Civiel recht overig

Kort geding. Ontruiming (krakers). Toewijzing. De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of…

Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
30 juli 2026
Zaaknummer
C/10/722648 / KG ZA 26-696
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. Z.H. van Dorth tot Medler
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9335
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming (krakers). Toewijzing. De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/722648 / KG ZA 26-696

Vonnis in kort geding van 30 juli 2026

in de zaak van

F.T. Vastgoed B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eisende partij,

advocaat: mr. Z.H. van Dorth tot Medler,

tegen

Zij die verblijven in de onroerende zaak of gedeelte daarvan plaatselijk bekend [adres] te ( [postcode] ) [plaats 1],

gedaagde partij,

niet verschenen.

Partijen worden hierna F.T. Vastgoed en de krakers genoemd.

1 De zaak in het kort

F.T. Vastgoed is eigenaar van de woning aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats 1] (hierna: de woning). De woning maakt onderdeel uit van een complex, ter zake waarvan F.T. Vastgoed voorbereidingen treft om dat te renoveren en te verduurzamen. Op 26 april 2026 hebben de krakers de woning in gebruik genomen. Aan het verzoek van F.T. Vastgoed om de woning uiterlijk op 25 juni 2026 te verlaten, hebben zij geen gehoor gegeven. In dit kort geding vordert F.T. Vastgoed dat de krakers de woning ontruimen en verlaten. De vorderingen wordt toegewezen.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding van 15 juli 2026, met bijlagen 1 tot en met 8;

  • de mondelinge behandeling op 23 juli 2026.

3 De vordering en de grondslag daarvan

3.1.

F.T. Vastgoed vordert dat de voorzieningenrechter, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de krakers hoofdelijk veroordeelt tot ontruiming van de woning plaatselijk bekend [adres] te ( [postcode] ) [plaats 1] , kadastraal bekend [plaats 2] [sectienummer] , binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, te ontruimen en te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken die zich vanwege de krakers daar bevinden, voor zover deze laatste niet het eigendom van F.T. Vastgoed zijn, en door afgifte van de sleutel aan F.T. Vastgoed ter beschikking te stellen;

II. de krakers hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding aan F.T. Vastgoed, de kosten van de deurwaarder daaronder begrepen, te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 189,00 zonder betekening in conventie of reconventie, € 296,00 zonder betekening in conventie en reconventie tezamen, en verhoogd met € 98,00 in geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten en nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

F.T. Vastgoed legt aan haar vordering ten grondslag dat de krakers inbreuk maken op haar eigendomsrecht en daarmee onrechtmatig handelen jegens haar. Daarnaast stelt F.T. Vastgoed dat zij een spoedeisend belang heeft om weer over de woning te kunnen beschikken. De renovatie- en verduurzamingswerkzaamheden dreigen vertraging op te lopen als de krakers langer in de woning verblijven. F.T. Vastgoed is voornemens om de werkzaamheden zo spoedig mogelijk aan te vangen om zo huurderving vanwege leegstand zoveel mogelijk te voorkomen. Dat gaat niet als de krakers in de woning blijven.

4 De beoordeling

Verstekverlening tegen de krakers

4.1.

De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de krakers. De krakers zijn namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij de oproeping van de krakers in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.

De vorderingen worden toegewezen

4.2.

Het spoedeisend belang van F.T. Vastgoed bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding.

4.3.

De vorderingen van F.T. Vastgoed komen de voorzieningenrechter bovendien niet ongegrond of onrechtmatig voor. Dat geldt ook ten aanzien van de gevorderde ontruimingstermijn van veertien dagen met dien verstande dat die termijn geldt na betekening en niet na dagtekening van dit vonnis. Het enige bekende verweer van de krakers is dat de woning al minstens een jaar leeg stond toen de krakers introkken in de woning op 26 april 2026. F.T. Vastgoed heeft dat onderbouwd betwist.

Daarom worden de vorderingen, voor het overige en inclusief de gevorderde wettelijke rente zoals vermeld in de beslissing, toegewezen.

De krakers moeten de proceskosten betalen

4.4.

De krakers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van F.T. Vastgoed worden begroot op:

- dagvaarding € 126,46

- griffierecht € 735,00

- salaris advocaat € 760,00 (het tarief voor een verstekzaak)

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 1.809,46

Uitvoerbaarheid bij voorraad

4.5.

Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat past ook bij het karakter van de gevraagde voorziening.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt de krakers tot ontruiming van de woning plaatselijk bekend [adres] te ( [postcode] ) [plaats 1] , kadastraal bekend [plaats 2] [sectienummer] , binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, te ontruimen en te verlaten met alle daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken die zich vanwege de krakers daar bevinden, voor zover deze laatste niet het eigendom van F.T. Vastgoed zijn, en door afgifte van de sleutel aan F.T. Vastgoed ter beschikking te stellen,

5.2.

veroordeelt de krakers hoofdelijk tot betaling van € 1.809,46 aan F.T. Vastgoed, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.

4041/2009