Insolventierecht

Afwijzing faillissementsverzoek. Het verzoek vindt plaats tegen de achtergrond van een arbeids- en/of…

Rechtbank Rotterdam, 19 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 19 augustus 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
19 augustus 2025
Datum publicatie
11 september 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1392
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. M. Rooimans
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:10811
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing faillissementsverzoek. Het verzoek vindt plaats tegen de achtergrond van een arbeids- en/of loonvorderingsconflict tussen partijen. Vorderingsrecht en steunvorderingen gemotiveerd betwist. Vorderingsrecht niet summierlijk gebleken. Voor een oordeel over de vraag of verweerster al dan niet

terecht is overgegaan tot het opschorten van het loon van verzoekster en of dit op je juiste wijze heeft plaatsgevonden biedt de faillissementsprocedure geen ruimte.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

Rekestnummer: [nummer]

BESCHIKKING op het verzoek van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. M. Rooimans,

strekkende tot faillietverklaring van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verweerster] .

gevestigd te [adres]

[postcode] [vestigingsplaats] ,

verweerster.

1 De procedure

Op 1 augustus 2025 is een verzoekschrift ontvangen strekkende tot faillietverklaring van verweerster.

Op 7 augustus 2025 heeft mr. M. Rooimans, advocaat van verzoekster, een e-mail met bijlagen aan de rechtbank toegestuurd.

Bij e-mailbericht van 14 augustus 2025 is namens verweerster om aanhouding van de behandeling verzocht en is verweer gevoerd. De griffie heeft verweerster bericht dat zij zich voor een aanhouding van de behandeling tot de advocaat van verzoekster moet wenden.

Op 18 augustus 2025 heeft mr. Keizer, waarnemer van mr. Rooimans, een steunvordering van JB Invest aan te rechtbank toegestuurd.

Verzoekster, bij monde van mr. J. Keizer, en verweerster, vertegenwoordigd door haar middellijk bestuurder, [persoon A] , vergezeld door de heer [persoon B] , zijn gehoord in raadkamer op 19 augustus 2025.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

2 Standpunten

2.1

Standpunt verzoekster

Verzoekster heeft het faillissement van verweerster aangevraagd. Verzoekster stelt dat zij, uit hoofde van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst vanaf maart 2025 een bedrag, inclusief kosten, van ruim € 19.000,-- van verweerster heeft te vorderen. Ondanks aanmaning en sommatie weigert verweerster om over te gaan tot betaling. Verweerster laat meerdere schulden onbetaald en verkeert derhalve in een toestand van te hebben opgehouden te betalen, op grond waarvan verzoekster recht en belang heeft het faillissement van verweerster aan te vragen. Er zijn steunvorderingen van SOSO Support B.V. en van

JB Invest. Aan de loonopschorting door verweerster ligt geen (vereist) formeel besluit ten grondslag, aldus verzoekster.

2.2.

Standpunt verweerster

Verweerster betwist de opeisbaarheid van de (loon)vordering van verzoekster nu er een arbeidsconflict aan ten grondslag ligt. Verweerster stelt dat verzoekster over de betreffende periode geen recht heeft op loon. Verweerster heeft namelijk de loonbetaling aan verzoekster opgeschort nu verzoekster haar uit het reintegratietraject voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen. Zodra verzoekster haar verplichtingen alsnog nakomt, wordt de loonbetaling hervat.

Verweerster heeft verder ter zitting aangetoond dat de steunvordering van SOSO Support B.V. is voldaan. De steunvordering van JB Invest wordt door verweerster gemotiveerd betwist.

3 De beoordeling

In dit geval vindt het faillissementsverzoek plaats tegen de achtergrond van een arbeids- en/of loonvorderingsconflict tussen partijen. Verweerster heeft de opeisbaarheid van de vordering van verzoekster gemotiveerd betwist. De opeisbaarheid van deze vordering is daarmee niet summierlijk vast komen te staan. Tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek had na een kort, eenvoudig onderzoek van de opeisbaarheid van de vordering van verzoekster moeten blijken. Verzoekster is er onvoldoende in geslaagd aan te tonen dat de betwisting van de opeisbaarheid van haar aanspraak aanstonds verworpen dient te worden. Voor een oordeel over de vraag of verweerster al dan niet terecht is overgegaan tot het opschorten van het loon van verzoekster en of dit op je juiste wijze heeft plaatsgevonden biedt de faillissementsprocedure geen ruimte. Nader onderzoek naar de gang van zaken en rechten over en weer hoort thuis in een bodemprocedure.

Nu overigens is gebleken dat de steunvordering van SOSO Support B.V. door verweerster is voldaan behoeft de discussie over de juistheid van de steunvordering van JB Invest hier geen verdere behandeling.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij is opgehouden te betalen.

Het verzoek tot faillietverklaring wordt hierom afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring.

Deze beschikking is op 19 augustus 2025 gegeven door mr. J.T.P. Pot, rechter, in aanwezigheid van A. Vervoorn, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.