Civiel recht overig

Kort geding. Gemengde huur / zorg overeenkomst. Ontruiming toegewezen.

Rechtbank Rotterdam, 4 september 2026

Zaakgegevens

Op 4 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
4 september 2026
Datum publicatie
24 september 2026
Zaaknummer
C/10/724796 / KG ZA 26-867
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. L.B. van Luijn, mr. J. Pearson
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:12586
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Gemengde huur / zorg overeenkomst. Ontruiming toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/724796 / KG ZA 26-867

Vonnis in kort geding van 4 september 2026

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS,

gevestigd in Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: het Leger des Heils,

advocaat: mr. L.B. van Luijn,

tegen

[gedaagde] ,

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. J. Pearson.

1 De procedure

1.1.

Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 14 augustus 2026, met producties 1 tot en met 12. De mondelinge behandeling vond plaats op 24 augustus 2026.

1.2.

Nadat eerst verstek is verleend en vonnis is bepaald, heeft [gedaagde] het verstek tijdig gezuiverd.

1.3.

Het Leger des Heils heeft de aanvullende producties 13 tot en met 16 overgelegd.

1.4.

Partijen zijn met elkaar in overleg getreden. Dat heeft ertoe geleid dat zij een regeling hebben getroffen die voor zover hier van belang inhoudt dat het Leger des Heils vonnis vraagt en dat [gedaagde] zich refereert aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

2 De beoordeling

2.1.

Het voor toewijzing van een vordering in kort geding vereiste spoedeisend belang volgt uit de stellingen van het Leger des Heils.

2.2.

De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Van bijzonder belang is dat [gedaagde] met haar minderjarige kind in de woning woont en het belang van het kind vooropstaat op grond van artikel 3 IVRK. De ontruimingstermijn wordt niettemin bepaald op zeven dagen na betekening van dit vonnis. Daartoe is van belang dat deze termijn in dit geval voldoende ruimte biedt. De voorbereidingen voor de ontruiming zijn al getroffen. [gedaagde] en haar kind beschikken al over (tijdelijke) vervangende woonruimte.

2.3.

Daarnaast wordt de gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van politie en justitie afgewezen. Op grond van artikel 556 lid 1 geschiedt de gedwongen ontruiming door een deurwaarder. Zie verder de artikelen 557 en 444 Rv.

2.4.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van het Leger des Heils worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

760,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.837,02

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] in [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van het Leger des Heils zijn, en de sleutels af te geven aan het Leger des Heils,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.837,02, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026.
[3894/1729]