Civiel recht overig
Kort geding. Executiegeschil. Partijen hebben regeling getroffen over verkoop van de woning en inlopen van…
Rechtbank Rotterdam, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9554 · Rechtbank Rotterdam · 7 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbrot-2026-9554
Zaakgegevens
Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Datum publicatie
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/721765 / KG ZA 26-619
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C Choy, mr. M.W.G. Koopmans
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9554
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Executiegeschil. Partijen hebben regeling getroffen over verkoop van de woning en inlopen van openstaande hypotheektermijnen. De voorzieningenrechter verstaat dat de vorderingen zijn ingetrokken en dat executie mag worden voortgezet als eiser de gemaakte afspraken niet nakomt.
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/721765 / KG ZA 26-619
Vonnis in kort geding van 7 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C. Choy,
tegen
[gedaagde] .,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. M.W.G. Koopmans.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2026 met producties 1 tot en met 6;
- de door [gedaagde] overgelegde producties 1 tot en met 12;
- de door [eiser] overgelegde producties 7 en 8;
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2 De feiten
[eiser] is eigenaar van de woning aan de [adres] te Rotterdam (hierna: de woning). Partijen hebben op 22 augustus 2014 een overeenkomst van hypothecaire geldlening gesloten met betrekking tot de woning.
[eiser] heeft ten aanzien van de hypothecaire geldlening een betalingsachterstand van € 8.123,42 laten ontstaan. De hoogte van het totale leningsdeel per 24 juni 2026 is € 124.728,79.
[gedaagde] heeft gebruik gemaakt van haar recht op parate executie en de notaris verzocht om de woning openbaar te verkopen op een veiling van 24 juni 2026.
3 Het geschil
[eiser] vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis:
I. de executieveiling van 24 juni 2026 van de woning te schorsen voor een periode van 3
maanden vanaf 1 juli 2026, dan wel te verbieden, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
II. [gedaagde] te gebieden alle handelingen gericht op de executieveiling van 24 juni 2026 te staken en de notaris voor de geplande executieveiling te instrueren de veiling te annuleren, op straffe van verbeurte van een dwangsom,
III. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4 De beoordeling
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Partijen hebben ter zitting afspraken gemaakt over de executie, die inhouden:
1. [gedaagde] zal de parate executie van de woning staken tot 1 oktober 2026 met inachtneming van de gemaakte afspraken. [eiser] zal de woning onderhands proberen te verkopen. De levering van de woning in geval van een onderhandse verkoop aan een derde moet uiterlijk op 30 september 2026 plaatsvinden. Indien de onderhandse verkoop en levering niet op die datum heeft plaatsgevonden mag [gedaagde] vanaf 1 oktober 2026 de parate executie voortzetten.
2. De advocaat van [eiser] is bereid gebleken om [eiser] te begeleiden bij de verkoop en levering van de woning. [eiser] en [gedaagde] zullen uiterlijk op 7 juli 2026 gezamenlijk een makelaar kiezen. Het advies van de makelaar voor de vraag- en laatprijs en voor alle overige volgens de makelaar noodzakelijke handelingen zal worden opgevolgd door [eiser] . Alle kosten verbonden aan de verkoop van de woning zijn voor rekening van [eiser] .
3. [eiser] zal volledige medewerking verlenen aan alle feitelijke handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop door de makelaar, zoals het maken van foto’s, het plaatsen van de woning op Funda, het toelaten van bezichtigingen en het (zelf) verrichten van klein onderhoud aan en schoon- en netjes houden van de woning en tuin. [eiser] zal ook volledige medewerking verlenen aan alle rechtshandelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop, zoals het ondertekenen van de opdrachtovereenkomst met de makelaar, het ondertekenen van de koopovereenkomst en het ondertekenen van de akte van levering.
4. Indien [eiser] geen makelaar kiest of de hiervoor genoemde vereiste medewerking niet verleent worden de gemaakte afspraken – zonder dat daarvoor een ingebrekestelling of schriftelijke verklaring is vereist - ontbonden en mag [gedaagde] vanaf dat moment de parate executie voortzetten.
5. De huidige achterstand van de termijnen voor de hypothecaire lening van € 8.123,42 en de door [gedaagde] reeds gemaakte kosten voor de veiling van – naar schatting – circa € 12.000,- zullen worden voldaan bij de levering en worden opgenomen in de nota van afrekening.
6. [eiser] zal alle nog verschuldigde termijnen voor de hypothecaire lening tot aan het moment van de levering van de woning tijdig voldoen. [eiser] zal uiterlijk 30 juni 2026 de over juni 2026 verschuldigde termijn van de hypothecaire lening voldoen. Indien [eiser] niet, niet tijdig of niet volledig het verschuldigde betaalt worden de gemaakte afspraken – zonder dat daarvoor een ingebrekestelling of schriftelijke verklaring is vereist - ontbonden en mag [gedaagde] vanaf dat moment de parate executie voortzetten.
7. [eiser] zal zich ervoor inspannen dat niet in de woning woonachtige personen zich zullen uitschrijven van het adres van de woning.
8. [eiser] zal als vergoeding voor de kosten van deze procedure € 1.684,- aan [gedaagde] betalen.
9. [eiser] trekt de in deze procedure ingestelde vorderingen in.
Gelet op de omstandigheid dat partijen de onder 4.3. opgenomen afspraken hebben gemaakt beschouwt de voorzieningenrechter de vorderingen als ingetrokken, zonder dat nog over de proceskosten behoeft te worden beslist.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
Verstaat dat de vorderingen wegens bereikte overeenstemming zijn ingetrokken en verstaat dat, als [eiser] de afspraken niet nakomt, [gedaagde] de parate executie mag voortzetten.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.
4049 / 106