Civiel recht overig
Kort geding. Aanbesteding. Aanbestedingsprocedure met twee percelen. Vordering gericht op één perceel…
Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:14720 · Rechtbank Rotterdam · 23 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-14720
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/725354
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W. van Leeuwen
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:14720
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Aanbesteding. Aanbestedingsprocedure met twee percelen. Vordering gericht op één perceel. Eiseres is ontvankelijk in vorderingen. Dat andere perceel gegund is aan eiseres waartegen niet opgekomen wordt, verandert dat niet. Gronden kunnen vorderingen niet dragen. Geen fundamenteel gebrek. In parallelle procedures wordt beslist dat aanbesteding moet worden gestaakt. Zie vonnissen in zaaknummer 725374 en 724661 van zelfde datum.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/725354 / KG ZA 26-899
Vonnis in kort geding van 23 oktober 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. W. van Leeuwen,
tegen
[gedaagde] ,
zetelende te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente
mr. M. van Rijn.
1 De zaak in het kort
De gemeente heeft een aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de gunning van een opdracht tot levering van werkplek hardware (perceel 1) en een opdracht tot levering van mobiele hardware (perceel 2). [eiseres] heeft op beide percelen inschrijvingen ingediend. De gemeente heeft, na loting, het voornemen geuit om de opdrachten voor wat betreft perceel 2 (de mobiele hardware) niet aan [eiseres] te gunnen. [eiseres] kan zich hier niet in vinden. Volgens [eiseres] is de aanbesteding van perceel 2 om verschillende redenen fundamenteel gebrekkig. [eiseres] vordert daarom - kort gezegd - de aanbesteding voor wat betreft perceel 2 te staken. De gronden die [eiseres] aan haar vorderingen ten grondslag legt kunnen haar vorderingen niet dragen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af.
2 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 augustus 2026, met producties
- de akte overlegging (nadere) producties van [eiseres] , met producties
- de mondelinge behandeling van 9 oktober 2026
- de pleitnota van [eiseres]
- de pleitnota van Gemeente Rotterdam.
3 De feiten
[eiseres] is een internationale IT-partner voor overheden en zakelijke partijen. Zij is werkzaam in de Benelux en Scandinavië. Zij schrijft regelmatig in op aanbestedingen voor de levering van IT-hardware en is de huidige leverancier van de gemeente.
De gemeente heeft op 19 maart 2026 de Europese aanbestedingsprocedure “werkplek en mobiele hardware” in de markt gezet. Het Beschrijvend Document van deze aanbesteding luidt, voorzover voor deze zaak van belang, als volgt:
“Begripsbepaling
Kernassortiment
Aanbestedende Dienst heeft een kernassortiment van standaard middelen die vaak worden besteld. Dit bestaat nu uit desktops, thin clients, laptops, beeldschermen, dockingstations, smartphones en bijbehorende accessoires. Het kernassortiment wordt bijgewerkt naar behoefte van Aanbestedende Dienst en wanneer een model end of life raakt.
(…)
2 Wat wordt er aanbesteed?
Omschrijving van de Opdracht
De Opdracht (…) die is beschreven in dit Beschrijvend Document gaat over het op afroep en naar behoefte van de Aanbestedende Dienst leveren van ICT (mobiele en werkplek) hardware en het leveren van accessoires inclusief support op de geleverde apparatuur. De Aanbestedende Dienst onderscheidt in deze Opdracht twee percelen; werkplek hardware en mobiele hardware.
(…)
Scope van de Opdracht
De onderhavige Opdracht is onderverdeeld in twee percelen. De Aanbestedende Dienst acht deze opdeling passend, omdat de betreffende functies en/of diensten niet noodzakelijkerwijs bij één en dezelfde partij kunnen of hoeven te worden ingekocht.
Onder ICT-hardware wordt verstaan het leveren van:
(…)
Perceel 2: Mobiele hardware
Onder mobiele hardware wordt alle apparatuur, inclusief accessoires, verstaan die je aan een medewerker afgeeft, die nodig is voor het bereikbaar zijn/ of mobiel te kunnen werken op locatie.
Hier worden de volgende artikelen onder meer (maar niet uitsluitend) verstaan:
1. Het leveren van smartphones, inclusief accessoires op o.a. de besturingssystemen Android en IOS;
2. Het leveren van mobiele telefoons;
3. Het leveren van tablets inclusief accessoires op o.a. de besturingssystemen Android en IOS.
(…)
Optionele dienstverlening
Bij de levering van zowel werkplek als mobiele hardware kan de volgende optionele dienstverlening worden gevraagd:
(…)
Perceel 2 Mobiele hardware:
1. Het leveren van de mobiele hardware apparatuur bij thuisadressen van medewerkers van de Aanbestedende Dienst. Dit alleen op verzoek van de Aanbestedende Dienst.
2. Op verzoek de aangeschafte middelen voorzien van een label en het opleveren van een registratieformulier van de aangeschafte middelen.
3. Het uit-, in- en herverpakken van mobiele telefoons.
4. Onderzoek naar mogelijkheden voor reparatie (buiten garantie), en de reparatie zelf.
5. Het op duurzame en veilige wijze afvoeren en verwerken van afgeschreven, defecte of anderzijds afgedankte apparatuur. De Inschrijver zal op het moment van afvoeren aan de Aanbestedende Dienst een opgave doen van de restwaarde en dit d.m.v. een creditnota te verrekenen met de Aanbestedende Dienst.
(…)
Doel van de Opdracht
De onderhavige Opdracht heeft betrekking op het op afroep en naar behoefte van de Aanbestedende Dienst leveren van ICT-hardware.
De Aanbestedende Dienst beoogt met deze Overeenkomst partijen te contracteren die merkonafhankelijk ICT-hardware artikelen kunnen leveren, gevraagd en ongevraagd advies geven en service verlenen over nieuw aan te schaffen ICT-hardware. De Aanbestedende Dienst wordt via de uiteindelijke Opdrachtnemer(s) op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen op het gebied van ICT-hardware.
De Aanbestedende Dienst beoogt derhalve met deze Overeenkomst de volgende doelstelling te realiseren:
1. Een betrouwbare leverancier te contracteren die de Aanbestedende Dienst zo efficiënt mogelijk ondersteunt en bedient in het zo snel mogelijk leveren van ICT-middelen en het verzorgen van de gevraagde dienstverlening tegen de gestelde kwaliteit voor een zo laag mogelijke prijs;
2. Een zo toekomstbestendig mogelijke leverancier te contracteren. Onder toekomstbestendig verstaat de Aanbestedende Dienst een contractspartner die proactief meebeweegt met landelijke ontwikkelingen in het domein van ICT- middelen, ontwikkelingen in de gemeentelijke organisaties en technologische (innovatieve) mogelijkheden in de markt signaleert en proactief merkonafhankelijk adviseert met betrekking tot deze mogelijkheden;
3. Een concrete bijdrage leveren aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de Aanbestedende Dienst op het gebied van Duurzaamheid.
(…)
Perceelindeling
De aanbesteding is verdeeld in twee (2) percelen. (…) Perceel 2: Mobiele hardware
Omvang van de Opdracht
(…)
De totale geschatte opdrachtwaarde voor perceel 2 bedraagt naar verwachting € 13.000.000,- en maximaal € 15.000.000,- exclusief BTW voor de periode van drie (3) jaar en zes (6) maanden.
(…)
Nadere opdrachten onder de Overeenkomst
Nadere opdrachten worden op twee manieren in opdracht gegeven:
1.Punchout
Een webshop waarin o.a. het afgesproken kernassortiment staat beschreven. Uit dit kernassortiment worden wekelijks onderdelen/apparaten besteld. Deze artikelen zijn direct te selecteren in de punchout en na goedkeuring worden deze bestellingen omgezet naar een formele bestelopdracht voor de leverancier.
2. Slim scherm
Bedoeld voor o.a. offertes die niet direct in de webshop zijn te vinden of buiten het kernassortiment vallen. De offerte wordt via het slimme scherm ingevoerd en na goedkeuring omgezet naar een formele bestelopdracht.
(…)
4 Hoe schrijft u in?
(…)
5 Waar moet u aan voldoen?
(…)
6 Waar wordt uw Inschrijving op beoordeeld?
(…)
6.2 Gunningscriterium
De Inschrijvingen worden door de Aanbestedende Dienst beoordeeld op basis van het gunningscriterium ‘laagste prijs’. Hierbij wordt bij de beoordeling van de Inschrijvingen enkel onderscheid gemaakt tussen financiële aspecten.
Beschrijving van de financiële aspecten
U dient uw prijs en/of tarieven aan te bieden door middel van het invullen van het Prijzenformulier.
(…)
Perceel 2 mobiele hardware:
Het opslagpercentage bevat alle in paragraaf 2.1.4 van dit Beschrijvend Document en Programma van Eisen genoemde werkzaamheden ten behoeve van de mobiele hardware.
Bij het Beschrijvend Document (zie 3.3) horen verschillende bijlagen, onder meer:
- bijlage 1 Programma van Eisen (hierna: PVE)
- bijlage 7 Prijzenformulier
- bijlage 8b Overeenkomst Perceel 2 Mobiele hardware
- bijlage 17 Specificaties Mobiele hardware
Het Programma van Eisen (Bijlage 1 bij het Beschrijvend Document) luidt, voor zover van belang, als volgt:
“1. Algemene eisen
(…)
10. Opdrachtgever is gerechtigd om gedurende de looptijd van de overeenkomst steekproefsgewijs te toetsen of de door Opdrachtnemer gehanteerde prijzen marktconform zijn, uitgaande van de marktconformiteit zoals deze gold op het moment van uitbrengen van de betreffende offerte. Indien uit een dergelijke steekproef blijkt dat de door Opdrachtnemer gehanteerde prijs meer dan 5 procent afwijkt van hetgeen op het moment van de offerte als marktconform kon worden aangemerkt, is Opdrachtnemer verplicht het volledige verschil tussen de gefactureerde prijs en de marktconforme prijs aan Opdrachtgever te vergoeden door middel van een creditnota.
(…)
5. Administratie en facturatie
(…)
82. De Opdrachtnemer dient op aanvraag inkoopprijzen te kunnen overleggen. Dit is door de Opdrachtnemer daadwerkelijk betaalde inkoopprijs in de keten, exclusief btw, aantoonbaar met inkoopfactuur. Indien de inkoopfactuur nog niet beschikbaar is volstaat een orderbevestiging. Opdrachtnemer levert de bijbehorende inkoopfactuur alsnog aan binnen 10 werkdagen nadat deze beschikbaar is geworden, voor de door Opdrachtgever geselecteerde steekproef.
(…)
84. Op verzoek van de Opdrachtgever, levert de Opdrachtnemer meerdere offertes van verschillende fabrikanten voor dezelfde aanvraag. De Opdrachtnemer kiest op dat moment welke van de offertes leidt tot een daadwerkelijke bestelling.”
In 93-112 van het PVE zijn duurzaamheidseisen opgenomen.
Bijlage 7 Prijzenformulier (in de stukken ook wel aangeduid als “het prijzenblad”) luidt voor wat betreft perceel 2 (mobiele hardware) als volgt:
[afbeelding niet beschikbaar]De toevoeging “Let op: op straffe van uitsluiting is het niet toegestaan een opslagpercentage van < 2,5% in te dienen!” is ingevoegd na de eerste Nota van Inlichtingen (zie hierna in
3.10).
Bijlage 8b (Overeenkomst Perceel 1 Mobiele hardware) bij het Beschrijvend document luidt, voor zover van belang, als volgt:
“Artikel 7 Totstandkoming Nadere Opdrachten
De opdracht tot het leveren van de ICT Prestatie geschiedt telkens door middel van het verstrekken van een Nadere Opdracht door Opdrachtgever, welke Nadere Opdracht hierdoor reeds door Opdrachtnemer wordt aanvaard.”
De apparatuur die is opgenomen in het Prijzenformulier, vormde ten tijde van het uitschrijven van de aanbesteding het kernassortiment van de gemeente voor mobiele hardware. De in het Prijzenformulier opgenomen inkoopprijzen, zijn de prijzen die de gemeente onder de lopende raamovereenkomst met [eiseres] betaalt.
In bijlage 17 (Specificaties Mobiele Hardware) heeft de gemeente de specificaties van de modellen uit het Prijzenformulier vertaald naar minimale technische specificaties.
In de eerste nota van inlichtingen van 20 april 2026 (hierna: NVI 1) zijn, voor zover hier van belang, de volgende vragen gesteld respectievelijke de volgende antwoorden gegeven door de gemeente:
Vraag 4, gesteld door [eiseres] :
“U heeft gekozen voor gunning op laagste prijs. De aanbestedingswet staat dit in beginsel niet toe, mits deugdelijk gemotiveerd. In de ogen van inschrijver ontbreekt een dergelijke motivatie in het beschrijvend document. Wij zijn van mening dat uw onderbouwing ontbreekt en verzoeken u daarom ook om het gekozen criterium te onderbouwen.”
Antwoord:
“Het ontbreken van de onderbouwing waarom de Aanbestedende Dienst kiest voor gunning op laagste prijs betreft een onmissie. De Opdrachtgever heeft voor het gunningcriterium Laagste prijs gekozen, omdat voor deze Opdracht geen duidelijk onderscheidende, voor hem meerwaarde vertegenwoordigende, EMVI criteria zijn te bepalen. De specificaties van de Opdracht zijn dusdanig vastgelegd dat het gunningcriterium ‘laagste prijs’ naar de mening van de Aanbestedende Dienst het meest passend is.”
Vraag 6:
In paragraaf 6.3 geeft u aan dat negatieve bedragen niet zijn toegestaan. Is onze aanname correct dat ook nul-bedragen niet zijn toegestaan?
Zo niet, graag uw toelichting.
Antwoord:
Uw aanname is correct. Nul-bedragen zijn niet toegestaan, omdat deze niet marktconform worden geacht door de Aanbestedende Dienst.
Vraag 7:
“U vraagt om een opslagpercentage op onze inkoopprijzen. Hieraan stelt u geen randvoorwaarden. Het toevoegen van een opslagpercentage is bedoeld om de prijzen voor verschillende diensten en producten gedurende de looptijd van de overeenkomst te borgen. Een zeer laag opslagpercentage is niet voldoende om dit te waarborgen. Dit kan namelijk leiden tot prijsinstabiliteit, omdat leveranciers geen IT-producten inclusief diensten kunnen leveren tegen dergelijke lage marges. Wij verzoeken u dan ook een marktconform minimum opslagpercentage van 3% toe te voegen om de prijsstabiliteit en kwaliteit van de dienstverlening van inschrijvers te waarborgen. Bent u bereid om dit minimale opslagpercentage toe te voegen?
Antwoord:
Aanbestedende Dienst is bereid een minimum opslagpercentage toe te voegen. Het minimale opslagpercentage voor beide percelen wordt op straffe van uitsluiting 2,5%. De Aanbestedende Dienst acht inschrijvingen onder het genoemde percentage als abnormaal laag. Zie het aangepaste prijzenblad bijlage 7 Prijzenblad - HERZIEN. Opdrachtnemer dient deze versie bij zijn Inschrijving te gebruiken. De vorige versie van het prijzenblad komt hier mee te vervallen.
Vraag 8:
In paragraaf 6.3 geeft u het volgende aan: De Aanbestedende Dienst behoudt zich verder het recht voor om Inschrijvingen waarbij prijzen en/of tarieven worden ingediend die niet marktconform of abnormaal laag zijn, zoals bedoeld in artikel 2.116 Aanbestedingswet 2012, af te wijzen. Wat verstaat AD onder marktconform?
Antwoord:
Marktconform betekent dat de prijzen en/of tarieven in lijn zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten. Abnormaal lage inschrijvingen worden behandeld en vastgesteld conform het wettelijk kader (2.116 Aw). Of een inschrijving abnormaal laag is, zal worden vastgesteld op basis van de omstandigheden van het geval. Wij kunnen niet op voorhand aangeven wat een abnormaal lage inschrijving is.
Vraag 65:
Bijlage 7 Prijzenblad
Inschrijvers dienen stuksprijzen voor optionele dienstverlening in te vullen. Om op voorhand te verduidelijken wanneer deze prijzen als irreëel worden beschouwd, vriendelijk verzoek om hier minimum tarieven aan te koppelen?
Antwoord:
Nee, de Aanbestedende Dienst stelt geen bandbreedte of minimumtarief vast voor de optionele dienstentarieven. Het is aan Inschrijver om op basis van zijn kennis en expertise een passende reële prijs op te geven per optioneel aspect. Met betrekking tot wat de Aanbestedende Dienst marktconform of abnormaal laag vindt, verwijst de Aanbestedende Dienst naar het antwoord op vraag 8.
Vraag 134:
U geeft in het Concept Raamovereenkomst (ROK), artikel 19 uitgebreide en verstrekkende benchmarkverplichtingen op.
Inschrijver merkt op dat binnen deze aanbesteding Inschrijvers voor de levering van apparatuur uitsluitend een opslagpercentage aanbieden en dat de daadwerkelijke inkoopprijzen worden bepaald door fabrikanten en leveranciers, waarop Opdrachtnemer geen invloed heeft.
(…)
Inschrijver verzoekt u te bevestigen dat de benchmarkverplichtingen zoals opgenomen in artikel 19 van het Concept ROK niet van toepassing zijn op deze opdracht en derhalve komen te vervallen.
Indien u dit niet kunt bevestigen, verzoekt Inschrijver u te motiveren op welke wijze een benchmark, gelet op het feit dat uitsluitend opslagpercentages worden aangeboden en Opdrachtnemer geen invloed heeft op inkoopprijzen, een geschikt en proportioneel instrument vormt binnen deze aanbesteding.
Antwoord
De benchmarkverplichtingen zoals opgenomen in artikel 19 van het Concept Overeenkomst blijven van toepassing. Een benchmark is een geschikt en proportioneel instrument om de marktconformiteit van de totale kosten, inclusief het door de Opdrachtnemer gehanteerde opslagpercentage, te toetsen. De Aanbestedende Dienst verwacht een eerlijke en transparante prijsstelling en de benchmark dient ter controle hiervan. De Aanbestedende Dienst merkt daarnaast op dat er tevens sprake is van optionele dienstverlening waar de benchmarkvoorwaarden op van toepassing zijn.
Vraag 232:
Kunt u toelichten hoe het kernassortiment tot stand komt, bijvoorbeeld welke rol zowel de Aanbestedende Dienst als de Opdrachtnemer hierin hebben, en op basis van welke criteria producten en fabrikanten worden geconsulteerd, toegevoegd of verwijderd (zoals o.a. beschreven in Eis 52 en 53)?
Antwoord:
Het kernassortiment bestaat uit standaard middelen die veelvuldig worden besteld en wordt bijgewerkt naar behoefte van de Aanbestedende Dienst en/of wanneer een model 'end of life' raakt.
Naar aanleiding van de in 3.9 weergegeven vraag 7, is het Prijzenformulier aangepast. Aan het Prijzenformulier is toegevoegd:
“Let op: op straffe van uitsluiting is het niet toegestaan een opslagpercentage van < 2,5% in te dienen!” (zie 3.5)
In de tweede nota van inlichtingen van 21 mei 2026 (hierna NVI 2) zijn de volgende vragen gesteld door inschrijvers, waarop de volgende antwoorden zijn gegeven door de gemeente:
Vraag 277:
Kunt u de verwachtingen ten aanzien van installatie nader toelichten?
Daarbij ontvangen wij graag duidelijkheid over:
- of uitsluitend levering wordt verwacht, dan wel levering inclusief installatie;
- en of deze installatieverplichting ook geldt bij thuisbezorging, of uitsluitend bij levering op (gemeentelijke) locatie.
Antwoord:
Het uitgangspunt is levering zonder installatie. Bij wijze van hoge uitzondering kan er gebruik gemaakt worden van de optionele dienstverlening zoals beschreven in paragraaf 2.1.5 van het Beschrijvend Document. Deze optionele diensten kunnen per Nadere Opdracht worden afgenomen.
De optionele installatie geldt alleen bij levering op gemeentelijke locatie en niet bij thuisbezorging.
Vraag 282:
Hoe vaak komen thuisleveringen voor?
Antwoord:
Het betreft optionele dienstverlening waar de afgelopen contractperiode geen gebruik van is gemaakt en momenteel ook geen gebruik van wordt gemaakt. Wij verwachten dit alleen nodig te hebben bij organisatorische veranderingen of onvoorziene omstandigheden waardoor we het niet meer in eigen beheer kunnen doen.
Vraag 283:
Hoe vaak komt installatie op locatie voor? Op het prijsblad is een fictief aantal van 100 uur opgenomen. Is die 100 uur realistisch voor de contractperiode, dit om tot een goede tariefstelling te komen.
Antwoord:
Het betreft optionele dienstverlening waar de afgelopen contractperiode geen gebruik van is gemaakt en momenteel ook geen gebruik van wordt gemaakt. Wij verwachten dit alleen nodig te hebben bij organisatorische veranderingen of onvoorziene omstandigheden waardoor we het niet meer in eigen beheer kunnen doen.
Vraag 284:
In uw antwoord op vraag 201 geeft u aan dat een tarief van €0,00 en €0,01 als abnormaal laag kan worden beschouwd. In uw antwoord op vraag 6 geeft u aan dat nul bedragen niet zijn toegestaan. Deze antwoorden zijn tegenstrijdig met elkaar. Is onze aanname correct dat nul bedragen niet zijn toegestaan? Zo niet, graag uw toelichting.
Antwoord:
Voor de optionele dienstverlening geldt dat dit uitgevraagd kan worden bij een Nadere Opdracht.
Naar verwachting van Aanbestedende Dienst brengt dit kosten met zich mee. Bedragen als 0,01 worden in basis als abnormaal laag aangemerkt. U dient als Inschrijver dan te verklaren dat dit niet zo is en ter toetsing te overleggen aan Aanbestedende Dienst.
Vraag 290:
U geeft aan dat nul-bedragen niet zijn toegestaan. Kunt u bevestigen dat bedragen van 0,01 euro wel zijn toegestaan (mits inschrijver de toepassing van zo'n tarief kan verantwoorden)?
Antwoord:
Dat kan de Aanbestedende Dienst bevestigen.
Vraag 291:
Het is gangbaar in de markt dat inschrijvers de laagst mogelijke opslagen en tarieven hanteren die nodig zijn om voor gunning in aanmerking te kunnen komen, en zeker wanneer de gunning enkel op prijs plaatsvindt. Of gehanteerde tarieven abnormaal laag zijn, is zoals u aangeeft afhankelijk van de omstandigheden; in dit geval van de overige inschrijvingen. Kunt u bevestigen dat wanneer meerdere inschrijvers nultarieven hanteren, dit als marktconform wordt beschouwd.
Antwoord:
Nee, de Aanbestedende Dienst kan dit niet bevestigen. Nul-bedragen zijn niet toegestaan. Zie ook het antwoord op vraag 284.
Vraag 334, gesteld door [eiseres] :
In vraag 4 van de eerste nota van inlichtingen stelt u dat u kiest voor het gunningscriterium laagste prijs, omdat voor de opdracht geen duidelijk onderscheidende, meerwaarde vertegenwoordigende EMVI-criteria zijn te bepalen. De specificaties zouden dusdanig zijn vastgelegd dat het gunningscriterium ‘laagste prijs’ het meest passend zou zijn. (…)
Het antwoord op vraag 4 van de eerste nota van inlichtingen is onvoldoende omdat wel gesteld wordt dat geen kwalitatieve criteria denkbaar zijn, maar dit niet wordt onderbouwd. Uit de motivering en de inrichting van deze aanbestedingsprocedure blijkt niet waarom de keuze voor gunning op basis van beste prijskwaliteitverhouding ondoelmatig zou zijn.
(…)
Er zijn tal van aspecten binnen de scope van deze aanbesteding waarop inschrijvers zich zouden kunnen onderscheiden, waaronder bijvoorbeeld:
(…)
Antwoord:
“Nee, de Aanbestedende Dienst handhaaft het gunningscriterium 'laagste prijs'. De specificaties van deze Opdracht zijn dusdanig in de aanbestedingsdocumenten vastgelegd dat het gunningscriterium 'laagste prijs' het meest passend is. Daarnaast zijn er door de dusdanige vastgelegde specificaties waaronder in het Programma van Eisen geen duidelijke onderscheidende kwalitatieve aspecten te bepalen. In het Programma van Eisen zijn de eisen voor de Aanbestedende Dienst op zo’n manier
vastgelegd dat wij geen meerwaarde zien in partijen die dit beter/sneller/hoger kunnen. Aanbestedende Dienst is van mening da nader onderscheid voor haar geen meerwaarde biedt. Zolang de winnende partij voldoet aan ons eisenpakket is nadere onderscheiding niet noodzakelijk. Daarnaast
dient de Aanbestedende Dienst ook rekening te houden met de administratieve lasten voor de Inschrijvers, deze dienen proportioneel te zijn. Met bovenstaande overweging meegenomen is het de mening van Aanbestedende Dienst dat door middel van gunnen op 'laagste prijs' deze administratieve lasten zo laag mogelijk blijven.
Vraag 335, gesteld door [eiseres] :
“De huidige gunningssystematiek is fundamenteel gebrekkig. U heeft in de eerste nota van inlichtingen bepaald dat inschrijvers een minimaal inschrijfpercentage moeten opgeven van 2,5%. Met enige marktkennis valt vooraf vast te stellen dat vrijwel elke inschrijver zal inschrijven met dat minimale percentage.
Daardoor zal gunning ofwel plaatsvinden puur op basis van de optionele dienstverlening, die optioneel is en bovendien maar een zeer klein deel van de opdrachtwaarde vertegenwoordigt, ofwel op basis van loting.
Dit voorzienbare gevolg kan niet worden genegeerd (vgl. Rechtbank Den Haag (vzr.) 3 september 2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:10438). Dat gevolg is problematisch omdat de gunningssystematiek daardoor (1) in strijd is met de verplichting (ex artikel 1.4 lid 2 Aanbestedingswet 2012) zorg te dragen voor zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen en (2) niet leidt tot selectie van de daadwerkelijk economisch meest voordelige inschrijving.
Wij verzoeken u de gunningssystematiek aan te passen.”
Antwoord:
“De Aanbestedende Dienst gaat niet akkoord met voorstel van Opdrachtnemer, de gunningsmethodiek wordt niet aangepast. De Aanbestedende Dienst gaat niet mee in de redenatie dat vrijwel elke inschrijver zal inschrijven met het minimale percentage. Het opslagpercentage van de vorige aanbesteding is substantieel hoger dan het minimale opslagpercentage van 2,5%. Met dien verstande dat de Opdracht zo is gespecificeerd dat gunning geschied op laagste prijs wordt in de ogen van de Aanbestedende Dienst juist wel zoveel mogelijke maatschappelijke waarde voor publieke middelen gerealiseerd en leidt dat juist wel tot de daadwerkelijke economische meest voordelige inschrijving.”
Vraag 336, gesteld door [eiseres] :
“De huidige gunningssystematiek is fundamenteel gebrekkig. Het zwaartepunt van de opdracht is de levering van hardware en het prijscriterium, dat zou moeten bepalen welke partij tegen de laagste prijs zal leveren, bepaalt daarentegen alleen welke partij het laagste opslagpercentage biedt. Het grootste deel van de prijs wordt daarmee buiten mededinging gevormd. Dit systeem kan ertoe leiden dat u uiteindelijk niet gunt aan de daadwerkelijke economisch meest voordelige inschrijvers. Inschrijvers hoeven namelijk voor het gunningscriterium niet in te schrijven met hun eigen inkoopprijzen. Dit terwijl de inkoopprijzen van de gegadigden voor deze opdracht (zijnde vendors/resellers) aanzienlijk uiteen kunnen lopen (zonder dat direct kan worden gezegd dat een enigszins duurdere partij ‘niet marktconform’ is). Deze systematiek is ontoelaatbaar; gewezen wordt op adviezen 659 en 699 van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Omdat geen op kwaliteit te beoordelen plannen worden uitgevraagd, kunnen inschrijvers zich ook niet onderscheiden door aan te tonen hoe zij de laagste inkoopprijzen realiseren, terwijl voorts een opslagpercentage (anders dan een vast opslagbedrag) eerder een prikkel tot hogere inkoopprijzen meebrengt (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:7687).
Wij verzoeken u de gunningssystematiek aan te passen.”
Antwoord:
“De Aanbestedende Dienst gaat niet akkoord met voorstel van Opdrachtnemer, de gunningsmethodiek wordt niet aangepast. De Aanbestedende Dienst gaat er vanuit Opdrachtnemer in belang van de Aanbestedende Dienst handelt en voor haar gunstige inkoopprijzen realiseert. Daarbij merkt de Aanbestedende Dienst op dat deze inkooprijzen conform eis 10 uit het programma van eisen en artikel 19 van de Overeenkomst op marktconfomiteit getoetst kunnen worden. Daarnaast merkt de Aanbestedende Dient op dat gezien de huidige marktomstandigheden Opdrachtnemers de inkoopprijzen niet gestand kunnen doen waardoor vergelijk op inkoopprijs niet mogelijk is.”
Vraag 337:
In de eerste nota van inlichtingen weigert u een verduidelijkende definitie op te nemen van het begrip “marktconformiteit” zoals u dat hanteert in onderhavige aanbesteding. Wij wijzen u erop dat dit in strijd is met het transparantiebeginsel dat ertoe verplicht om de definitie van dit begrip op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze op te nemen in de aanbestedingsstukken, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers dezelfde definitie hanteren. Illustratief in dit kader zijn ook de volgende uitspraken: Rechtbank Den Haag 24 september 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15878 en Gerechtshof Amsterdam 9 juli 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:3398.
Wij verzoeken u nogmaals om het begrip “marktconformiteit” nader te definiëren.
Antwoord:
“De Aanbestedende Dienst acht de reeds benoemde definitie van marktconformiteit in het antwoord op vraag 8 voldoende transparant.”
Antwoord:
Voor de optionele dienstverlening geldt dat dit uitgevraagd kan worden bij een Nadere Opdracht. Naar verwachting van Aanbestedende Dienst brengt dit kosten met zich mee. Bedragen als 0,01 worden in basis als abnormaal laag aangemerkt. U dient als Inschrijver dan te verklaren dat dit niet zo is en ter toetsing te overleggen aan Aanbestedende Dienst. (…)
[eiseres] heeft op 29 mei 2026 een klachtbrief gestuurd aan het Meldpunt Klachtenafhandeling Aanbesteden van de gemeente, een in het Beschrijvend Document aangewezen klachtpunt (hierna: het Meldpunt). De in deze brief weergegeven samenvatting van de vier klachtenonderdelen van [eiseres] luidt als volgt:
“1. De gemeente hanteert een gunningssystematiek die niet (met voldoende zekerheid) leidt tot de economisch meest voordelige inschrijving. Prijsconcurrentie vindt plaats over het opslagpercentage en niet over de inkoopprijs van de hardware die het merendeel van de daadwerkelijke prijs vormt.
2. De gunningssystematiek is ondeugdelijk omdat voorzienbaar is dat alle (althans meerdere) inschrijvers voor hardware inschrijven tegen het minimale opslagpercentage zodat gunning plaatsvindt op basis van de optionele dienstverlening of loting.
3. Het begrip “marktconformiteit” is onvoldoende transparant gedefinieerd.
4. Ten onrechte is zonder voldoende motivering gekozen voor het gunningscriterium “laagste prijs” in plaats van “beste prijs-kwaliteitverhouding”.”
Bij brief van 8 juni 2026 heeft het Meldpunt gereageerd op de klachtbrief van [eiseres] (zie 3.12). Het Meldpunt heeft klachtonderdelen 1 en 3 (gedeeltelijk) gegrond en klachtonderdelen 2 en 4 ongegrond verklaard. De (gedeeltelijke) gegrondverklaring van klachtonderdelen 1 en 4 zag op onduidelijkheid van de marktconformiteitstoets in de
aanbestedingsstukken.
In de derde nota van inlichtingen gepubliceerd op verschillende data tussen 2 juni en 17 juli 2026 (hierna: NVI 3) heeft de gemeente het volgende opgenomen:
Onder nummer 353:
“Nadere duiding marktconformiteit.
De Aanbestedende Dienst heeft in het kader van deze Europese aanbestedingsprocedure een klacht ontvangen welke is afgehandeld door het meldpunt klachtafhandeling van de Aanbestedende Dienst. De klacht ziet op de gehanteerde gunningssystematiek, de motivering van het gehanteerde gunningscriterium en op het begrip "marktconformiteit". Met deze Nota van Inlichtingen wil de Aanbestedende Dienst tegemoet komen aan de gegrond verklaarde klacht ten aanzien van het begrip marktconformiteit.
De Aanbestedende Dienst verduidelijkt het begrip marktconformiteit van de (inkoop)prijzen en het toetsen van deze marktconformiteit zoals bedoeld in eis 10 van het Programma van Eisen als volgt. De Aanbestedende Dienst verstaat onder marktconform prijzen en/of tarieven die na toetsing door de Aanbestedende Dienst in lijn blijken te zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten en/of producten. De Aanbestedende Dienst toetst de (inkoop)prijzen gedurende de looptijd van de Overeenkomst steekproefsgewijs bij bestellingen groter dan €250.000 minimaal één keer per jaar per productgroep op marktconformiteit en overige contractuele voorwaarden. Bij bestellingen met een lager bedrag voert de Aanbestedende Dienst de steekproef minimaal twee keer per jaar uit. Met contractuele voorwaarden bedoeld de Aanbestedende Dienst voorwaarden zoals het juist toepassen van het opslagpercentage waarmee is ingeschreven
en in voorkomend geval de prijzen van de optionele dienstverlening. De toetsing van de marktconformiteit van de inkoopprijzen van de werkplek, dan wel mobiele hardware vindt plaats op basis van de door Opdrachtnemer verstrekte offerte. Op basis van de gevraagde aantallen, het door Opdrachtnemer aangeboden merk en type en de leveringstermijn vraagt de Aanbestedende Dienst meerdere offertes aan bij de betreffende fabrikant en bij dienstverleners die in staat zijn de gevraagde aantallen, merk en type te leveren. Dit met eenzelfde leveringstermijn. De toets vindt plaatst binnen de geldigheidstermijn van de betreffende offerte van Opdrachtnemer, zodat toetsing binnen gelijke marktomstandigheden plaatsvindt. De gemiddelde inkoopprijs die volgt uit de steekproef wordt op dat moment als marktconform beschouwd door de Aanbestedende Dienst. Indien de door Opdrachtnemer gehanteerde inkoopprijs, dus exclusief het opslagpercentage, meer dan 5 procent afwijkt dan gelden de bepalingen uit eis 10 van het Programma van Eisen. Bij twijfel aan de door Opdrachtnemer gehanteerde prijzen behoud de Aanbestedende Dienst zich het recht voor om de toetsing op de (inkoop)prijzen vaker uit te voeren.
Onder nummer 357:
“Voorwaarden voor het verstrekken van Nadere Opdrachten
De voorwaarden voor het verstrekken van Nadere Opdrachten onder de Overeenkomst zijn, naast alle in de aanbestedingsstukken opgenomen overige bepalingen, als volgt. De Opdrachtnemer is verplicht om bij een Nadere Opdracht onder de Overeenkomst het artikel met de laagste inkoopprijs uit zijn assortiment aan te bieden wat voldoet aan de minimale functionele specificaties uit bijlagen 16 en 17. Zo is het bijvoorbeeld niet toegestaan dat een Opdrachtnemer met een i7 processor aanbiedt terwijl de Aanbestedende Dienst met i5 processor functioneel heeft gespecificeerd. Tenzij in het uitzonderlijke geval vanuit de fabrikant(en) deze niet meer beschikbaar wordt gesteld en deze
dus niet meer leverbaar is, dan mag na onderlinge afstemming met de Aanbestedende Dienst hiervan afgeweken worden.”
Onder nummer 358:
“In aanvulling op eisen 84 en 85 uit het Programma van Eisen bepaalt de Aanbestedende Dienst in voorkomend geval haar keuze op de prijs. De offerte met de laagste prijs wordt gekozen tenzij bij uitzonderlijke marktomstandigheden er significante verschillen zitten in levertijden tussen verschillende fabrikanten, dan kan in het kader van de continuïteit gekozen worden voor de offerte met de minst lange levertijd. Dit is van toepassing wanneer de levertijden met meer dan 50% in het nadeel van de Aanbestedende Dienst afwijken van de in eis 28 van het Programma van Eisen opgenomen tijden. Hierbij geldt tevens de voorwaarde dat de geoffreerde prijzen marktconform moeten zijn. In beginsel en onder de normaal te verwachten omstandigheden beoordeelt de Aanbestedende Dienst de verschillende offertes dus op basis van laagste prijs.”
[eiseres] heeft ingeschreven op perceel 1 en op perceel 2. [eiseres] heeft in haar inschrijving voor perceel 2 voor ieder hardware-item in het Prijzenformulier het minimale opslagpercentage van 2,5% en voor iedere optionele dienst de minimale prijs (per uur of per stuk) van € 0,01 geboden.
Op 30 juli 2026 heeft [eiseres] het volgende bericht van de gemeente ontvangen:
“Uit de inschrijvingen van 28 juli 2026 is gebleken dat voor Perceel 2 drie partijen een gelijke score hebben behaald op het onderdeel prijs.
Omdat het aantal Inschrijvers met de laagste prijs groter is dan het maximumaantal te gunnen partijen dat voor perceel 2 in aanmerking komt, dient overeenkomstig paragraaf 6.4 van de Gunningsleidraad een loting plaats te vinden.
Deze loting zal plaatsvinden via Microsoft Teams en u bent hierbij uitgenodigd. Conform de gunningsleidraad zal door middel van loting één inschrijver worden geselecteerd voor gunning.”
Perceel 2 is na loting aan [naam bedrijf] . gegund.
Perceel 1 is aan [eiseres] gegund.
4 De vordering
[eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de gemeente te gebieden om de gunningsbeslissing inzake perceel 2 in te trekken en
ingetrokken te houden;
II. de gemeente te gebieden perceel 2 van de Europese openbare aanbestedingsprocedure
Werkplek en mobiele hardware in te trekken en ingetrokken te houden;
III. de gemeente te gebieden perceel 2, indien en voor zover zij dat nog wenst te gunnen,
opnieuw aan te besteden met inachtneming van het te wijzen vonnis;
IV. de gemeente te veroordelen in de kosten van dit geding, met inbegrip van de nakosten
en eventuele verdere executiekosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis en, voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5 De beoordeling
Het spoedeisend belang is niet betwist en volgt uit de aard van het gevorderde.
[eiseres] voert aan dat de aanbestedingsprocedure die de gemeente heeft gevolgd fundamenteel gebrekkig is. [eiseres] baseert dat standpunt op vier gronden te weten:
1. de mededinging is beperkt tot het opslagpercentage en op het overgrote deel van de prijs van de mobiele hardware is niet geconcurreerd zodat er onvoldoende zekerheid is dat is gegund aan de economisch meest voordelige inschrijving;
2 . de uitslag van de aanbestedingsprocedure is niet gebaseerd op een wettelijk gunningscriterium maar door loting tot stand gekomen, hetgeen voorzienbaar was;
3. gunning heeft plaatsgevonden op grond van een intransparant begrip van marktconformiteit;
4. de gemeente heeft zonder deugdelijke motivering gegund op basis van de laagste prijs terwijl onderscheid op kwaliteit wel mogelijk is.
Deze gronden zullen hierna worden besproken en beoordeeld. Daarbij zullen grond 1 en grond 4 als eerste gezamenlijk worden besproken, gevolgd door gronden 2 en 3. Daaraan voorafgaand wordt kort weergegeven hoe de aanbestedingssystematiek zoals die volgt uit de aanbestedingsstukken en de toelichting daarop van de gemeente werkt, althans dient te werken.
Alvorens daaraan toe te komen zal worden ingegaan op het beroep van de gemeente op rechtsverwerking.
Rechtsverwerking
De gemeente voert aan dat [eiseres] haar rechten om op te komen tegen de Aanbesteding heeft verwerkt. Dat is volgens de gemeente in de eerste plaats zo omdat [eiseres] door in te schrijven op de Aanbesteding onvoorwaardelijk akkoord is gegaan met de opzet daarvan, zo volgt uit het Beschrijvend Document. Daarnaast heeft [eiseres] haar rechten verwerkt omdat ze heeft ingeschreven op beide percelen van de Aanbesteding, welke exact dezelfde opzet hebben, maar alleen bezwaren heeft tegen de opzet voor zover het perceel 2 betreft. Bij perceel 1 is [eiseres] als winnaar uit de bus gekomen. Door alleen in verweer te komen tegen de opzet voor zover het perceel 2 betreft, handelt [eiseres] volgens de gemeente louter opportunistisch en in strijd met de precontractuele redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding tussen partijen beheerst.
[eiseres] betwist dat zij haar rechten heeft verwerkt, wijzend op de diverse vragen die zij heeft gesteld en bezwaren die zij heeft geuit gedurende de aanbestedingsprocedure.
De gemeente doet een beroep op het Grossman-verweer. Uit dit arrest volgt dat van een (potentiële) inschrijver bij een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht, zodat wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd. Daarmee wordt ook bereikt dat eventuele gebreken in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dat dient niet alleen het belang van de aanbestedende dienst, maar ook dat van de (andere, potentiële) inschrijver(s) omdat daarmee bijvoorbeeld voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een aanbestedingsprocedure die niet aan de eisen voldoet. Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin mag worden verwacht dat een (potentiële) inschrijver zijn bezwaren kenbaar maakt, zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had moeten hebben van de gestelde gebreken in de procedure.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] hier in voldoende mate haar verantwoordelijkheid genomen. [eiseres] heeft haar bezwaren tegen de opzet van de Aanbesteding in de NVI 2 uitvoerig naar voren gebracht. Nadat duidelijk werd dat de gemeente niet meeging in die bezwaren en de opzet van de Aanbesteding niet wilde aanpassen, heeft [eiseres] klachten ingediend bij het Meldpunt. Bij die stand van zaken heeft zij haar rechten om op te komen tegen de Aanbesteding niet verwerkt. De enkele mededeling in het Beschrijvend Document dat inschrijvers akkoord gaan met de opzet van de Aanbesteding, verandert dat niet. Dat zou in dit geval in strijd zijn met het fundamentele Europese beginsel van effectieve rechtsbescherming.
Voor de gedifferentieerde opstelling van [eiseres] ten aanzien van perceel 1 en perceel 2 geldt dat [eiseres] weliswaar ook rekening dient te houden met de belangen van de aanbestedende dienst, maar zij mag, als zij haar bezwaren zo duidelijk heeft ingebracht en toegelicht als zij heeft gedaan, uiteindelijk haar eigen belangen laten prevaleren als de aanbestedende dienst de aanbesteding doorzet en zij de opdracht op een perceel niet gegund krijgt, en dan staking van de aanbesteding voor alleen dat perceel vorderen.
Opzet en de beoogde werking van de Aanbesteding
Met de Aanbesteding wil de gemeente één partij contracteren voor werkplek hardware (perceel 1) en één partij voor mobiele hardware (perceel 2). In de aanbesteding wordt niet geconcurreerd op de inkoopprijzen die inschrijvers aan fabrikanten of distributeurs betalen. Inschrijvers schrijven in met het opslagpercentage dat zij aan de gemeente in rekening brengen bovenop die inkoopprijzen, en daarnaast met een stuksprijs of uurtarief voor (optionele) dienstverlening. In het Prijzenformulier heeft de gemeente een fictieve opdracht opgenomen, gebaseerd op de modellen hardware die haar huidige kernassortiment vormen. Dat huidige kernassortiment heeft de gemeente vertaald naar minimale specificaties voor de te leveren hardware. Het daadwerkelijk inkopen van de werkplek- en mobiele hardware gebeurt niet bij het sluiten van de overeenkomst met de winnende inschrijver, maar pas bij het plaatsen van nadere opdrachten onder die overeenkomst. Met de winnende inschrijver wordt dus een raamovereenkomst gesloten. Nadere opdrachten kunnen volgens het Beschrijvend Document op twee manieren worden gegund: via het Punchout-systeem of via het Slim scherm-systeem.
Het Punchout-systeem is een webshop waarin het kernassortiment wordt aangeboden en waaruit de gemeente hardware zal gaan bestellen. Het Slim scherm-systeem is volgens het Beschrijvend document “bedoeld voor o.a. offertes die niet direct in het webshopsysteem zijn te vinden of buiten het kernassortiment vallen” (zie 2.4.1 Beschrijvend document in 3.3 van dit vonnis). Na een klacht bij het Meldpunt, heeft de Gemeente in NVI 3 verwoordt dat hiermee arbomiddelen en printers worden bedoeld en dat hiervan voor maximaal € 75.000 aan producten per jaar zal worden afgenomen.
Het nieuwe, via het Punchout-systeem te bestellen kernassortiment komt tot stand op basis van de eerste uitvragen van de gemeente voor een bepaalde productcategorie (bijvoorbeeld een laptop, telefoon, monitor ect.). Bij een dergelijke eerste uitvraag moet de opdrachtnemer op grond van eis 84 PVE meerdere merkonafhankelijke offertes uitvragen van verschillende fabrikanten voor producten die voldoen aan de gestelde functionele eisen. Daarbij zal de opdrachtnemer het goedkoopste product moeten aanbieden uit zijn assortiment dat nog voldoet aan de minimale technische specificaties. De gemeente beoordeelt de aangevraagde offertes op basis van laagste prijs. Het aldus gekozen product wordt onderdeel van het kernassortiment. Het kernassortiment wordt volgens de aanbestedingsstukken bijgewerkt naar behoefte van de aanbestedende dienst en/of wanneer een model 'end of life' raakt. De eisen uit het PVE geven de gemeente de bevoegdheid om de opdrachtnemer periodiek te verzoeken om meerdere offertes van verschillende fabrikanten te overleggen om een nieuw model op te nemen in het kernassortiment.
Om te controleren of de gemeente een marktconforme prijs betaalt aan de opdrachtnemer, heeft de gemeente een aantal contractuele controlemechanismes opgenomen. Ten eerste is dat het door de opdrachtnemer laten opvragen van meerdere offertes bij een uitvraag. Ten tweede heeft de gemeente een marktconformiteitstoets uitgewerkt. Ten derde zal benchmarking plaatsvinden. Ten slotte heeft de gemeente de mogelijkheid om inzage in de inkoopprijzen van de opdrachtnemer te verlangen.
Ten onrechte laagste prijs als gunningscriterium, mededinging beperkt tot het opslagpercentage en onvoldoende zeker dat is gegund aan economisch meest voordelige inschrijving (gronden 1 en 4)
[eiseres] voert aan dat gunning op basis van laagste prijs alleen is toegestaan als gunning op basis van prijs en kwaliteit ondoelmatig is. Dat dient door de aanbestedende dienst deugdelijk te worden gemotiveerd, waaraan het hier volgens [eiseres] ontbreekt. Volgens [eiseres] zijn er verschillende onderscheidende kwaliteitsaspecten die hadden kunnen worden meegewogen in de Aanbesteding, zoals ook in verschillende andere, recente en vergelijkbare aanbestedingen is gebeurd.
[eiseres] voert aan dat de keuze van de gemeente voor het gunningscriterium de laagste prijs betekent dat zij in elk geval een gunningssystematiek moet hanteren die haar in staat stelt om daadwerkelijk vast te stellen welke inschrijver de laagste prijs biedt. Dat is met de gekozen systematiek volgens [eiseres] niet het geval. Een door de gemeente te bepalen opslagpercentage zegt immers niets over de prijs die de gemeente daadwerkelijk betaalt voor de hardware. Juist op het grootste deel van de prijs, de inkoopprijs die de inschrijver kan bedingen bij de fabrikant/distributeur, wordt immers niet geconcurreerd. Juist op dat punt kan een inschrijver zoals [eiseres] het verschil maken. De methodes die de gemeente heeft om de marktconformiteit te controleren repareren het een en ander niet volgens [eiseres] , die erop wijst dat die methodes bovendien niet het door de gemeente gewenste resultaat zullen hebben en niet leiden tot een reële controle van de marktconformiteit (op dat begrip wordt hierna teruggekomen).
Volgens de gemeente mocht zij kiezen voor het gunningscriterium laagste prijs om te komen tot de economisch meest voordelige inschrijving en heeft zij die keuze voldoende gemotiveerd. De gemeente betwist dat de prijssystematiek niet tot gunning aan de economisch meest voordelige inschrijving, in dit geval de inschrijving met de laagste prijs, leidt. De gemeente voert aan dat de markt voor hardware volatiel en steeds in ontwikkeling is en dat de prijzen op die markt door actuele ontwikkelingen hoog zijn. Daarnaast is volgens de gemeente de markt voor resellers, zoals de inschrijvers wel worden genoemd, niet transparant. Dat maakt dat de gemeente heeft gekozen voor een systeem met een vast opslagpercentage op de daadwerkelijke inkoopprijzen. Volgens de gemeente zijn er in werkelijkheid geen wezenlijke verschillen in de inkoopprijzen die resellers aan fabrikanten en distributeurs voor de hardware betalen. Door de ingebouwde contractuele mechanismes is in ieder geval zeker dat de gemeente een markconforme prijs betaalt voor de hardware.
De voorzieningenrechter oordeelt dat niet is gebleken van een aanbestedingssystematiek die op de door [eiseres] gestelde punten niet is toegestaan. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Artikel 1.4 lid 2 AW 2012 draagt de aanbestedende dienst op te zorgen voor het leveren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor de publieke middelen. Dit artikel strekt ertoe dat aanbestedende diensten streven naar een zo goed mogelijke c.q. de beste prijs-kwaliteitverhouding binnen het beschikbare (en veelal beperkte overheids-) budget.
Artikel 1.4 lid 2 AW correspondeert in zoverre met artikel 2.114 AW. In artikel 2.114 AW is vastgelegd dat de aanbestedende dienst een overheidsopdracht gunt op grond van de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving. Het begrip economisch meest voordelige inschrijving is geen zelfstandig gunningscriterium, maar een overkoepelende term voor de drie in artikel 2.114 lid 2 AW genoemde gunningscriteria: a de beste prijs-kwaliteitverhouding, b de laagste kosten berekend op basis van kosteneffectiviteit en c de laagste prijs. Er komt aan de aanbestedende dienst een ruime vrijheid toe bij de vaststelling van de gunningscriteria die zij hanteert om tot gunning aan de economisch meest voordeling inschrijving te komen. Dat geldt ook als de aanbestedende dienst kiest voor de laagste prijs. Daarbij past een terughoudende toetsing door de rechter.
In dit geval heeft de gemeente gekozen voor de laagste prijs. Binnen de discretionaire vrijheid die de gemeente in dit kader heeft, was het haar toegestaan om te gunnen op basis van de laagste prijs en geen kwaliteitsaspecten in de gunningscriteria op te nemen. De gemeente heeft in het PVE, in samenhang met het prijzenformulier en de minimumspecificaties, uitgebreide eisen opgenomen waaraan de inschrijvers moeten voldoen. De gemeente heeft in de aanbestedingsstukken aangegeven geen meerwaarde te zien in partijen die het “beter/sneller/hoger” kunnen dan de eisen in het PVE. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de keuze voor de laagste prijs als gunningscriterium voldoende gemotiveerd in de NVI’s (zie het antwoord op vraag 4 en vraag 334). Voldoende gebleken is dat de eisen die de gemeente in de PVE stelt al een duidelijk kwaliteitsniveau op uiteenlopende aspecten garanderen, zodat inschrijvingen die daaraan voldoen in zoverre kwalitatief gelijkwaardig zijn. Betere kwaliteit heeft voor de gemeente geen meerwaarde en behoeft dus niet mee te wegen. Van belang daarbij is dat het hier, zoals de gemeente heeft aangevoerd en ook niet wordt betwist, met name om het inkopen en weer doorverkopen van gestandaardiseerde hardware-producten gaat.
De omstandigheid dat er redenen zijn aan te wijzen om te kiezen voor de beste prijs-kwaliteitsverhouding is, gelet op het voorgaande, onvoldoende om de keus voor het gunningscriterium laagste prijs als zodanig onacceptabel te achten.
De gemeente heeft een neutrale technische omschrijving van een aantal producten gegeven die meebrengt dat concurrentie op prijs voor die producten, waarvan de levering inderdaad de kern van de opdracht vormt, mogelijk is. Daarbij heeft zij het, onder meer vanwege de huidige markt voor de hier bedoelde hardware, wenselijk geacht om inschrijvingen niet te beoordelen op inkoopprijs maar op een opslagpercentage dat de inschrijver over de inkoopprijs rekent. De gemeente heeft aangenomen dat van wezenlijke verschillen tussen de inkoopprijzen die de diverse spelers op de reseller markt bij de fabrikanten en distributeurs kunnen bedingen, geen sprake is. Ook dat is op zichzelf een toelaatbare keuze die mededinging mogelijk maakt.
Na verzoeken daartoe van inschrijvers, heeft de gemeente een minimum opslagpercentage voorgeschreven van 2,5%, dat zij redelijk kon achten om onrealistisch lage inschrijvingen te voorkomen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat het de gemeente op voorhand redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat alle of veel inschrijvers zouden inschrijven met het minimumpercentage. Daarbij is meegewogen dat door inschrijvers in NVI 1 uiteenlopende minimum opslagpercentage zijn voorgesteld. Dat betekent voorts dat het voor de gemeente niet voorzienbaar was dat het tarief c.q. de stukprijs waarop voor de (optionele) diensten werd ingeschreven doorslaggevend zou zijn en/of dat een loting zou moeten plaatsvinden (voor perceel 2). De gemeente heeft dus op zichzelf een aanbestedingssystematiek opgezet die concurrentie mogelijk maakte.
Op zichzelf is juist, zoals [eiseres] c.s. aanvoeren, dat het door de gemeente gehanteerde systeem niet garandeert dat de gemeente daadwerkelijk aan de inschrijver met de laagste prijs gunt. Dat maakt het systeem echter niet onacceptabel. Het gaat hier niet om favoritisme; de gemeente is hoogstens uitgegaan van een imperfect beeld van de resellers markt, waar zij heeft aangenomen dat de inkoopprijzen voor de inschrijvers weinig uiteen zouden lopen. De gemeente heeft ook onderbouwd waarom zij aanneemt dat van wezenlijke verschillen tussen de inkoopprijzen die de diverse spelers op de reseller markt bij de fabrikanten en distributeurs kunnen bedingen, geen sprake is. Dat komt door hoe die markt werkt, met “Deal Registrations”, “Special Bids” en ranking en tiers. [eiseres] c.s. hebben dat niet gemotiveerd betwist.
Voor wat het prijsniveau als zodanig heeft de gemeente verschillende manieren ingebouwd om na te gaan of de door haar betaalde prijzen marktconform zijn en om maatregelen te nemen als dat niet zo blijkt te zijn.
Dat wordt volgens de gemeente nog versterkt doordat fabrikanten/distributeurs bij een Europese aanbesteding vanwege de strenge regelgeving een gelijk speelveld plegen te creëren voor geregistreerde resellers. [eiseres] houdt vol dat wel sprake is van relevante verschillen in inkoopprijzen, maar laat na dat daadwerkelijk te onderbouwen. Niet duidelijk is ook hoe die stelling zich verhoudt tot de opmerking van [eiseres] in vraag 134 van NVI 1 dat de prijzen worden bepaald door de fabrikanten/distributeurs en dat de opdrachtnemer daar geen invloed op heeft.
Ongeacht de juistheid van die opmerking kon de gemeente daaruit opmaken dat haar beeld van de betreffende markt min of meer juist was.
Daarbij komt dat de gemeente verschillende methodes heeft ingebouwd om na te gaan of de door haar betaalde prijzen marktconform zijn. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk dat geen van die methodes de gemeente daadwerkelijk in staat stellen de marktconformiteit van de inkoopprijzen te checken. In het bijzonder het benchmarkingsysteem biedt daarvoor goede mogelijkheden. Dat dit, zoals [eiseres] terecht opmerkt, achteraf gebeurt, bij de uitvoering en niet voor gunning is ondervangen door de diverse punitieve sancties die de gemeente blijkens de aanbestedingsstukken had ingebouwd en waarmee inschrijvers dus al vooraf rekening moesten houden.
[eiseres] voert in dit kader nog aan dat de gemeente door te kiezen voor het gunningscriterium de laagste prijs heeft afgeweken van haar eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid om in te kopen op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding en dat de gemeente daarvoor toestemming nodig had van de Clusterdirecteur. De gemeente betwist dat zij is afgeweken van haar beleid.
[eiseres] kan zich, in het kader van deze procedure, naar voorlopig oordeel niet op het ontbreken van de bedoelde toestemming beroepen nu dit beleid niet strekt tot bescherming van haar belang als inschrijver. Los daarvan is onvoldoende duidelijk dat de gemeente deze toestemming in dit geval nodig had. Zoals hier voor aan de orde is geweest, heeft de gemeente door de eisen in het PVE een zeker kwaliteitsniveau geborgd. Niet gezegd kan dan ook worden dat de gemeente hier niet op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding inkoopt; dat beleidsdoel valt niet samen met het aanbestedingsrechtelijke gunningscriterium in strikte zin.
Uitslag van de aanbestedingsprocedure niet gebaseerd op een wettelijk gunningscriterium maar door loting (grond 3)
Onder verwijzing naar het rechtskader weergegeven in 5.16 en 5.17 herhaalt de voorzieningenrechter dat een aanbestedende dienst bij het maken van de keuze voor gunningscriteria een ruime vrijheid heeft en dat de laagste prijs een toegestaan gunningscriterium is. Hiervoor is reeds geoordeeld dat de door de gemeente gekozen aanbestedingssystematiek leidt tot mededinging. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente de keuze voor het gunningscriterium laagste prijs in de aanbestedingsstukken deugdelijk gemotiveerd (zie het antwoord op vraag 4 van NVI 1en vraag 334 van NVI 2). Dat betekent dat de gemeente mocht gunnen op basis van laagste prijs.
In dit geval hebben meerdere inschrijvers ingeschreven met een opslagpercentage van 2,5% en met uurtarieven/stuksprijzen van € 0,01 voor de optionele dienstverlening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kon en hoefde het de gemeente niet op voorhand duidelijk te zijn dat dit zou gebeuren. Dat is reeds zo omdat verschillende inschrijvers in NVI 1 om uiteenlopende minimum opslagpercentages hebben verzocht aan de gemeente. De gemeente heeft daar min of meer het midden van genomen, zo heeft zij gesteld. Niet in te zien valt tegen die achtergrond dat de gemeente kon voorzien dat meerdere inschrijvers zouden inschrijven met het minimum opslagpercentage van 2,5%. Kennelijk achtten meerdere inschrijvers, anders dan de gemeente verwacht had, dat minimumpercentage toereikend.
Evenmin kon de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter voordien dat meerdere inschrijvers met een uurtarief c.q. de stukprijs van € 0,01 zouden inschrijven. [eiseres] voert aan dat de gemeente daarmee rekening had moeten houden omdat de optionele diensten bijkomende diensten zijn die maar een marginaal deel van de opdrachtwaarde vertegenwoordigen. Dat volgt volgens [eiseres] uit de aanbestedingsstukken. De gemeente betwist dat uit de aanbestedingsstukken volgt dat de optionele diensten maar een heel enkele keer zullen worden afgenomen. De vragen waar [eiseres] op wijst uit NVI 1 waaruit dit zou volgen, zien alleen op bepaalde zeer specifieke diensten, namelijk installatie (zie 3.9 vragen 277) en levering/installatie aan huis (zie 3.9 vragen 282 en 283). Bij perceel 2 is in het Beschrijvend Document alleen thuislevering genoemd als optionele dienst, zodat de vragen waarnaar [eiseres] verwijst slechts beperkt relevant zijn voor perceel 2. Uit het Beschrijvend Document volgt bovendien niet dat de genoemde diensten de enige diensten zijn die kunnen worden uitgevraagd. Dat tevoren zonder meer duidelijk was dat het hier om te verwaarlozen onderdelen van de opdracht gaat, is dan ook niet gebleken. Illustratief hierbij is dat de gemeente ter zitting heeft gesteld dat uit een hypothetische berekening die zij heeft gemaakt met een realistisch uurtarief van enige tientjes volgt dat de optionele diensten dan 40% van de totale inschrijfprijs zouden vertegenwoordigen.
Ook op basis van de mededeling in het Beschrijvend Document dat nul-bedragen niet zijn toegestaan, in samenhang met de vragen die inschrijvers hebben gesteld in het kader van NVI 2 over tarieven van € 0,01, hoefde het de gemeente niet vooraf duidelijk te zijn dat er meerdere inschrijvers zouden inschrijven met dat tarief. De gemeente heeft desgevraagd weliswaar geantwoord dat een bedrag van € 0,01 is toegestaan, maar zij heeft op meerdere plekken in de aanbestedingsstukken benadrukt dat bedragen niet abnormaal laag mogen zijn en dat een bedrag van € 0,01 in de basis als abnormaal laag wordt beschouwd en uitleg behoeft. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was het voor de gemeente tegen die achtergrond niet te voorzien dat desalniettemin door meerdere inschrijvers met bedragen van € 0,01 zou worden ingeschreven.
Omdat niet voorzienbaar was voor de gemeente dat meerdere inschrijvers zouden inschrijven met een opslagpercentage van 2,5% en met een stuks/uurtarief van € 0,01, stond niet op voorhand vast dat door loting bepaald zou worden aan wie de opdracht werd gegund. Relevant hierbij is ook dat, zoals de gemeente onbetwist heeft gesteld, twee van de vijf inschrijvers op perceel 2 met hogere prijzen hebben ingeschreven dan de drie inschrijvers waartussen is geloot.
Loting is op zichzelf niet verboden. Loting is toegestaan zolang zij is voorafgegaan door een vergelijkende beoordeling, zodat daadwerkelijk gelegenheid heeft bestaan voor mededinging. Dat is hier het geval. De inschrijvingen zijn eerst beoordeeld op basis van het door de gemeente gekozen gunningscriterium laagste prijs. Dat leverde geen winnende inschrijving op. Loting was in dat geval naar vaste jurisprudentie toegestaan, omdat het een eerlijke manier is om te kiezen tussen inschrijvers en een betere methode niet voorhanden was (zonder de opdracht wezenlijk te wijzigen).
[eiseres] betoogt in dit kader, onder verwijzing naar artikel 2.163c AW, nog dat de wijze waarop de optionele diensten in de Aanbesteding zijn opgenomen niet voldoet aan de wettelijke eisen die aan een herzieningsclausule worden gesteld. Dat betekent volgens [eiseres] dat de gemeente met het inroepen van de optie de opdracht wezenlijk wijzigt wat in strijd is met het aanbestedingsrecht. Dat gaat niet op. Deze optionele diensten staan niet met een herzieningsclausule gelijk. Het gaat om een onderdeel van de opdracht, te weten de, bij raamovereenkomst heel gebruikelijke, figuur dat tevoren te voorzien is dat bepaalde diensten gevraagd kunnen worden, zonder dat te voorspellen is hoeveel/hoe vaak. In zo’n geval is een duidelijke omschrijving en tevoren vastgestelde prijs genoeg.
Gunning op basis van intransparant begrip van marktconformiteit (grond 4)
[eiseres] voert aan dat niet voldoende duidelijk is gemaakt door de gemeente wat met het begrip marktconformiteit wordt bedoeld. Ook na vragen hierover in de NVI’s en aanwijzingen van het Meldpunt na een klacht hierover van [eiseres] , heeft gemeente dit begrip volgens [eiseres] onvoldoende helder omschreven. Gezien de gevolgen verbonden aan niet-marktconforme prijzen en het feit dat het begrip marktconformiteit leidend is voor de prijs die de opdrachtnemer moet bepalen, was noodzakelijk dat inzichtelijk werd gemaakt hoe marktconformiteit wordt vastgesteld en wat ermee wordt bedoeld. Nu dat niet is gebeurd, is volgens [eiseres] sprake van strijd met het transparantiebeginsel.
De gemeente betwist dat sprake is van strijd met het transparantiebeginsel. Zij wijst erop dat in de NVI’s voldoende uitleg over dit begrip en de manier waarop de gemeente het controleert is gegeven.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het begrip marktconformiteit en de wijze waarop marktconformiteit wordt gecontroleerd, uiteindelijk voldoende duidelijk en ondubbelzinnig is beschreven in de aanbestedingsstukken. De gemeente heeft in de aanbestedingsstukken opgenomen dat onder marktconform wordt verstaan “prijzen en/of tarieven die na toetsing door de Aanbestedende Dienst in lijn blijken te zijn met de gangbare prijzen en/of tarieven in de betreffende markt voor vergelijkbare diensten en/of producten.” (vraag 8 NVI 1 en vraag 353 NVI 3) In het kader van vraag 353 legt de gemeente, mede naar aanleiding van het oordeel over de klacht, uitgebreid uit hoe wordt vastgesteld of sprake is van marktconforme prijzen. Voor een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver moet hiermee duidelijk zijn wat de draagwijdte van dit begrip is en hoe het wordt getoetst. Niet in te zien valt wat de gemeente daar verder nog aan had kunnen of moeten toevoegen.
Conclusie
Geen van de door [eiseres] aangevoerde gronden kan haar vorderingen dragen. Dat betekent dat haar vorderingen zullen worden afgewezen.
In twee parallelle kortgedingprocedures over de Aanbesteding, ingesteld door andere inschrijvers, wordt eveneens vandaag vonnis gewezen. In die procedures is - op grond van andere gronden dan door [eiseres] aangevoerd - geoordeeld dat sprake is van fundamentele gebreken in de aanbestedingsprocedure en wordt beslist dat de aanbestedingsprocedure gestaakt moet worden en dat de gemeente, desgewenst, tot heraanbesteding dient over te gaan. Dat betekent dat ondanks de beslissingen in dit vonnis, aan de aanbestedingsprocedure geen verdere uitvoering kan worden gegeven.
Proceskosten
Hetgeen in 5.35 is overwogen, laat onverlet dat de gronden die [eiseres] heeft aangevoerd haar vorderingen niet kan dragen. Dat betekent dat [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten wordt veroordeeld.
De proceskosten van de gemeente worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.766,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
2.690,00 |
De door de gemeente gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen op de wijze als in de beslissing bepaald.
6 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 2.690,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiseres] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2026. 1861/106 |
||