Civiel recht overig

Kort geding. Verstek. 3:300 BW. Vervangende toestemming verkoop en levering pand.

Rechtbank Rotterdam, 26 juni 2024

Zaakgegevens

Op 26 juni 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
26 juni 2024
Datum publicatie
26 augustus 2024
Zaaknummer
C/10/680020 / KG ZA 24-511
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:8011
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Verstek. 3:300 BW. Vervangende toestemming verkoop en levering pand.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/680020 / KG ZA 24-511

Vonnis in kort geding van 26 juni 2024

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Capelle aan den IJssel,

eiser,

advocaat mr. T.O. Sohansingh te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland of elders,

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 7 juni 2024 met producties

  • de mondelinge behandeling gehouden op 18 juni 2024

  • de ter zitting overhandigde kopie van het openbaar exploot in de Staatscourant 2024 nr. 19619 van 13 juni 2024.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek ter zitting werd verleend.

2.2.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Gegeven is dat het pand aan [adres] door (alleen) eiser in eigendom is verkregen zulks nadat de Islamitische echtscheiding tussen partijen rond was doch vóórdat de Nederlandse echtscheiding een feit was. Daarmee is gedaagde naar Nederlands recht mede-eigenaar van het pand geworden en dient zij toestemming te verlenen voor de aan de orde zijnde verkoop en levering van dit pand aan de gemeente Rotterdam. Ondanks serieuze pogingen van eiser om te achterhalen waar gedaagde (in Pakistan) verblijft en om met haar in contact te treden teneinde de toestemming voor de verkoop en levering van het pand van haar in persoon te verkrijgen, is dit niet gelukt. Mede gelet op de termijn waarbinnen de levering aan de gemeente Rotterdam moet zijn geëffectueerd (uiterlijk op 14 augustus 2024), ligt de vordering thans voor toewijzing gereed.

2.3.

Gelet op de voormalige huwelijkse relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,

3.2.

bepaalt dat aan eiser vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 BW wordt verleend om het pand, omvattende een winkel en bovenwoningen met erf, aan [adres], kadastraal bekend [perceel], ingevolge de als productie 4 bij de dagvaarding overgelegde koopovereenkomst, te verkopen en te leveren aan de gemeente Rotterdam, zonder tussenkomst van gedaagde,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.1734/106