Civiel recht overig
Kort geding. Verstek. Ontruiming.
Rechtbank Rotterdam, 23 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:12922 · Rechtbank Rotterdam · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-12922
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 29 september 2026
- Zaaknummer
- C/10/725876 / KG ZA 26-935
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E. de Ruiter
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:12922
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Verstek. Ontruiming.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/725876 / KG ZA 26-935
Vonnis in kort geding van 23 september 2026
in de zaak van
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,
te Rotterdam,
eiseres,
hierna te noemen: Woonstad,
advocaat: mr. E. de Ruiter,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 7 september 2026 met producties 1 tot en met 21
-
productie 22 van Woonstad
- de mondelinge behandeling van 16 september 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2 De beoordeling
[gedaagde] is niet op de zitting verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het verstek kan worden verleend.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor en wordt daarom toegewezen, met uitzondering van de gevorderde ontruimingstermijn die onredelijk kort is. De voorzieningenrechter heeft ambtshalve geconstateerd dat op het onderhavige adres geen minderjarige kinderen in het GBA staan ingeschreven en van hun aanwezigheid blijkt ook overigens niet uit het dossier.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woonstad worden begroot op:
- dagvaarding € 153,02
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 760,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.837,02
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen [gedaagde] ,
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [postcode] Rotterdam te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin bevindende personen en/of zaken, voor zover deze zaken niet het eigendom van Woonstad zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woonstad te stellen,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.837,02, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling van die proceskosten,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026. |
||
1734/1980