.9.

Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is. Eisers hebben op geen enkele wijze concreet aannemelijk gemaakt dat aan deze voor toewijzing van een geldvordering vereiste aspecten is voldaan. Daarom wordt ook de vordering onder 3.1 sub 4 afgewezen.

Proceskosten

4.10.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, worden de proceskosten gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5.
De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

heft op de op 6 juli en 7 december 2021 ten laste van

[naam eiser 1]
gelegde beslagen die thans nog rusten op de zich in de Woning van eisers bevindende inboedel,

5.2.

verbiedt

[naam gedaagde]
om ten laste van
[naam eiser 1]
ingevolge de vonnissen van 12 februari en 10 juli 2020 en het arrest van 6 april 2021 dwangsommen te incasseren via de op 18 januari 2022 om 13:00 uur geplande executoriale verkoop van de op 6 juli en 7 december 2021 beslagen inboedelgoederen in de Woning (met uitzondering van de koelkast en de wasmachine),

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman. Het is ondertekend door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2022. 1734/1729

De gemaximeerd opgelegde dwangsommen zijn verbonden aan de veroordeling van

[naam eiser 1]
tot afgifte van de in het vonnis van 12 februari 2020 genoemde gegevens om
[naam gedaagde]
in staat te stellen de omvang van haar legitieme portie vast te stellen. In de visie van
[naam gedaagde]
heeft
[naam eiser 1]
inmiddels dwangsommen verbeurd tot een bedrag van € 150.000,00.

In het proces-verbaal van 6 juli 2021 staan deze zaken opgesomd in 28 gedachtestreepjes, waarbij verwezen wordt naar digitale foto’s genummerd 1 tot en met 23. Het gaat om de volgende zaken: 2 Tv’s, merk Sony, diverse tafellampen, kandelaren, bankstellen, diverse bijzettafels, tv-meubel hout, diverse stalampen, diverse grote vazen met kunstbloemen, twee hockers zwart, vloerkleed, dienblad met accessoires, wandklok met slinger, schilderijen, fauteuils, wandkast houtkleur, kist hout, eettafel, acht eetstoelen, wandkast wit, wandklok, hanglampen, koelkast, merk Liebherr, magnetron/oven, koffiezetapparaat, merk Jura, wandkast steigerhout, vriezer, tafelformaat, merk Liebherr, droger, merk AEG, wasmachine, merk Bosch.

Zie ook

Oozo.nl
Weten wat er in jouw buurt of straat gebeurt?
FaillissementsDossier.nl
Alle faillissementen en surseances in Nederland
FaillissementsDossier.be
Alle faillissementen en opschortingen in België
ProcedureCollective.fr
Alle faillissementen in Frankrijk
DatIsSlimBedacht.nl
Tips - Ideeën - Slimmigheden
  • Uitspraken.nl is een produkt van Binq Media B.V. - Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum - Kvk nummer 54506158