Civiel recht overig
Kort geding (mondelinge uitspraak ex 29a Rv). Executiegeschil. Afwijzing. Gedaagde heeft een in redelijkheid…
Rechtbank Rotterdam, 27 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9342 · Rechtbank Rotterdam · 27 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-9342
Zaakgegevens
Op 27 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- C/10/723780 / KG ZA 26-795
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A Mao, mr. N. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9342
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding (mondelinge uitspraak ex 29a Rv). Executiegeschil. Afwijzing. Gedaagde heeft een in redelijkheid te respecteren belang bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot exeuctie. De belangen van eiser maken dat niet anders. Artikel 438 Rv.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/723780 / KG ZA 26-795
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 27 juli 2026
in de zaak van
SCHIEDAMSE SPORTVERENIGING “HOUDT BRAAF STAND”,
gevestigd te Schiedam,
eisende partij,
advocaat: mr. A. Mao,
tegen
SPORTBEDRIJF SCHIEDAM B.V.,
gevestigd te Schiedam,
gedaagde partij,
advocaat: mr. N. Vermeulen.
Partijen worden hierna HBSS en Sportbedrijf Schiedam genoemd.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Rotterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S.M.M. Hasham als griffier.
Aanwezig zijn:
- [persoon A] en [persoon B] namens HBSS;
- mr. A. Mao, de advocaat van HBSS;
- [persoon C] en (via Microsoft Teams) [persoon D] namens Sportbedrijf Schiedam;
- mr. N. Vermeulen, de advocaat van Sportbedrijf Schiedam.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht.
HBSS stelt – kort gezegd – dat Sportbedrijf Schiedam geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij ontruiming omdat de huurachterstand van € 66.792,63 nu “binnen drie wekelijkse termijnen” en voor 1 september 2026 volledig zal worden voldaan. HBSS kan het geld echter alleen betalen als Sportbedrijf Schiedam eerst toezeggingen doet voor de toekomst. Degenen die zich bereid hebben verklaard om het geld ter beschikking te stellen, willen dat niet in een zwart gat storten.
Sportbedrijf Schiedam voert verweer. Partijen hebben afspraken vastgelegd in een proces-verbaal van 8 januari 2026. Die afspraken is HBSS weer niet nagekomen. HBSS heeft zelfs de lopende huur niet stipt voldaan. HBSS is inmiddels voldoende in de gelegenheid gesteld om te betalen. Sportbedrijf Schiedam is steeds coulant geweest in de opstelling jegens HBSS. De huurachterstanden lopen echter verder op. Betalingsafspraken worden steeds niet nagekomen. HBSS wil steeds heronderhandelen zonder te betalen. Zij wil toezeggingen van Sportbedrijf Schiedam ten aanzien van de toekomst en stelt nakoming van eerder gemaakte betalingsafspraken daarvan afhankelijk. Met de middelen die HBSS wel heeft, betaalt zij inmiddels selectief. Zo betaalt zij kennelijk wel de KNVB, maar niet Sportbedrijf Schiedam. Sportbedrijf Schiedam is steeds bereid geweest naar de haalbaarheid van plannen en begrotingen voor de toekomst te kijken als HBSS eerst de eerder gemaakte afspraken nakomt. Er bestaat bij Sportbedrijf Schiedam geen vertrouwen meer in dat de situatie zonder executie daadwerkelijk zal veranderen. Daarmee is er ook geen vertrouwen voor het nieuwe seizoen. Ook dat is een reden voor Sportbedrijf Schiedam om de in januari 2026 met HBSS gemaakte betalingsafspraken niet weer te willen heronderhandelen en geen verder uitstel meer te willen toestaan.
Een minnelijke regeling tussen partijen is niet haalbaar.
Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter, na een korte schorsing, op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
1 De beoordeling
In dit executiegeschil als dit is de beslissingsruimte voor de voorzieningenrechter beperkt. In beginsel heeft Sportbedrijf Schiedam de bevoegdheid om de executoriale titel waarover zij al beschikt ten uitvoer te leggen. Dat wordt anders als zij geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Daarbij moet ook gelet worden op de belangen van de zijde van HBSS die door de executie zullen worden geschaad.
De vorderingen worden afgewezen
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van HBSS af.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Sportbedrijf Schiedam een in redelijkheid te respecteren belang bij het voortzetten van de executie. HBSS verkeert al jaren in een positie met oplopende huurachterstanden en voldoet ook nu niet de maandelijkse huurbetalingen aan Sportbedrijf Schiedam. Begrijpelijk is dat Sportbedrijf Schiedam het vertrouwen in HBSS heeft verloren en het zeer de vraag acht of de maandelijkse huurbetalingen in de toekomst wel tijdig zullen worden voldaan.
Het te executeren proces-verbaal berust niet op een juridische of feitelijke misslag en er is geen sprake van na het proces-verbaal van 8 januari 2026 voorgevallen of aan het licht gekomen feiten die aan de zijde van HBSS een noodtoestand zullen doen ontstaan. HBSS heeft hierover ter zitting zelf gezegd dat het voor haar in januari 2026 ten tijde van het maken en vastleggen van de afspraken in het proces-verbaal al duidelijk was dat zij de betalingsverplichtingen waartoe zij zich op dat moment verplichtte niet (tijdig) zou kunnen nakomen.
Bij deze stand van zaken is er geen grond voor schorsing van de executie.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van HBSS worden afgewezen.
HBSS moet de proceskosten betalen
HBSS is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Sportbedrijf Schiedam worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
735,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
760,00 |
|
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.684,00 |
2 De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van HBSS af,
veroordeelt HBSS in de proceskosten van € 1.684,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als HBSS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.
4041/1729