Civiel recht overig
Kort geding. Ontruiming (krakers). Vordering bij verstek toegewezen.
Rechtbank Rotterdam, 12 juli 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:6958 · Rechtbank Rotterdam · 12 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2023-6958
Zaakgegevens
Op 12 juli 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 12 juli 2023
- Datum publicatie
- 4 augustus 2023
- Zaaknummer
- C/10/659306 / KG ZA 23-511
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R. van der Hoeff te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:6958
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Ontruiming (krakers). Vordering bij verstek toegewezen.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/659306 / KG ZA 23-511
Vonnis in kort geding van 12 juli 2023
in de zaak van
de stichting STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM ,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat: mr. R. van der Hoeff te Rotterdam,
tegen
[gedaagden01] ,
gedaagden,
niet verschenen.
1. De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende stukken:
-
de dagvaarding van 23 juni 2023, met producties 1 tot en met 10,
-
een kopie van pagina 10 van het AD Rotterdams Dagblad van 30 juni 2023, waarin een uittreksel van het exploot van dagvaarding bekend is gemaakt.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 juli 2023.
2. De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend.
Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang volgt uit de stellingen van eiseres.
Eiseres vordert ontruiming door gedaagden van de woning aan de [adres01] [plaats01] . Deze vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen op de in de dagvaarding beschreven wijze. Hetzelfde geldt voor de op artikel 557a lid 3 Rv gebaseerde vordering.
De vordering om gedaagden te verbieden om na vertrek uit de woning daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door eiseres beheerde woning te betrekken, wordt afgewezen. Gedaagden worden in 3.2. veroordeeld om de woning te ontruimen en ontruimd te houden, waarmee deze veroordeling reeds een verbod bevat om na vertrek uit de woning daarin terug te keren. Voor het overige geldt dat de vordering naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende bepaald is, aangezien eiseres niet heeft aangegeven op welke ander(e) door eiseres beheerde woning(en) zij doelt.
Gedaagden worden als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten van eiseres worden begroot op € 1.479,73 (€ 106,73 aan betekening oproeping, € 676,00 aan griffierecht en € 697,00 aan salaris advocaat). Uit het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:853) volgt dat in dit vonnis geen aparte beslissing hoeft te worden genomen over nakosten.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
veroordeelt gedaagden, ieder afzonderlijk, om de woning aan [adres01] te [plaats01] , binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden,
bepaalt dat de onder 3.2 genoemde veroordeling tot een jaar na de dag waarop dit vonnis wordt uitgesproken dan wel bekrachtigd ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning aan [adres01] te [plaats01] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.479,73,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.
[2971/1573]