Civiel recht overig

Kort geding. Verzekering. Gedeeltelijke toewijzing. Eisers zijn op een AVB-polis verzekerd bij gedaagde. Bij…

Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026

Zaakgegevens

Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
8 juli 2026
Datum publicatie
4 augustus 2026
Zaaknummer
C/10/720398 / KG ZA 26-509
Procedure
Kort geding
Advocaat
mr. J.A Kopp, mr. D.A. Pronk
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9556
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Kort geding. Verzekering. Gedeeltelijke toewijzing. Eisers zijn op een AVB-polis verzekerd bij gedaagde. Bij werkzaamheden door een van de eisers is brand ontstaan in een windturbine, die verloren is gegaan. Gedaagde meent dat er geen dekking bestaat onder AVB-verzekering voor die schade. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat uitleg van de polis met zich brengt dat gedaagde ook voor deze schade dekking moet verlenen en een voorschot moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/720398 / KG ZA 26-509

Vonnis in kort geding van 8 juli 2026

in de zaak van

1. NEW WIND B.V.,

gevestigd te Lelystad,
2. F&B WINDPOWER B.V.,

gevestigd te Franeker,

eisende partijen,

advocaat: mr. J.A. Kopp,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

KUMPANIJA PRIVATA (MALTA) STARR EUROPE INSURANCE LIMITED,

kantoorhoudende te Rotterdam,

gedaagde partij,

advocaat: mr. D.A. Pronk.

Partijen worden hierna genoemd New Wind, F&B en Starr. New Wind en F&B worden hierna samen genoemd New Wind c.s.

1 De zaak in het kort

1.1.

New Wind c.s. zijn op een AVB-polis verzekerd bij Starr. Bij werkzaamheden aan een door F&B geleverde windturbine is brand ontstaan, waardoor de windturbine verloren is gegaan en milieuschade is ontstaan. New Wind c.s. vorderen dat Starr wordt veroordeeld om dekking te verlenen onder de AVB-verzekering. Starr voert aan dat de geclaimde schade niet onder de dekking valt. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen deels toe.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 juni 2026 met producties 1 tot en met 46;

- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8;

- de door New Wind c.s. overgelegde producties 47 en 48;
- de mondelinge behandeling van 23 juni 2026
- de pleitaantekeningen van New Wind c.s.
- de spreekaantekeningen van Starr.

3 De feiten

3.1.

New Wind heeft een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB) bij Starr afgesloten. New Wind is verzekeringnemer en verzekerde. F&B is ook verzekerde onder de polis. Op het polis/clausuleblad staat:

“Verzekerde bedragen:
EUR 5.000.000,00 per aanspraak met een maximum van

EUR 10.000.000,00 per verzekeringsjaar (…)

Sublimiet Opzicht als onderdeel van het verzekerd bedrag

EUR 250.000,00 per aanspraak

EUR 500.000,00 per verzekeringsjaar (…)

Voorwaarden : Nederlandse Beurspolis voor aansprakelijkheid (NBA2014) waarin het bedrag van de “Cautie” als vermeld in artikel 2.4.4.1. niet meer zal bedragen dan EUR 50.000,-- per aanspraak.

Verzekerde rubrieken :

Rubriek I Algemene Aansprakelijkheid

Rubriek II Werkgevers Aansprakelijkheid

Rubriek III Milieu Aansprakelijkheid

Clausules:

A.I.R. L223 Bezoekers

A.I.R. L233 Beurzen/Tentoonstellingen

A.I.R. L237 Goed werkgeverschap

A.I.R. L310 Deelnemingen

A.I.R. L311 Aansprakelijkheidsverhogende bedingen

A.I.R. L314 Melding personenschade

A.I.R. L377 Werk- en/of Landmaterieel

A.I.R. L395 Werk- Leveringsvoorwaarden

A.I.R. L450 Duur en Beëindiging

A.I.R. V001 Opzicht directe schade

A.I.R. V002 Dismantlement and demolition of wind farm Irene Vorrink

A.I.R V003 Schade die door een brandverzekeraar is vergoed

A.I.R. V004 Voorrisico

A.I.R. V005 Onderaannemers

A.I.R. T177 Naverrekening

A.I.R. G138 Terrorismedekking (NHT)

A.I.R. G186 Terrorisme-uitsluiting

Prioriteiten bepaling : Voor zover sprake mocht zijn van tegenstrijdigheden in de tekst van de hiervoor van toepassing verklaarde voorwaarden gelden de volgende voorrangsregels:

-clausules gaat voor verzekeringsvoorwaarden (…)

Tegenstrijdigheden in artikelen/clausules van gelijke rangorde zullen nimmer ten nadele van de verzekeringnemer worden uitgelegd. (…)

A.I.R. V001 Opzicht directe schade

In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1 van de verzekeringsvoorwaarden (opzicht) dekt deze verzekering de aansprakelijkheid voor zaakschade aan zaken veroorzaakt gedurende de tijd dat verzekerde of iemand namens hem deze zaken daadwerkelijk vervoert, bewerkt, behandelt, huurt, leent, gebruikt, bewaart of op basis van enige andere overeenkomst onder zich heeft.

Deze dekking geldt uitsluitend voor directe schade aan het object dat verzekerde of iemand namens hem onder zich heeft. Er is geen dekking voor indirecte schade zoals gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen, schade door bedrijfsstagnatie et cetera.

A.I.R V003 Schade die door een brandverzekeraar is vergoed

In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.3 van de verzekeringsvoorwaarden dekt deze verzekering de aansprakelijkheid voor zaakschade aan zaken die verzekerde anders dan in huur, pacht, bruikleen of bewaarneming onder zich had, indien en voor zover:

- ter zake daarvan door een brandverzekeraar schade is vergoed en verhaald, of

- deze schade is veroorzaakt door brand, ontploffing, water, stoom, neerslag en/of blusmiddelen en, indien deze verzekerd zou zijn geweest, zou zijn vergoed door een brandverzekeraar.”

3.2.

Op de verzekering zijn de Nederlandse Beurspolis voor aansprakelijkheid (NBA 2014) algemene voorwaarden (hierna: de NBA voorwaarden) van toepassing. Daarin staat:

“1.5.2 Zaakschade.

1.5.2.1 Beschadiging, vernietiging of verlies van zaken van derden met inbegrip van de op

geld waardeerbare gevolgen hiervan.

(…)

1.7

Bereddingskosten

Kosten van maatregelen die door of vanwege verzekeringnemer of een verzekerde worden getroffen en redelijkerwijs geboden zijn om het onmiddellijk dreigend gevaar van schade af te wenden waarvoor - indien gevallen - een verzekerde aansprakelijk zou zijn en de verzekering dekking biedt, of om die schade te beperken. Onder kosten van maatregelen wordt in dit verband mede verstaan schade aan zaken die bij het nemen van de hier bedoelde maatregelen worden ingezet.

Artikel 2 Omvang van de dekking

2.1

Aansprakelijkheid

2.1.1

Verzekerd is de aansprakelijkheid van verzekerde voor door derden geleden schade in

verband met handelen of nalaten in de verzekerde hoedanigheid, zulks met

inachtneming van de in de polis van toepassing verklaarde voorwaarden en rubrieken.

2.1.2

Andere verzekerden dan verzekeringnemer kunnen slechts rechten aan deze

verzekering ontlenen door een daartoe strekkende schriftelijke verklaring, door

verzekeringnemer tegenover verzekeraars afgelegd.

(…)

Artikel 3 Uitsluitingen

3.1

Opzicht

Niet gedekt zijn aanspraken tot vergoeding van zaakschade aan zaken veroorzaakt

gedurende de tijd dat verzekerde of iemand namens hem deze zaken daadwerkelijk

vervoert, bewerkt, behandelt, bewoont, huurt, leent, gebruikt, bewaart of om welke

reden dan ook onder zich heeft. Deze uitsluiting geldt eveneens voor de uit de

zaakschade voortvloeiende schade. Deze uitsluiting geldt niet met betrekking tot: (…)

3.1.1

Werkzaamheden bij derden

De aansprakelijkheid voor zaakschade aan zaken van derden ontstaan tijdens de

werkzaamheden bij die derden, voor zover het zaken betreft die geen onderwerp zijn

van de uit te voeren overeenkomst en/of waaraan op het moment van de

schadeveroorzaking geen werkzaamheden werden verricht.

3.1.3

Schade die door een brandverzekeraar is vergoed

De aansprakelijkheid voor zaakschade aan zaken, die verzekerde anders dan in huur,

pacht, bruikleen of bewaarneming onder zich had, indien en voor zover ter zake

daarvan door een brandverzekeraar schade is vergoed.

(…)

3.5 (

Op)geleverde zaak/verrichte dienst

Niet gedekt zijn aanspraken tot vergoeding van:

3.5.1

Zaakschade aan zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde zijn

(op)geleverd.

3.5.2

De kosten van terugroepen, verbeteren, vervangen of herstellen van de door of onder

verantwoordelijkheid van verzekerde(op)geleverde zaken, tenzij deze kosten zijn aan

te merken als bereddingskosten.

3.5.3

De kosten van het opnieuw verrichten van de door of onder verantwoordelijkheid van

verzekerde uitgevoerde werkzaamheden.

3.5.4

De uitsluitingen als omschreven in de artikelen 3.5.1 tot en met 3.5.3 gelden ook voor

de schade voortvloeiende uit het niet of niet naar behoren kunnen gebruiken van de

(op)geleverde zaken of verrichte werkzaamheden, ongeacht door wie de schade is geleden of de kosten zijn gemaakt.

3.5.5

Wordt door zaken die door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde zijn

(op)geleverd zaakschade toegebracht aan andere zaken die eerder door of onder

verantwoordelijkheid van verzekerde zijn (op)geleverd, dan gelden de in de artikelen 3.5.1 tot en met 3.5.3 genoemde uitsluitingen niet voor die andere zaken.

3.5.6

Wordt door werkzaamheden die door of onder verantwoordelijkheid van verzekerde

zijn uitgevoerd zaakschade toegebracht aan andere zaken die eerder door of onder

verantwoordelijkheid van verzekerde zijn (op)geleverd, dan gelden de in de artikelen 3.5.1 tot en met 3.5.3 genoemde uitsluitingen niet voor die andere zaken.

3.5.7

De uitsluitingen als genoemd in de artikelen 3.5.1 tot en met 3.5.3 gelden echter wel

als de (op)geleverde zaken of de verrichte werkzaamheden onderwerp zijn van één en

dezelfde overeenkomst.”

3.3.

F&B heeft op 10 oktober 2025 met het Schotse bedrijf Monan Wind Company Ltd. (hierna: Constantine) een overeenkomst gesloten voor de (ver)koop en (op)levering van drie windturbines (hierna: de koopovereenkomst). De relevante turbine moest worden opgericht op een windmolenpark te Ardhasaig, Schotland. Op de koopovereenkomst is het recht van Engeland en Wales toepasselijk.

3.4.

F&B heeft op grond van de koopovereenkomst op 28 oktober 2025 de eigendom van de windturbine overgedragen aan Constantine. Uit hoofde van de koopovereenkomst was F&B verplicht om de windturbine operationeel te maken en op te leveren op 19 december 2025.

3.5.

Op 12 december 2025 is door een fout van installateurs van F&B brand ontstaan in de windturbine. Als gevolg van een menselijke fout was de normale mogelijkheid om de rotor te remmen uitgeschakeld. Daardoor is de rotor, als gevolg van de wind, steeds harder gaan draaien zonder dat deze gestopt kon worden, met een serieuze brand tot gevolg. Hierbij is de windturbine geheel verloren gegaan. Voorts zijn olie en mogelijk ook andere verontreinigende stoffen uitgestroomd over en/of anderszins terechtgekomen op de bodem en in het water.

3.6.

Constantine heeft F&B bij brief van 8 januari 2026 aansprakelijk gesteld voor, onder meer, de schade aan de turbine (hierna: de zaakschade) en de daardoor ontstane milieuschade. F&B heeft Starr vervolgens verzocht voor deze schade dekking te verlenen onder de AVB-verzekering.

3.7.

New Wind c.s. en Starr hebben tussen januari 2026 en mei 2026 gecorrespondeerd over de vraag of sprake is van schade die is gedekt door de AVB-verzekering. Starr heeft daarbij het standpunt ingenomen dat de zaakschade (geclaimd onder rubriek I van de polis, Algemene aansprakelijkheid) niet valt onder dekking van de AVB-verzekering. Ten aanzien van de milieuschade (rubriek III) heeft Starr aanvankelijk geen dekkingsstandpunt ingenomen.

3.8.

De deskundige van Starr heeft in een rapport van 26 mei 2026 aanbevolen dat aan F&B een voorschot wordt betaald van € 160.090,- ten aanzien van de milieuschade.

4 Het geschil

4.1.

New Wind c.s. vorderen - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar verklaard vonnis:

primair

I. Starr veroordeelt tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst en alle (rechts)handelingen te verrichten die nodig zijn om alle aanspraken en schaden te behandelen die in verband kunnen worden gebracht met de schade aan de turbine met toepassing van de V003-clausule;

II. Starr met toepassing van de V003-clausule te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan de bedragen die dienen te worden voldaan op grond van de verzekeringsovereenkomst;

subsidiair

III. Starr te veroordelen tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst en alle (rechts)handelingen te verrichten die nodig zijn om alle aanspraken en schaden te behandelen die in verband kunnen worden gebracht met de schade aan de turbine, met toepassing van de V001-clausule; en

IV. Starr met toepassing van de V001-clausule te veroordelen tot betaling van een bedrag gelijk aan de bedragen die dienen te worden voldaan op grond van de verzekeringsovereenkomst ter hoogte van € 250.000,=, of een door U.E.A. in goede justitie te bepalen voorschot;

primair en subsidiair:

V. Starr (waar nog nodig) veroordeelt tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst en alle (rechts)handelingen te verrichten die nodig zijn om alle aanspraken en schaden te behandelen die in verband kunnen worden gebracht met de schade aan de turbine, waarbij het in het bijzonder gaat om de milieuschade en de dienaangaande gemaakte bereddingskosten; en

VI. Starr, (waar nog nodig) waarbij het in het bijzonder gaat om de milieuschade en de dienaangaande gemaakte bereddingskosten, veroordeelt tot betaling van een bedrag gelijk aan de bedragen die dienen te worden voldaan op grond van de verzekeringsovereenkomst;

VII. bij toewijzing van een van de vorderingen tot nakoming, Starr veroordeelt tot nakoming op straffe van verbeurte van een dwangsom;

VIII. Starr veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten;

IX. Starr veroordeelt in de kosten van deze procedure.

4.2.

Starr voert verweer. Starr concludeert tot afwijzing van de vorderingen van New Wind c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van New Wind c.s. in de kosten van deze procedure.

5 De beoordeling

Toetsingskader

5.1.

De vorderingen van New Wind c.s. zijn nakomingsvorderingen. Omdat New Wind c.s. meent dat Starr aan F&B dekking onder de verzekering dient te verlenen te dient zij voorts over te gaan tot vergoeding van de schade, althans een voorschot daarop. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De voorzieningenrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de voorzieningenrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.

Spoedeisend belang

5.2.

New Wind c.s. heeft, onweersproken, aangevoerd dat zij door de aanspraken van Constantine in een positie is komen te verkeren dat zij vreest dat zij binnenkort niet meer aan haar lopende verplichtingen kan voldoen. Daaruit volgt dat niet van New Wind c.s. kan worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten en heeft zij voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen.

New Wind heeft belang bij nakomingsvorderingen

5.3.

Starr heeft aangevoerd dat de door New Wind ingestelde vorderingen moeten worden afgewezen, omdat de schade niet door haar, maar enkel door F&B is geleden. Starr wijst er terecht op dat zij enkel een betalingsverplichting jegens F&B heeft indien de schade is geleden door F&B. Dit laat echter onverlet dat New Wind ook een zelfstandig belang heeft bij toewijzing omdat New Wind naast verzekerde verzekeringnemer is. Artikel 2.1.2 van de ANB voorwaarden bepaalt dat in beginsel verzekeringnemer degene is die rechten aan de polis kan ontlenen. Onduidelijk is of toegang tot de polis is verleend aan F&B, zoals in dat artikel is bepaald. New Wind dient dus als verzekeringnemer (ook) deze vorderingen in te stellen. Voorts is onweersproken dat New Wind door F&B aan Constantine verschuldigde bedragen en andere gemaakte kosten (deels) heeft voorgeschoten. De voorzieningenrechter gaat daarom aan dit verweer van Starr voorbij.

Vorderingen ten aanzien van milieuschade worden afgewezen

5.4.

De vorderingen van New Wind c.s. zien enerzijds op zaakschade (rubriek I van de polis) en anderzijds op milieuschade (rubriek III), alsmede bereddingskosten. De correspondentie van partijen heeft met name betrekking gehad op de zaakschade. Starr voert ten aanzien van de door New Wind c.s. geclaimde milieuschade aan dat deze in beginsel gedekt is, dat zij deze claim nog in behandeling heeft en dat zij ten tijde van de zitting al opdracht had gegeven om een voorschot aan F&B te betalen in lijn met de aanbeveling van de milieuschadedeskundige van Starr. Hoewel dat voorschot nog niet door F&B is ontvangen, hetgeen verklaard kan worden doordat de betaling vermoedelijk via de makelaar loopt en de opdracht tot betaling eerst kort voor de zitting gegeven is, is daarmee voldoende aannemelijk dat Starr haar verplichtingen onder de polis nakomt. Op dit moment is onvoldoende duidelijk of/dat New Wind c.s. aanspraak kunnen maken op een hoger bedrag dan het bedrag van het voorschot. De vordering is dus in zoverre prematuur.

5.5.

Gelet hierop hebben New Wind c.s. geen, zeker geen spoedeisend, belang bij de ingestelde vorderingen onder V en VI voor zover deze zien op de milieuschade en worden deze afgewezen.

Zaakschade

5.6.

Het geschil van partijen heeft betrekking op de uitleg van de polis, in het bijzonder van de clausules (zie 3.1.) en de NBA voorwaarden, hierna tezamen te noemen de polisvoorwaarden. Het komt er daarbij bij de zaakschade op aan of de schade valt onder een insluiting op een uitsluiting. Niet in geschil is dat partijen niet over de tekst van de polisvoorwaarden hebben onderhandeld. De uitleg van een bepaling in de polisvoorwaarden is daarom met name afhankelijk van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de desbetreffende bepaling is gesteld, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel en in het licht van de in voorkomend geval bij de polisvoorwaarden behorende toelichting. Behalve op de hiervoor genoemde factoren kan bij een met name op objectieve factoren gebaseerde uitleg bijvoorbeeld ook acht geslagen worden op:

- de betekenis van het gebruikte begrip in het algemeen spraakgebruik;

- de betekenis van het gebruikte begrip naar beursopvattingen of volgens beursgebruik;

- het met de bepaling beoogde doel; en

- de aard en het karakter van de verzekering.

Tot slot is in het kader van het aan de orde zijnde geschilpunt relevant dat een uitsluitingsclausule eng moet worden uitgelegd.

Starr moet dekking verlenen

5.7.

New Wind c.s. voert (primair) aan dat Starr dekking dient te verlenen op basis van clausule V003, omdat deze clausule zo moet worden uitgelegd, dat deze tot doel heeft om de daarin omschreven schade, ook voor zover die ingevolge de vervangingsclausule van artikel 3.5 van de NBA voorwaarden is uitgesloten, in te sluiten.
Starr weigert dekking te verlenen, omdat de uitsluiting van artikel 3.5 van de NBA voorwaarden van toepassing is op deze schade. De schade die New Wind c.s. vorderen komt in de kern neer op de kosten van het alsnog het deugdelijk opleveren van de windturbine, een verplichting van F&B onder de koopovereenkomst. De polis dekt de aansprakelijkheid van New Wind c.s. voor zaakschade van derden, niet schade aan het werk zoals een CAR-verzekering die biedt. Clausule V003 brengt daarin geen verandering. Het risico van de windturbine berustte nog bij F&B. Daarom valt de schade niet onder de dekking van de verzekering, aldus Starr.

5.8.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter brengt uitleg van clausule V003 met zich dat Starr zich niet op artikel 3.5 van de polisvoorwaarden kan beroepen om elke dekking te weigeren voor de gevorderde schade. Daarvoor is het volgende redengevend.

5.9.

Uit de formulering van clausule V003 volgt dat deze clausule betrekking heeft op zaakschade aan alle zaken die verzekerde onder zich heeft, behoudens in geval van huur, pacht, bruikleen of bewaarneming. Tussen partijen staat vast dat de windturbine een dergelijke zaak was. Vast staat voorts dat de schade (tenminste grotendeels) is veroorzaakt door brand. Aannemelijk is dat het hier gaat om schade die een brandverzekeraar in elk geval deels zou hebben vergoed (hierop wordt hierna teruggekomen). Dat betekent, dat aan de objectief uitgelegde tekst van de clausule is voldaan, zodat deze toepasselijk is.

5.10.

Deze clausule heeft naar de letter slechts tot gevolg dat de uitsluiting van artikel 3.1.3 van de polisvoorwaarden niet toepasselijk is. Een uitleg van de polis in haar geheel dient echter te geschieden met in achtneming van de uitlegregels. Die houden in dat de clausules prevaleren boven de polisvoorwaarden en dat tegenstrijdigheden in clausules en artikelen van gelijke rangorde nimmer ten nadele van de verzekeringnemer zullen worden uitgelegd. Voorts dient de polis in haar geheel en de plaats van de clausule in dat geheel te worden bezien. Strekking en doel van deze specifieke clausule is, dat de uitsluiting voor brandschade aan zaken van een derde in, kort gezegd, opzichtsituaties, niet geldt, ook niet als er niet daadwerkelijk een brandverzekeraar heeft uitgekeerd.

5.11.

Starr beroept zich op artikel 3.5 van de polisvoorwaarden, dat niet zozeer opzichtsituaties regelt maar met name het ondernemers- en prestatierisico buiten de dekking brengt. Dat is echter niet het risico dat zich hier heeft verwezenlijkt. Partijen zijn het erover eens dat de toedracht erop neer komt dat een menselijke fout van personeel van F&B ertoe heeft geleid dat brand is ontstaan in de toren, met grote schade tot gevolg. Het is een gelukkige omstandigheid dat de personenschade beperkt is gebleven. Deze menselijke fout, die voorshands los van de koopovereenkomst naar Nederlands en Engels recht als onrechtmatig jegens Constantine als eigenaar van de turbine moet worden beschouwd, is weliswaar gemaakt ten tijde van de inbedrijfstelling van de turbine, maar staat los van de uitvoering van de koopovereenkomst. Dit is dus niet gelijk te stellen met gevallen waarvoor de uitsluiting van artikel 3.5 van de polisvoorwaarden is geschreven, te weten gevallen waarin een leverancier/installateur een ondeugdelijke zaak (de windturbine) oplevert en de koper aanspraak maakt op correcte oplevering, dan wel de installateur een dienst (de inbedrijfsstelling) niet naar behoren verricht en de opdrachtgever de dienst opnieuw, en nu correct uitgevoerd wil zien. Dat de windturbine total loss is zodat de zaakschade voor een groot deel neerkomt op het geheel vervangen daarvan doet daaraan niet af.

Artikel 3.5.6 van de polisvoorwaarden, dat in elk geval de directe zaakschade aan de windturbine, die voltooid was en eigendom van Constantine, in beginsel onder de dekking zou brengen, is volgens Starr niet van toepassing omdat de werkzaamheden die tot de brand hebben geleid onderwerp zijn van een en dezelfde overeenkomst als de overeenkomst tot levering van de turbine (zie artikel 3.5.7 van de polisvoorwaarden). Daardoor zou de insluiting van clausule V003, (die schade aan zaken onder opzicht waaraan gewerkt wordt juist onder de dekking brengt) voor dit geval een groot deel van haar betekenis verliezen, terwijl de ratio van artikel 3.5 van de polisvoorwaarden daartoe niet noopt. Het gaat hier immers niet om een ondeugdelijk geleverde/geïnstalleerde toren en dus om het op verzekeraar afwentelen van het ondernemersrisico, maar om een menselijke fout die op zichzelf losstaat van de koopovereenkomst en tot een grote brand heeft geleid. Dat het moment waarop die fout is gemaakt leidt tot toepasselijkheid van artikel 3.5.7 NBA en daarom in de weg staat aan toepassing van clausule V003 is op dit moment onvoldoende evident om een algehele afwijzing van dekking zonder het in behandeling nemen van de claim en het nader onderzoeken daarvan te rechtvaardigen.

5.12.

Daarbij komt dat hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de feiten meebrengt dat aannemelijk is dat dekking bestaat onder (de subsidiair aangevoerde) clausule V001 (voor directe schade tot een bedrag van maximaal € 250.000). Uit de aansprakelijkstelling van Constantine blijkt dat in haar visie de windturbine aan haar toebehoorde en zij ten gevolge van de brand schade heeft geleden waarvoor zij F&B aansprakelijk houdt, zodat deze ingevolge artikel 2.1.1 NBA jo. clausule V001 in beginsel gedekt is. Hiervoor geldt te meer dat het niet in behandeling nemen van de claim niet te rechtvaardigen is.

5.13.

Met het voorgaande is over de omvang van de te vergoeden schade nog niets gezegd. Dat debat zullen partijen nog dienen te voeren, al dan niet met behulp van experts. In dat verband kan, in het kader van het beroep op clausule V003, ook het debat worden gevoerd over de vraag welk schadebedrag een brandverzekeraar zou hebben uitgekeerd.

5.14.

Voor een constitutief vonnis is in kort geding geen plaats. Starr heeft dan ook terecht aangevoerd dat de vorderingen van New Wind c.s. te ruim zijn geformuleerd in het kader van een kort geding waarin enkel ruimte is voor de toewijzing van voorlopige voorzieningen. Een vaststelling van de toepasselijke dekkingslimiet voor clausule V003 zoals door Starr bepleit is dus ook niet mogelijk.

Gelet op de te ruime formulering van de vorderingen door New Wind c.s. zal de voorzieningenrechter Starr wel veroordelen tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst, maar slechts in die zin dat Starr de claim van New Wind c.s. onder rubriek I op de gebruikelijke en in de polisvoorwaarden opgenomen wijze in behandeling dient te nemen, met inbegrip van de wijze van vaststelling van de schadebedragen.

De voorzieningenrechter zal geen dwangsom verbinden aan de veroordeling aangezien Starr heeft verklaard een veroordelend vonnis na te zullen komen; er bestaat geen aanleiding om aan die toezegging te twijfelen. Bovendien brengt de aard van de veroordeling mee dat het opleggen van een dwangsom tot executieproblemen zal leiden.

5.15.

De voorzieningenrechter ziet gelet op het voorgaande wel voldoende aanleiding om Starr te veroordelen tot bepaling van een voorschot. Starr heeft terecht aangevoerd dat F&B haar schade in deze kort geding procedure te summier (met stukken) heeft onderbouwd om de aard en omvang daarvan te kunnen bepalen. Het is echter wel aannemelijk dat F&B naast de milieuschade aansprakelijk jegens Constantine is voor enige schade en voorts dat zij gedekte bereddingskosten heeft gemaakt. De voorzieningenrechter zal daarom, mede gelet op de hiervoor aangehaalde toets voor de toewijsbaarheid van geldvorderingen in kort geding, een bedrag van € 50.000,- als voorschot op de schade toekennen.

Geen veroordeling tot betaling buitengerechtelijke kosten

5.16.

New Wind c.s. heeft betaling van buitengerechtelijke kosten gevorderd. Dit betreft de advocaatkosten die New Wind c.s. heeft gemaakt voorafgaand aan deze kort geding procedure. De omvang daarvan is onvoldoende vast komen te staan, omdat deze kosten (in ieder geval voor een deel) van kleur zijn verschoten nu het tot een procedure is gekomen. Bovendien heeft New Wind c.s. onvoldoende gesteld om aannemelijk te maken dat deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en redelijk zijn qua omvang en aard. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

Proceskosten

5.17.

Starr is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vermeld in de beslissing. De proceskosten van New Wind c.s. worden begroot op:

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.101,00

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1.

veroordeelt Starr om de verzekeringsovereenkomst na te komen in die zin dat Starr de claim van New Wind c.s. onder rubriek I van de polis en de bereddingskosten op de gebruikelijke en in de polisvoorwaarden opgenomen wijze in behandeling dient te nemen,

6.2.

veroordeelt Starr om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan F&B te betalen een bedrag van € 50.000,00 bij wijze van voorschot,

6.3.

veroordeelt Starr in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Starr niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

6.4.

veroordeelt Starr tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

6.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

4049 / 106